090552712025-12-31bw2-titel9:SeparateMemberiso4217:EUR090552712024-12-31bw2-titel9:SeparateMember090552712025-01-012025-12-31bw2-titel9:SeparateMember090552712024-01-012024-12-31bw2-titel9:SeparateMember090552712023-12-31bw2-titel9:SeparateMember090552712024-12-31bw2-titel9:SeparateMemberbw2-titel9:RevaluationReserveMember090552712023-12-31bw2-titel9:SeparateMemberbw2-titel9:RevaluationReserveMember090552712025-01-012025-12-31bw2-titel9:SeparateMemberbw2-titel9:RevaluationReserveMember090552712024-01-012024-12-31bw2-titel9:SeparateMemberbw2-titel9:RevaluationReserveMember090552712025-12-31bw2-titel9:SeparateMemberbw2-titel9:RevaluationReserveMember090552712024-12-31bw2-titel9:SeparateMemberbw2-titel9:ReservesOtherMember090552712023-12-31bw2-titel9:SeparateMemberbw2-titel9:ReservesOtherMember090552712025-01-012025-12-31bw2-titel9:SeparateMemberbw2-titel9:ReservesOtherMember090552712024-01-012024-12-31bw2-titel9:SeparateMemberbw2-titel9:ReservesOtherMember090552712025-12-31bw2-titel9:SeparateMemberbw2-titel9:ReservesOtherMember
0 / Ondernemingsplan
Jaarstukken 2025
-
22 mei 2026
1
Voorwoord
Voor u ligt het jaarverslag 2025. Zoals inmiddels gebruikelijk, kijken we terug op een roerig jaar. Op 16 april
overvielen de fractievoorzitters van de toenmalige coalitiepartijen ons met hun voornemen de huren van soci-
ale huurwoningen twee jaar te bevriezen. Het was ons (en heel veel anderen) diezelfde dag al duidelijk dat dit
zeer grote gevolgen had voor onze begroting. Binnen een week maakten we een zeer globale begroting, waarin
we de uitgaven ernstig hadden teruggedraaid en onze inkomsten hadden opgeschroefd. Op 6 mei bespraken
we dit met de Raad van Commissarissen. De opluchting was groot toen minister Keizer op 3 juni, de dag dat het
Kabinet Schoof voor de eerste keer viel, bekend maakte dat de huurbevriezing van tafel was.
Betaalbaarheid en duurzaamheid
Er kwam dus toch géén huurbevriezing. Voor ons als woningcorporatie goed nieuws, maar veel van onze bewo-
ners bracht het nieuws verwarring en teleurstelling. We verhoogden de huren voor huizen met een energiela-
bel A/B/C of D en volgden daarbij de Nationale Prestatieafspraken. De huur van de woningen met label E, F en
G verhoogden we niet. Het aantal woningen met een laag energielabel daalt gestaag. We verhuren nog maar
176 woningen met label E, F of G.
Beschikbaarheid
We leverden afgelopen jaar 246 nieuwe woningen op. De planning was 264. We stelden de huren van nieuw-
bouwwoningen in de loop van het jaar omhoog bij. Dat was hard nodig. Wel bleef het tweehurenbeleid groten-
deels van kracht. Alleen grote woningen toppen we niet meer af naar de eerste aftoppingsgrens. Dat betekent
dat gezinnen met een laag inkomen nog wel in aanmerking komen voor een grote nieuwbouwwoning. Kleine
huishoudens met een laag inkomen komen nog in aanmerking voor kleinere nieuwbouwwoningen. In de be-
staande voorraad is ons tweehurenbeleid nog integraal van kracht: iedereen kan overal wonen. Het mutatie-
percentage daalde naar 6%. Het aantal reacties op een geadverteerde woning steeg naar 444. De actieve zoek-
tijd steeg naar 3,8 jaar. Het zijn cijfers die treffend illustreren dat de woningnood ook in Ede en Scherpenzeel
groot is.
Ook huisvestten we 287 statushouders. Daarmee realiseerden we de taakstelling voor 2025 en halveerden we
de achterstand van de jaren daarvoor. Voor alleengaande statushouders verkamerden we appartementen of
eengezinswoningen.
Hoogbouw Ede Zuid
In de Hoogbouw Ede Zuid zetten we grote stappen. We stelden een sociaal maatschappelijk en een steden-
bouwkundig raamwerk vast. Ook namen we een sloopbesluit voor de Van Eekelenflat en De Merlijn. Daarnaast
maakten we samen met bewoners een sociaal plan, dat we begin 2026 vaststelden.
Hart voor de huurder
Onze huurders zijn, net als vorig jaar, erg tevreden over onze afhandeling van reparatieverzoeken. Onze nieuwe
en vertrokken huurders zijn veel minder tevreden. Daarom heeft elke nieuwe en vertrokken huurder sinds kort
een vast aanspreekpunt. We zien de cijfers in de eerste maanden van 2026 sterk stijgen. Hopelijk zet die trend
zich door.
Sterke organisatie
De formatie daalt en we maken minder vaak gebruik van inleenkrachten. Eind 2025 hadden we een formatie
van iets meer dan 165 fte’s (inclusief openstaande vacatures). Ons medewerkersbetrokkenheidsonderzoek le-
verde, net als twee jaar geleden, erg hoge cijfers op. We zijn opnieuw een Worldclass Workplace. Daar zijn we
erg blij mee. Ook besteedden we op veel manieren aandacht aan onze nieuwe kernwaarden: groei, eenvoud,
toewijding en plezier.
2
In mei gingen we live met ons nieuwe ERP-systeem, Tobias365. Dat verliep helemaal volgens planning en ook
nog eens ruim binnen budget. We kijken met trots naar de enorme hoeveelheid werk dat is verzet door veel
medewerkers om de livegang tot een succes te maken.
Financiën
Door de overstap naar het nieuwe ERP-systeem verstuurden we een maand geen aanmaningen. Dat veroor-
zaakte een piek in de huurachterstand. Aan het einde van het jaar zitten we weer op het niveau van eind 2024:
0,5% van de bruto jaarhuur.
Onze financiële positie is stabiel. Voor 2025 begrootten we een ICR van 1,59. Per 31 december komen we uit
op 2,07. De huuropbrengsten zijn lager dan verwacht, omdat de huurverhoging per 1 juli 4,5% was in plaats van
de begrote 6%. De bedrijfslasten bleven ruim onder de begroting. We hadden een belastingmeevaller en hoef-
den een ingerekende obligoheffing niet te betalen. Ook de onderhoudsuitgaven vielen mee, hoewel we wel
(vrijwel) alle geplande werkzaamheden uitvoerden. De kasstroom uit woningverkoop is lager dan begroot. Hier-
voor hebben we bewust gekozen, omdat diverse voor 2025 geplande investeringen opschoven in de tijd. Zo
besloten we de eventuele aankoop van 131 woningen van Mooiland uit te stellen in verband met de onzeker-
heid rondom de huurbevriezing.
Dit jaarverslag laat zien dat we, ondanks grote uitdagingen en externe factoren, goed op koers liggen met onze
ambities. In 2026 stellen we een nieuw ondernemingsplan op. Ook zijn we erg benieuwd naar de plannen van
het nieuwe kabinet en de lokale coalities. Wij blijven ons inzetten voor het welzijn van onze huurders en wo-
ningzoekenden.
Marco de Wilde
Op 11 mei ontvingen we verdrietig nieuws. Onze directeur-bestuurder Marco de Wilde is ongeneeslijk ziek. Zijn
ziekte is onverwachts en zo ver gevorderd dat hij per direct zijn werkzaamheden heeft neergelegd. Het voor-
woord bij deze jaarstukken is van zijn hand.
22 mei 2026
Roos Schreuder- Van der Linden,
waarnemend directeur-bestuurder
3
Inhoudsopgave
Voorwoord .............................................................................................................................................................. 1
1. Bouwen aan voldoende betaalbare woningen ................................................................................................... 4
1.1 Beschikbaarheid ................................................................................................................................................ 4
1.2 Betaalbaarheid .................................................................................................................................................. 8
2. De woonruimteverdeling in Ede, Scherpenzeel en Wageningen ...................................................................... 12
3. Bouwen aan vitale wijken met aandacht voor mensen met een zorgvraag ..................................................... 15
3.1 Vitale wijken .................................................................................................................................................... 15
3.2 Wonen en zorg ................................................................................................................................................ 20
4. Bouwen aan duurzame en kwalitatief goede woningen ................................................................................... 23
4.1 Duurzaamheid en Kwaliteit ............................................................................................................................. 23
4.2 Onderhoud en investeringen .......................................................................................................................... 26
5. Bouwen aan sterke organisatie met hart voor de huurder en oog voor de omgeving ..................................... 29
5.1 Een sterke organisatie ..................................................................................................................................... 29
5.2 Processen en informatievoorziening ............................................................................................................... 32
5.3 Hart voor de huurder ...................................................................................................................................... 33
5.4 Oog voor de omgeving .................................................................................................................................... 37
6. Onze financiën................................................................................................................................................... 42
7. Risicomanagement ............................................................................................................................................ 59
8. Governance ....................................................................................................................................................... 64
9. Environment, Social en Governance rapportage .............................................................................................. 67
10. Verslag Raad van Commissarissen .................................................................................................................. 70
11. Jaarrekening .................................................................................................................................................... 84
12. Overige gegevens .......................................................................................................................................... 137
Controleverklaring onafhankelijke accountant ................................................................................................... 139
Bijlagen .............................................................................................................................................................. 151
4
1. Bouwen aan voldoende betaalbare woningen
1.1 Beschikbaarheid
Wat is onze meerjarige koers?
De wachttijden voor een woning zijn lang en lopen op. We merken dat het (te) lang wachten op een huis nega-
tief uitpakt op het welzijn van woningzoekenden. Daarom bouwen we aan voldoende betaalbare woningen.
Woonstede opereert in de regio Foodvalley met name in de gemeenten Ede en Scherpenzeel. In 2023 is een
regionale woondeal getekend. Deze is in 2025 geactualiseerd en gaat uit van (bruto) 27.751 nieuwe woningen
(waarvan minimaal 30% sociale huur) tot en met 2034.
Naar verwachting wordt de wet Versterking regie volkshuisvesting in 2026 ingevoerd. Een onderdeel van deze
(concept) wet is de verplichte realisatie van 30% sociale huur in alle nieuwbouw. We omarmen deze ambitie en
committeren ons zo veel mogelijk aan de realisatie ervan. In de begroting 2025-2029 gingen we na 2025 uit van
de realisatie van 157 sociale koopwoningen per jaar. Daarnaast kozen we ervoor om meer woningen te verko-
pen dan in voorgaande jaren. Hoewel deze twee keuzes primair financieel waren gedreven, zijn ook positieve
effecten te verwachten. De woningen voorzien in een behoefte en kunnen een bijdrage leveren aan doorstro-
ming en meer inkomensdifferentiatie in de wijk
Onze ambitie? Elke werkdag een huis (en liever nog meer)!
Om deze ambitie te bereiken streefden we in 2025 de volgende doelstellingen na:
In 2025 realiseren we minimaal 80% van de voorgenomen 264 woningen (211 woningen);
Nemen we een besluit over de aankoop van 131 sociale huurwoningen in Ede;
Verkopen we vijftig woningen;
Nieuwe woningen
We leverden 246 woningen op in 2025. Daarmee hebben we onze doelstelling gerealiseerd (tabel 1).
Aantal
Type woning
Gemeente
9
Appartementen
Ede (Bennekom)
30
Appartementen met lift
Ede
18
Appartementen
Ede (Lunteren)
5
Appartementen zonder lift
Ede
71
Appartementen met lift
Ede
11
Grondgebonden woningen
Ede
15
Grondgebonden woningen
Ede
87
Appartementen met lift
Ede
246
Tabel 1 Nieuwbouwprojecten 2025
Elke werkdag een nieuw huis bouwen blijft een mooie meerjarige ambitie, die we volgend jaar weer proberen
te realiseren (tabel 2). Maar met de huidige omstandigheden met netcongestie, stikstof etc. is de doelstelling
uitdagend. Netto een huis per dag kunnen we de komende periode waarschijnlijk niet waarmaken.
5
We intensiveren het spoor om in de bestaande voorraad woningen toe te voegen (bijvoorbeeld door splitsing
en optoppen). Misschien is het daarom beter om te gaan spreken over 1 thuis per dag in plaats van 1 huis per
dag.
Zachte plannen
We weten voor de komende jaren welke zachte bouwplannen er zijn. Die stemden we met de gemeenten af,
omdat ook ambtenaren nodig zijn om onze bouwplannen te realiseren door onder andere het verlenen van
vergunning. Verder hebben we in beeld welke projecten hinder ondervinden van stikstof en netcongestie.
We verwachten in de begroting 2026 145 woningen nieuw te bouwen. De plannen voor 2026 zijn hard. We ver-
wachten deze projecten daadwerkelijk te realiseren in 2026. De ervaring leert dat de planning van de bouw
niet in beton gegoten is. Door allerlei omstandigheden kunnen projecten langzamer of sneller worden gereali-
seerd. Ook hebben we de aankoop van 157 woningen in twee projecten begroot.
Om de uitdagingen in de woningbouwplannen te beheersen, blijven we in gesprek met gemeenten, netbeheer-
ders en marktpartijen. Deze gesprekken vinden zowel lokaal als regionaal plaats, met als doel gezamenlijk op-
lossingen te vinden voor onder andere netcongestie, stikstof en buurtbezwaren. Daarnaast verkennen we mo-
gelijkheden om woningen toe te voegen in de bestaande voorraad, bijvoorbeeld door het optoppen van gebou-
wen, het aanbouwen van woningen en het eventueel splitsen van woningen.
Grondposities
We onderhouden contacten met eigenaren en ontwikkelaars om panden te verwerven die we ofwel transfor-
meren naar woningen dan wel na sloop gebruiken voor de bouw van nieuwe woningen. Doordat we nu gron-
den afnemen, al dan niet met een te slopen gebouw erop, laten we marktpartijen zien dat we ook in dit seg-
ment een serieuze speler zijn. Dit versterkt onze positie en vergroot de kans op toekomstige samenwerkingen
met marktpartijen. We kochten in 2025 geen bouwgrond aan. In 2025 hebben we 2 woningen aan de Veender-
weg 8 & 10 te Ede aangekocht. In 2026 zullen we 26 woningen van Careander verwerven. De huurders van die
woningen verhuizen naar de nieuwbouw van Careander in de Wethoudersbuurt te Ede. Hierna zal Woonstede
de leegkomende woningen (tijdelijk) verhuren. We kochten geen panden aan met het oog op transformatie
naar woningen. In de toekomst verwachten we weer locaties van marktpartijen te verwerven.
Flexwoningen
We realiseren onder voorwaarden op kleine schaal sociale huurwoningen op tijdelijke locaties. In samenwer-
king met de gemeente Ede realiseren we in de tweede helft van 2026 op de locaties Groenendaal en Somater-
rein tijdelijke (of flex)woningen.
Aankoop sociale huurwoningen
We hebben het aanbod van woningcorporatie Mooiland om hun 131 sociale huurwoningen in Ede over te ne-
men. In 2025 onderzochten we onze belangstelling hiervoor.
Verkopen
In de afgelopen jaren verkochten we maximaal 25 uitpondwoningen per jaar. Eind 2024 hebben we ons in het
jaarplan 2025 voorgenomen dit aantal naar vijftig woningen te laten stijgen. Ons idee was dat deze verkoop
extra inkomsten opleverde die we konden inzetten voor de realisatie van nieuwbouwwoningen. Op basis van
de aangepaste verkoopregels van het Rijk krijgen huurders voorrang bij het kopen van een grondgebonden wo-
ning. De verkopen dragen daarmee bij aan de doorstroming. We gingen ervan uit dat we teruggekochte wonin-
gen voor grotendeels weer als verkopen onder voorwaarden verkopen.
In de begroting is een verkoopopbrengst ingerekend van 29,1 miljoen euro (inclusief verkoopkosten).
Deze opbrengst is berekend met een gemiddelde verkoopopbrengst per woning. In de begroting kwam dat uit
op 50 woningen.
6
Als de verkoopopbrengst per woning hoger ligt dan dat gemiddelde, verkopen we minder woningen om het-
zelfde bedrag binnen te krijgen. In de communicatie met de huurdersorganisaties en gemeente hebben we het
met name over aantallen om een voorspelling van de voorraadontwikkeling te kunnen doen (nieuwbouw mi-
nus sloop en verkoop). Omdat verschillende investeringen naar achteren schoven is de verkoopopgave naar
beneden bijgesteld.
In 2025 verkochten we uiteindelijk 26 woningen in uitpond, 1 woning in Koopgarant en 25 woningen in Vrije
Koop (inclusief doorverkoop na terugkoop Koopgarant). Zie tabel 21 voor de verkoopopbrengst per woning.
Het aantal woningen met een terugkoopplicht daalde met 23 woningen. Van 905 per 31 december 2024 naar
882 woningen per 31 december 2025. Daarnaast steeg het aantal woningen met een terugkooprecht met 25
woningen naar 250. Deze 1.132 woningen kunnen we te zijner tijd terugkopen, omdat we een terugkoopver-
plichting hebben óf omdat we recht van eerste koop hebben. Deze woningen blijven beschikbaar voor sociale
huur of sociale koop.
Aan- en terugkopen
In 2025 kochten we 22 woningen uit Koopgarant terug. Daarvan namen we er eentje terug in de verhuur. De
overige woningen verkochten we in de vrije verkoop (dus zonder korting). Bij Koopgarant heeft de koper een
aanbiedingsplicht en Woonstede een terugkoopplicht. We kochten geen woningen uit Vrije Koop terug. Bij
Vrije Koop heeft de koper een aanbiedingsplicht en de verkoper een terugkooprecht. Voor de serviceflat Bel-
védère geldt een specifiek aankoopbeleid. Het gaat hier om 98 appartementen en 47 garages. Een aantal koch-
ten we al aan en voor een deel hebben we een aankoopplicht. In 2025 kochten we 2 appartementen aan. Beide
verkochten we door. Per 31 december 2025 geldt de aankoopplicht nog voor 1 appartement en 1 garage. Met
1 eigenaar van een appartement en 3 eigenaren van een garage maakten we (nog) geen afspraken over de aan-
koop.
Classificatie
DAEB
Niet-DAEB
Totaal
Koopgarant 31-12-2024
769
136
905
Terugkoop koopgarant
-21
-3
-24
Verkoop koopgarant
0
1
1
Koopgarant 31-12-2025
748
134
882
Tabel 2. Stand van zaken koopgarant 2025
7
Ontwikkeling woningvoorraad Woonstede
Gerealiseerd
Begroot
Opgeleverde nieuwbouw
246
264
Aankoop (excl. Koopgarant)
4
131
Sloop
0
0
Totaal huurwoningen
250
395
Aankoop Uitpond
0
0
Verkoop Uitpond
-26
-50
Uitpond
-26
-50
Aankoop Koopgarant
22
33
Verkoop Koopgarant
-1
-30
Aankoop Vrije koop
0
0
Verkoop Vrije koop
-25
0
Verkoop onder Voorwaarden
-4
3
Totaal inclusief Koopgarant
220
348
Tabel 3. Ontwikkeling woningvoorraad 2025
8
1.2 Betaalbaarheid
Wat is onze meerjarige koers?
De betaalbaarheid van wonen draagt bij aan woongeluk, bestaanszekerheid en aan het welzijn van onze huur-
ders. Betaalbaarheid gaat over meer dan de hoogte van de huur. Of een huis betaalbaar is hangt af van ver-
schillende factoren, zoals huishoudsamenstelling, inkomsten en (energie)kosten.
Door de verruiming van het tweehurenbeleid (in 2023) is elke woning nu bereikbaar en betaalbaar voor de
doelgroep. Door deze gelijke slagingskansen krijgen we meer spreiding in inkomen door het hele bezit. Dat is
goed voor de diversiteit in wijken en buurten. We kiezen ervoor om de helft van de nieuwbouw dicht tegen de
liberalisatiegrens te verhuren. Dat betekent dat deze woningen bij de eerste verhuring worden uitgesloten van
het tweehurenbeleid. Bij mutatie is het tweehurenbeleid weer van toepassing. Deze keuze is primair financieel
gedreven. Maar er zijn ook positieve effecten te verwachten. De woningen voorzien in een behoefte en kunnen
een bijdrage leveren aan doorstroming en meer inkomensdifferentiatie in de wijken.
Het vangnet voor mensen met een laag inkomen en geldproblemen is groot en divers. We helpen onze huur-
ders door de voorzieningen inzichtelijk te maken en sluiten daarvoor aan bij bestaande initiatieven. Dit doen
we via onze website, laten we doen door onze partner ADV en doen we zelf in gesprekken over financiële za-
ken.
Onze ambitie? Betaalbare huren voor al onze huurders & (woon)las-
tenverlaging voor onze meest kwetsbare huurders.
Om deze ambities te bereiken streefden we in 2025 de volgende doelstellingen na:
Continueren we ons tweehurenbeleid;
Verhuren we maximaal de helft van de nieuwbouw vlak onder de liberalisatiegrens;
Actualiseren we ons streefhuurbeleid;
Volgen we de Nationale Prestatieafspraken wat betreft de huuraanpassing;
Verhogen we de huren van woningen met een E/F/G-label niet.
Tweehurenbeleid
Bij de invoering van passend toewijzen (in 2016) kwam de nadruk op de goedkoopste woningen voor de pri-
maire doelgroep te liggen. De laatste jaren werd duidelijk dat dit zorgde voor een hogere slaagkans voor de pri-
maire doelgroep en de secundaire doelgroep in de knel kwam. Daarom verruimden we in 2023 het tweehuren-
beleid. Alle woningen met een streefhuur onder de sociale huurgrens wijzen we volgens het tweehurenbeleid
toe. Iedereen die onder de inkomensgrens valt, mag per 1 april 2023 op alle woningen reageren. Afhankelijk
van het inkomen en de huishoudgrootte verlagen we de huur naar de bijpassende aftoppingsgrens. Iedereen
krijgt gelijke kans op elke woning. Het toewijzen van een woning doen we natuurlijk nog steeds op basis van
inschrijftijd op Huiswaarts.
Gelijke kansen voor beide doelgroepen heeft meer positieve effecten. Bij ruim 95% van de hoogbouwapparte-
menten had de primaire doelgroep voorrang. Per saldo werden bijna alle appartementen in de hoogbouw ver-
huurd aan de primaire doelgroep. Dat gaf een scheve verdeling van de (financiële) draagkracht van huurders
over de verschillende woningtypen. De verdeling van de actief woningzoekenden bestaat uit ongeveer twee
derde primaire doelgroep en één derde secundaire doelgroep. Het tweehurenbeleid heeft een positieve in-
vloed op de verdeling tussen primaire en secundaire doelgroep en de veerkracht in buurten en wijken. De ver-
deling van de verhuurde woningen (2022-2025) naar doelgroepen, staat hieronder.
9
2022
2023
2024
2025
aantal
%
aantal
%
aantal
%
aantal
%
Primaire
doelgroep
730
72%
754
67%
484
58,8%
559
62%
Secundaire
doelgroep
249
24,5%
342
30,4%
324
39,3%
326
36,2%
Hoger inko-
men
35
3,5%
29
2,6%
16
1,9%
16
1,8%
Totaal
1.014
100%
1.125
100%
824
100%
901
100%
Tabel 4. Verdeling verhuringen naar doelgroep 2022 -2025
Aanvangshuren nieuwbouw
In 2025 pasten we het aanvangshuurbeleid voor nieuwbouwwoningen aan. Grondgebonden woningen bieden
we aan dicht tegen de sociale huurgrens. Gestapelde woningen kennen een beperkt lagere aanvangshuur. Voor
nieuwe woningen tot en met 3 kamers is het tweehurenbeleid van kracht. Nieuwe woningen met 4 of meer
kamers wijzen we bij voorkeur toe aan 3 of meerpersoonshuishoudens. Daarom toppen we deze huren alleen
nog af tot de tweede aftoppingsgrens.
Streefhuurbeleid
In 2025 pasten we het streefhuurbeleid aan. Door de aanpassingen komt de gemiddelde streefhuur per woning
uit op € 775. Dit is 70,7% van de maximaal toegestane huur. De streefhuur is de huur waarmee we bij het vrij-
komen van een woning adverteren.
Huuraanpassing
In de Nationale Prestatieafspraken 2025 - 2035 is afgesproken om de huur per 1 juli 2025 gemiddeld met maxi-
maal 4,5% te verhogen. Ongeveer 10.000 huurders kregen deze huurverhoging van 4,5%. De huurders van een
woning met een laag energielabel, namelijk E, F of G, kregen geen huurverhoging.
Huursomstijging
De huursomstijging van Woonstede is de gemiddelde netto huurstijging per 1 januari 2026 ten opzichte van 1
januari 2025. Het Rijk bepaalde de maximale huursomstijging op 4,5%. De huursomstijging van de geliberali-
seerde huurcontracten (aanvangshuur boven de liberalisatiegrens) en de mutaties (huurharmonisatie) telt niet
mee in de berekening voor de huursomstijging. Onze gemiddelde huursomstijging komt in 2025 op 4,44%. We
bleven dus onder de maximaal toegestane huursomstijging van 4,5%.
Op 31 december 2025 was de maximaal toegestane huur van onze woningen op basis van het Woningwaarde-
ringsstelsel gemiddeld € 1.095 per maand. Onze gemiddelde netto huur was per 31 december 2025 € 663 per
maand (afgerond op hele euro's). Op basis van de verhouding netto huur en maximaal toegestane huur is het
percentage 60,5%. In 2024 was dit percentage 62,8%.
Bezwaren
Van alle vragen en bezwaren over de huurverhoging behandelde de Huurcommissie uiteindelijk 16 bezwaren.
In alle gevallen oordeelde de Huurcommissie dat de aangezegde huurverhoging redelijk was.
Vangnet
Het vangnet voor mensen met een laag inkomen en geldproblemen is groot en divers. We helpen onze huur-
ders door de voorzieningen inzichtelijk te maken en sluiten daarvoor aan bij bestaande initiatieven. Dit doen
we via onze website, laten we doen door onze partner ADV en doen we zelf in gesprekken over financiële za-
ken.
10
Huurachterstanden
Drie medewerkers houden zich dagelijks bezig met het voorkomen en oplossen van betalingsachterstanden. Zij
zijn erop gericht snel met huurders die problemen hebben om de huur te betalen in contact te komen. Zij pro-
beren de oorzaak van het betalingsprobleem te achterhalen om de best passende oplossing te bieden. Waar
nodig verwijzen zij huurders door naar hulpverlenende instanties.
Per 31 december 2024
Per 31 december 2025
Tijdsduur
Aantal
huurders
Bedrag (in euro's)
Aantal
huurders
Bedrag (in euro's)
Tot en met 1 maand
383
135.977
336
125.580
Tot en met 2 maanden
84
83.224
114
104.731
Tot en met 3 maanden
31
54.817
26
39.580
Tot en met 4 maanden
17
33.192
19
45.481
Tot en met 5 maanden
13
36.427
16
50.521
Tot en met 6 maanden
11
35.628
6
23.080
Tot en met 7 maanden
2
5.580
2
9.545
Tot en met 8 maanden
2
10.524
3
16.167
Tot en met 9 maanden
1
5.549
1
5.060
Tot en met 11 maanden
1
16.266
0
0
> 12 maanden
0
0
1
9.207
Totaal
545
417.184
524
428.952
Tabel 5. Huurachterstanden 2024-2025 (incl. zakelijke huurders)
De totale achterstand 2025 ten opzichte van de bruto jaarhuur is gelijk gebleven aan de totale achterstand
2024. De totale achterstand bedroeg eind 2025 € 428.952. Dat is 0,5% van de bruto jaarhuur.
We maken onderscheid tussen de totale betalingsachterstanden en de huurachterstand. Ook maken we onder-
scheid tussen betalingsachterstanden van onze woningen en ons maatschappelijk en zakelijk vastgoed. De za-
kelijke achterstand was eind 2025 1.973. Dat is aanzienlijk lager dan eind 2024.
De totale betalingsachterstand van onze woningen (dus exclusief de zakelijke huurders) bedroeg eind 2025
424.287. Dit bedrag is inclusief openstaande facturen voor andere zaken dan de huur. Kijken we naar de zui-
vere huurachterstand (exclusief de zakelijke huurders) dan bedroeg deze € 368.959. Onze doelstelling om de
zuivere huurachterstand onder de € 400.000 te houden is daarmee ruimschoots gehaald. Het aantal zittende
huurders met een achterstand is wat gedaald. De gemiddelde achterstand per huurder is gestegen.
De Financieel Consulenten zien dat de problematiek waar onze huurders mee te maken hebben steeds com-
plexer wordt. Zij zijn erop gericht betalingsproblemen duurzaam op te lossen. Als situaties complex zijn kost het
meer tijd om tot een duurzame oplossing te komen en kunnen achterstanden eerst oplopen.
Ontruimingen
Wij ontruimen niet, tenzij het echt niet anders kan. Ontruimde huurders krijgen altijd een tweede kans als de
huurschuld en overige kosten betaald zijn.
Indien nodig stellen we aanvullende voorwaarden, zoals een tijdelijke huurovereenkomst of bewindvoering
en/of budgetbeheer. Huurders die uitgezet zijn in verband met overlast kunnen via Huiswaarts reageren op een
woning. Woonstede beoordeelt per geval of we een tweede kans bieden en onder welke voorwaarden. Een
begeleidingsovereenkomst maakt daar altijd deel van uit.
11
In 2025 werd aan 22 huurders de ontruiming aangezegd. In 18 gevallen was dat vanwege betalingsachterstand.
Drie huurders kregen ontruiming aangezegd vanwege overlast en in één geval vanwege woonfraude. Van zes
huurders ontruimden we de woning daadwerkelijk, in twee gevallen hadden huurders de woning al verlaten
zonder huuropzegging. Ook hebben we één garage ontruimd. We ontruimden minder vaak dan in 2024.
In twee gevallen werd er ontruimd in verband met ernstige overlast. In de andere gevallen is alles geprobeerd
om met de huurders tot een oplossing te komen. Helaas heeft dit niet geleid tot voorkoming van de ontrui-
ming.
12
2. De woonruimteverdeling in Ede, Scherpenzeel en Wageningen
Woonruimteverdeling in Nederland is een stelsel van wetten en regels om in geval van schaarste op de woning-
markt, huurwoningen verantwoord en eerlijk te kunnen verdelen. De belangrijkste wet is de Huisvestingswet.
Op grond van de Huisvestingswet hebben gemeenten de mogelijkheid vrijgekomen huurwoningen naar inzicht
te verdelen. Zij kunnen bepaalde groepen voorrang geven, bijvoorbeeld om medische redenen of wegens sloop
van de huidige woning. Een gemeente moet de toewijzingsregels opnemen in een huisvestingsverordening die
alleen op het gebied van de gemeente geldt. De woningcorporaties voeren deze regels uit.
Bij de verdeling van de vrijkomende en nieuw te bouwen woningen heeft de woningcorporatie zich niet alleen
te houden aan de huisvestingsverordening maar ook aan toewijzingsregels van het Rijk:
• Passend toewijzen. Minimaal 95% van de verhuringen moet passend zijn;
• Minimaal 92,5% van de verhuringen van woningen met een contracthuur tot en met de sociale huur-
grens (€ 900,07) moet voldoen aan de staatssteunregeling.
Woonruimteverdeling
Je kan bij een woningcorporatie in de Foodvalley huren als je ingeschreven staat bij Huiswaarts. Daar worden
woningzoekenden geregistreerd en de woningen geadverteerd. Ruim 7.800 mensen uit Ede en Scherpenzeel
zoeken actief een huis. Bij Huiswaarts reageren bijna 25.500 mensen actief op huizen in onze regio. Actief wil
zeggen dat zij minimaal één keer in 2025 op het woningaanbod reageerden.
Ingeschreven woningzoekenden
Bij huiswaarts
Uit gemeente Ede
Uit gemeente Scherpenzeel
Aantal
Percentage
Aantal
Percentage
Aantal
Percentage
Doelgroep
69.568
96,1%
21.649
96,4%
1.308
96,2%
Overig
2.808
3,9%
808
3,6%
51
3,8%
Totaal
72.376
100%
22.457
100%
1.359
100%
Actief woningzoekenden
Bij huiswaarts
Uit gemeente Ede
Uit gemeente Scherpenzeel
Aantal
Percentage
Aantal
Percentage
Aantal
Percentage
Doelgroep
23.482
92,3%
6.932
92,0%
283
91,3%
Overig
1.957
7,7%
599
8,0%
27
8,7%
Totaal
25.439
100%
7.531
100%
310
100%
Tabel 6. Ingeschreven en actief woningzoekenden 2025
Woonstede bood in 2025 aan 901 woningzoekenden een nieuw thuis. We moeten minimaal 92,5% van de wo-
ningen (en kamers) met een huur tot en met de sociale huurgrens van € 900,07 verhuren aan de (primaire en
secundaire) doelgroep. In 2025 waren dat éénpersoonshuishoudens met een inkomen tot en met € 49.669 en
meerpersoonshuishoudens met een inkomen tot en met € 54.847. Zie bijlage 1 voor de omschrijving van de
verschillende doel- en inkomensgroepen. Van onze nieuwe huurders behoorde 98,2% tot die doelgroep. We
voldoen dus ruim aan het vereiste. In Bijlage 1 staat een gedetailleerd overzicht van de toewijzingen per ge-
meente naar huishoudsamenstelling, huishoudinkomen en huurprijs.
Ede
Scherpenzeel
Wageningen
Totaal
Aantal
%
Aantal
%
Aantal
%
Aantal
%
Primaire doelgroep
532
63,2%
25
51%
2
20%
559
62%
Secundaire doel-
groep
296
35,1%
24
49%
6
60%
326
36,2%
Hoger inkomen
14
1,7%
0
0%
2
20%
16
1,8%
Totaal
842
100%
49
100%
10
100%
901
100%
Tabel 7. Verdeling verhuringen naar doelgroep per gemeente in aantal en percentage 2025
13
Ook moet Woonstede aan huurders met een inkomen onder de inkomensgrenzen van de huurtoeslag minimaal
95% van de verhuringen passend toewijzen. Van de verhuringen in 2025 die getoetst zijn, werd in 99,6% van de
gevallen passend toegewezen. Onder passend toewijzen verstaan we een huurwoning met een huurprijs onder
de bij huishoudgrootte en inkomen horende aftoppingsgrens.
Opzeggingen
In 2025 werd van 673 woningen de huur opgezegd. In onderstaande tabel staan de aantallen en de mutatie-
graad per gemeente weergegeven.
Opgezegde woningen per gemeente
Aantal woningen/kamers
Aantal opzeggingen
Mutatiegraad
Ede
10.372
619
6%
Scherpenzeel
696
45
6,5%
Wageningen
88
9
10,2%
Totaal
11.156
673
6%
Tabel 8 Opgezegde woningen per gemeente 2025 met mutatiegraad
Van de verhuringen werd 35% niet geadverteerd. Deze woningen werden verhuurd via instanties die voor-
drachtsrecht hebben, via directe bemiddeling en mensen met een urgentie die direct bemiddeld werden door
Woonstede. Ook zijn er niet geadverteerde woningen verhuurd aan statushouders (zie tabel 11). Van de wonin-
gen die werden geadverteerd ging 37% naar mensen die voorrang hebben op basis van kernbinding, leeftijd
(seniorenwoningen) of urgenten die zelf mochten reageren.
Van de woningen die in 2025 werden geadverteerd, staat in onderstaande tabel de gemiddelde inschrijfduur en
het gemiddeld aantal reacties. Hier zit ook de verhuurde nieuwbouw bij (die overigens voor een deel al in 2024
werd geadverteerd). Het aantal reacties en de benodigde inschrijfduur wordt beïnvloed door het (boven-
staande) gegeven dat 37% van de geadverteerde woningen terecht komen bij nieuwe huurders op basis van
een voorrangsregel.
Aantal reacties en inschrijfduur
Ede
Scherpenzeel
Wageningen
Totaal Woonstede
Gemiddeld aantal reacties
443
465
n.v.t.
444
Gemiddelde benodigde inschrijfduur in jaren
9,4
10,5
n.v.t.
9,4
Gemiddelde actieve zoektijd in jaren
3,8
4,4
n.v.t.
3,8
Tabel 9. Gemiddeld aantal reacties en gemiddelde inschrijfduur in jaren per gemeente in 2025
Statushouders
We streven naar het volledig invullen van de taakstelling voor het huisvesten van statushouders en het inlopen
van de opgebouwde achterstand. In totaal hebben we 287 personen gehuisvest (269 in Ede en 18 in Scherpen-
zeel), daarmee is de gemeentelijke taakstelling voor 2025 gerealiseerd. De achterstand is nog niet geheel gere-
aliseerd, maar wel ingelopen. We verwachten de taakstelling en achterstand in 2026 te realiseren.
Statushouders
Achterstand
01-01-2025
Taakstelling 2025
Geplaatst
Achterstand
31-12-2025
Ede
150
192
269
73
Scherpenzeel
8
16
18
6
Wageningen
0
0
0
0
Tabel 10. Taakstelling 2025, eindstand per 1 januari 2026
14
Studentenhuisvesting
Onze Wageningse collega-corporatie Idealis verzorgt de huisvesting van studenten in Ede. Idealis huurt drie
woongebouwen van Woonstede aan de Hoefweg in Ede; goed voor 260 studentenkamers.
Housing First
In onze prestatieafspraken spraken we af jaarlijks tien woningen in te zetten voor Housing First. In 2025 start-
ten we met het evalueren van Housing First trajecten met het nieuwe stoplichtmodel. Dit leverde veel inzicht
op in de voortgang van trajecten en de kansen tot omklappen van huurcontracten voor cliënten. In één geval
besloten we in 2025 om het contract niet om te klappen. In vier gevallen werd het contract wel omgeklapt. In
alle andere gevallen lopen de trajecten nog. Sinds begin 2025 leveren we weer continu tien woningen voor
Housing First. We verwachten in 2026 blijvend 10 woningen te leveren voor Housing First. We besteden aan-
dacht aan de ontwikkeling van onze kennis van Housing First. Een woonconsulent volgde samen met een col-
lega van de Gemeente Ede, de leergang Housing First. Beiden rondden deze succesvol af.
15
3. Bouwen aan vitale wijken met aandacht voor mensen met een zorgvraag
3.1 Vitale wijken
Een vitale wijk is een veilige, prettige leefomgeving waarin iedereen zich thuis voelt. Waar mensen zich uitge-
nodigd voelen om mee te doen en we samen werken aan duurzaam samenleven. Huurders zijn de ervarings-
deskundigen in hun wijk en maken onderdeel uit van onze ambitie om de vitaliteit en veerkracht in wijken te
behouden of te verbeteren. Iedereen heeft iets bij te dragen, ongeacht leeftijd, zorgvraag, achtergrond of ge-
zinssamenstelling. Om dat talent te herkennen, leren we onze huurders graag beter kennen. Daar investeren
we in. We investeren ook in de relatie met onze professionele partners.
Onze ambitie? Onze huurders waarderen de vitaliteit van hun wijk
met een 8
Om deze ambitie te bereiken streefden we in 2025 de volgende doelstellingen na:
We hebben voor vier wijken een gebiedsactieplan om de leefbaarheid te verbeteren. We sluiten aan
bij de gebiedsagenda’s van de Gemeente Ede;
Experimenteren we met een pilot gericht toewijzen;
Zetten we voor het eerst onze sociale complexkaart in om de leefbaarheid en draagkracht te verbete-
ren. In dit kader gaan we samen met Opella aan de slag met ’sociaal renoveren’ in de Kleefsehoek;
Experimenteren we met de realisatie van een levendige plint, dat doen we op WFC Veld G.
Gebiedsactieplan en gebiedsagenda
Ons doel voor 2025 was voor onze vier wijken wijkwerkgebieden een gebiedsactieplan op te stellen om de leef-
baarheid te verbeteren. Daarbij sluiten we aan bij de gebiedsagenda’s van de Gemeente Ede. We hebben ons
doel gerealiseerd. Van elke wijk hebben we een wijkanalyse die vertaald is naar een wijkuitvoeringsplan voor
2026 en latere jaren. De wijkanalyses hebben we gepresenteerd aan onze stakeholders en aangevuld met hun
input. Dit resulteert in een goede en herkenbare sociale wijkkaart. De uitkomsten hebben we vertaald in een
wijkuitvoeringsplan 2026. Het wijkuitvoeringsplan 2027-2028 en de daarbij behorende meerjaren leefbaar-
heidsbegroting maken we in 2026.
Experiment gericht toewijzen
In 2025 bereikten we, na uitvoerig overleg met de Gemeente Ede, overeenstemming over de uitvoering van dit
experiment. Ook de huurdersbonden stemden in. In november 2025 ondertekenden we de Experimenteer-
overeenkomst met gemeente Ede en konden we de uitrol in 2026 gaan voorbereiden. Het experiment heeft
een duur van twee jaar en we verwachten eind van het eerste kwartaal 2026 de eerste woningen gericht toe te
wijzen op motivatie. In totaliteit verwachten we in 2026 en 2027 80 woningen (10 per woongebouw) op deze
wijze toe te wijzen in zeven flats in de HEZ en in het seniorencomplex de Kleefsehof.
Sociaal renoveren Kleefsehoek
We hebben de in 2024 ontwikkelde tool sociale complexkaart nog niet ingezet en verder ontwikkeld. De be-
hoefte bij de buurt Kleefsehoek is gewijzigd en inzet van de sociale complexkaart bij dit complex is niet meer
gewenst. De wens om hier sociaal te renoveren en de draagkracht te verbeteren is nog actueel. We besloten
om met gericht toewijzen hier invloed op te gaan uitoefenen.
16
Levendige plint
Op het World Food Centre leverde Woonstede 88 appartementen op met een ruimte op de begane grond waar
ontmoeten met de buurt centraal staat. 24 van de appartementen zijn verhuurd aan cliënten van Zorg -op-
maat. Zorg-opmaat heeft hier een uniek woonproject gerealiseerd. Er kunnen 24 volwassenen met een psychi-
sche kwetsbaarheid een nieuwe start maken in een inspirerende en gestructureerde woonomgeving. Op de
begane grond opende Bij Maaten (het grandcafé van Zorg-opmaat) in 2025 een horecagelegenheid waar bewo-
ners uit de wijk elkaar kunnen ontmoeten, waar ook maatschappelijke partners aanwezig kunnen zijn en waar
cliënten van Zorg op Maat kunnen werken in de toekomst. Inmiddels is Bij Maaten de nieuwe hot spot op het
WFC-terrein en is er een zeer levendige plint gerealiseerd.
Achter de voordeur in de hoogbouw
Sinds 2023 bezoekt het outreachend maatschappelijk werk van Achter de Voordeur (ADV) in Hoogbouw Ede-
Zuid bewoners van flats, in 2025 waren dat De Brugge en Van Eekelen.
ADV heeft 75% van de huishoudens bereikt en hulp geboden op bestaanszekerheid, zoals: organiseren van fi-
nanciële regelingen (opbrengst > €20.000,-), aanvragen van zorgtoeslag, voedsel- en kledingpakketten, aanmel-
ding bewindvoering, verwijzing schuldhulpverlening, toeleiding betaald werk, belastingaangiftes, kwijtscheldin-
gen, Meer Meedoen regelingen, aanvragen DigiD, verwijzing huisarts, aanmelding buurtgezinnen, verwijzing
Dien Je Stad, inschrijven Huiswaarts.
ADV realiseerde Vroegsignalering met een bereik van 70% op meldingen van gemeente Ede. Achterstand op
zorgverzekeringen kwam het meest voor (149x) naast energie (35x) en huur (9x). Met hulp van ADV zijn afbeta-
lingsregelingen opgestart. ADV bezoekt hiernaast ook mensen die op de zogenoemde CAK-lijst staan. Dit bete-
kent dat er minimaal zes maanden geen zorgpremie betaald is. ADV heeft de helft hiervan bereikt en hier-
voor is hulp opgestart. ADV leverde veel input voor het Sociaal Maatschappelijk Raamwerk voor het pro-
gramma Hart voor HEZ.
Hart voor Hoogbouw Ede Zuid
In 2025 heeft het programmateam HEZ van Woonstede en gemeente Ede belangrijke stappen gezet in de wijk-
ontwikkeling. Waar in 2024 de basis werd gelegd, stond het afgelopen jaar in het teken van verdieping, partici-
patie en start realisatie.
In juni maakten we de overstap van de gezamenlijke gebiedsvisie naar een concreet programmaplan voor de
periode 2025-2030. Gedurende het jaar stelden we zowel het stedenbouwkundig als het sociaal-maatschappe-
lijk raamwerk op, die richting geven aan de fysieke en sociale ontwikkeling van het gebied. In december werden
beide raamwerken vastgesteld door de gemeente en Woonstede, en nam Woonstede het definitieve sloopbe-
sluit voor de flats Van Eekelen en Merlijn.
Samen met bewoners en huurdersvertegenwoordiging werkten we intensief aan sociale plannen voor deze
flats, waarbij zorgvuldige afstemming centraal stond en de belangen van alle betrokkenen goed zijn geborgd.
Ook organiseerden we diverse bewonersactiviteiten, participatiemomenten en een luisterpanel, wat bijdroeg
aan het versterken van de onderlinge band en het vertrouwen tussen bewoners en samenwerkende partijen.
Op het gebied van fysieke verbeteringen realiseerden we een nieuwe ontmoetingsruimte, knapten het basket-
balveld op, reinigden we het beton en de galerijen aan de buitenzijde van drie flats, realiseerden we scootmo-
bielstallingen bij meerdere complexen en startten met het opschonen van het groen in de openbare ruimte.
Deze zichtbare veranderingen worden breed gewaardeerd in de buurt.
Vooruitkijkend naar 2026 zetten we ons opnieuw in voor de wijk. Het programma HEZ schakelt over van de op-
bouwfase naar de uitvoeringsfase. We starten met de realisatiefase van het herstructureringsproject Hoge Tui-
nen en beginnen met het verhuizen van de eerste bewoners. Daarnaast gaan we aan de slag met het
17
experiment gericht toewijzen, voeren we naast regulier onderhoud ook complexverbeteringen uit en maken
we plannen om de begane grond van de complexen te verbeteren.
Ook starten gemeente en Woonstede de procedure van een partnerselectie. Deze partner moet ons langjarig
helpen bij de uitwerking en realisatie van de fysieke projecten.
Leefbaarheidsmeldingen
Figuur 1 Aantal leefbaarheidsmeldingen per jaar naar locatie 2025
Enkelvoudige of eenvoudige meldingen van bewoners over leefbaarheid handelen we direct af en registreren
we uitsluitend in ons klantvolgsysteem. Figuur 1 geeft het aantal leefbaarheidsmeldingen weer dat niet met
een enkelvoudige handeling af te handelen is. We zien dat het aantal meldingen wat afneemt, dat ligt voorna-
melijk aan de registratie afspraken die gewijzigd zijn. Opvallend is dat het aantal meldingen in de dorpen stijgt.
Dergelijke verschillen nemen niet weg, dat de druk in de wijken hoog blijft. Doordat mensen langer zelfstandig
moeten blijven wonen en hulp soms uitblijft of niet wordt ingeschakeld. Samenleven wordt hierdoor steeds
uitdagender. Het aantal meldingen over mensen met afwijkend gedrag die zorgen voor overlast is hoog. De
problematiek wordt daardoor omvangrijker en ingewikkelder. Ook zien we een toename van agressie in de wij-
ken.
We helpen onszelf en de bewoners door de leefbaarheid in de wijken inzichtelijk te maken om zo de leefbaar-
heid te beheersen en daar waar mogelijk positief te beïnvloeden. Om onze werkdruk beheersbaar te maken
vertellen we bewoners wat onze rol is welke keuzes we maken in wat we wel en niet aanpakken.
Leefbaarheidsfonds
We vinden het belangrijk dat onze huurders wonen in prettige en veilige buurten en wijken. Waar buren elkaar
kennen, rekening houden met elkaar en meehelpen om de woonomgeving schoon, heel, groen en veilig te hou-
den. Uit het leefbaarheidsfonds worden diverse zaken mogelijk gemaakt om de leefbaarheid in buurten en wij-
ken te vergroten. We rapporteren sinds dit jaar op de uitgaven van de verschillende wijken om zo meer zicht
(en grip) te krijgen. Voor de initiatieven van bewoners is een apart bedrag gereserveerd.
18
Uitgaven leefbaarheidsfonds 2025
Bedrag in €
Partnerbijdrage
35.000
Bijdrage bewonerscommissies
10.450
Huur ontmoetingsruimten
13.169
Uitgaven wijk 1 (Veldhuizen/Kernhem)
6.124
Uitgaven wijk 2 (Zuid)
8.348
Uitgaven wijk 3 (Buitendorpen)
10.792
Uitgaven wijk 4 (Centrum)
5.948
Bewonersinitiatieven
9.354
Andere initiatieven
22.870
Totaal
122.055
Tabel 11. Uitgaven leefbaarheidsfond 2025 (hele euro's)
Bewonersinitiatieven Leefbaarheidsfonds
Het leefbaarheidsfonds biedt actieve bewoners de mogelijkheid om met een financiële bijdrage initiatieven te
realiseren die hun buurt prettiger, socialer en aantrekkelijker maken. Sinds vorig jaar beoordelen woonconsu-
lenten zelfstandig aanvragen tot € 250. Aanvragen boven dit bedrag worden ter beoordeling voorgelegd aan de
commissie Leefbaarheidsfonds, die toetst aan de wettelijke kaders.
In 2025 werden bij Woonstede 21 aanvragen ingediend. Daarvan hebben we 19 aanvragen positief beoordeeld
en 2 afgewezen: één vanwege wettelijke beperkingen en één doordat een proefproject rondom gezamenlijk
koken niet succesvol bleek. In totaal hebben we 9.354 toegekend aan bewonersinitiatieven. Dit is bijna drie
keer zoveel als in 2024.
De meeste aanvragen betroffen de aanschaf van praktische materialen voor ontmoetingsruimten. Ook werden
bijdragen verstrekt voor de huur van materialen voor kleinschalige buurt- en complexactiviteiten. Door initia-
tieven actief te delen via sociale media kreeg het leefbaarheidsfonds extra zichtbaarheid, wat heeft bijgedragen
aan de betrokkenheid van bewoners. Het leefbaarheidsfonds blijft daarmee een waardevol instrument om be-
wonersinitiatieven te stimuleren en de leefbaarheid in onze buurten te versterken.
Partnerbijdrage en samenwerking
Vitale wijken maken we niet alleen. Sterker nog: dat kunnen we niet alleen. Daarom werken we samen en in-
vesteren we in de relatie met onze professionele partners. Ook in 2025 hebben we samen met Stichting Pre-
sent, Netwerk Dien je Stad, Krajicek Foundation en buurtbemiddeling mooie dingen kunnen realiseren voor
onze huurders.
Stichting Present
In 2025 hebben vrijwilligers van Stichting Present zich ingezet in en rondom 45 huurwoningen in Ede. In totaal
waren 343 vrijwilligers actief in 102 projecten en besteedden duizend vrijwilligers uren om huurders te helpen
met hun tuinonderhoud, schoonmaken, vloer leggen, schilderen, behangen of verhuizen.
Naast projecten vond er in december een kerstactie plaats waarbij pakketten gemaakt en bezorgd zijn door
vrijwilligers op 40 verschillende adressen. Vrijwel al deze pakketten kwamen terecht bij een huurder van
Woonstede.
19
Dien je Stad
Bijna 18.000 vrijwilligers van Dien je Stad hebben bijna 30.000 uur bijgedragen om mensen hulp te bieden en
met elkaar in contact te brengen. Van alle hulpontvangers zijn onze huurders. Met de inzet van veel jongeren
en andere betrokken vrijwilligers bereikte Dien je stad duizenden inwoners. Mensen die zich eenzaam voelden,
nieuw waren in Nederland, extra hulp konden gebruiken in het dagelijks leven of simpelweg iemand zochten
die naast hen stond. Hun projecten Netwerk Dien je Stad, Medebuur (voorheen CVVE), Laten we Welzijn,
Maatjes Meer dan Huiswerk en MDT Dien je Stad vormden samen een stevig netwerk waarin ontmoeting, prak-
tische hulp en persoonlijke aandacht centraal stonden.
Krajicek Foundation
Het partnership met Krajicek Foundation zorgt ervoor dat de programmering op de Playground de komende
jaren kan blijven. Samen met Sportservicebedrijf de Vallei en Malkander, die buurtsportcoaches namens de
gemeente Ede leveren, én de gemeente Ede zelf, trekken Woonstede en de Foundation met elkaar op voor
meer kansengelijkheid en om de leefbaarheid in de wijk te vergroten.
Buurtbemiddeling Ede
We werken actief samen met Buurtbemiddeling Ede die twintig bemiddelaars hebben die zich vrijwillig actief
inzetten in de gemeente Ede. Een korte terugblik op 2025 leert ons:
Van de 115 meldingen bij Buurtbemiddeling kwamen er 55 van Woonstede. Dat is twee keer zoveel als
in 2024;
Ede-west is structureel de wijk met de meeste meldingen, gevolgd door Bennekom, Maandereng en
Oud-Zuid;
Bijna de helft van de klachten gaat over geluidsoverlast. Er was een toename van meldingen over tui-
nen, dieren, stookgedrag en parkeren, zeker bij mooi weer;
In veel gevallen speelt onbegrepen gedrag een rol. Het aantal meldingen hiervan bleef gelijk. Het aan-
tal meldingen over overbewoning, onderverhuur en woonfraude nam toe. Het algemene beeld is dat
het veel kwetsbare bewoners betreft;
Taal- en cultuurverschillen zijn een belangrijke factor in conflicten tussen buren;
Lang niet alle zaken gaan alleen over de inhoud, maar over erkenning en communicatie;
Buurtbemiddeling constateert dat buren zich pas melden als de spanningen al langere tijd spelen. Te-
gelijkertijd zien de bemiddelaars dat een goed gesprek op het juiste moment veel kan betekenen.
Buurtbemiddeling Scherpenzeel
Buurtbemiddeling Scherpenzeel wordt gefaciliteerd door Welzijn Barneveld. In de gemeente Scherpenzeel ont-
ving Buurtbemiddeling 8 meldingen waarvan een keer werd doorverwezen door Woonstede. Onbekend is nog
of de bemiddeling succesvol was.
20
3.2 Wonen en zorg
Wat is onze meerjarige koers?
Iedereen heeft recht op een thuis. Voor sommigen is dat door een zorg- of hulpvraag een grotere uitdaging dan
voor anderen. Deze groep groeit. Daarom verbinden we wonen en zorg. Dat doen we in de huidige woning als
dat kan. Als dat nodig is doen we dat in een meer geschikte woning in een omgeving met voorzieningen die
aansluiten bij de behoefte van onze huurders. We noemen dit woonzorgzones.
De gemeenten en regio hebben de integrale woonzorgopgave steeds beter in beeld. In de herijking van de regi-
onale woondeal krijgt wonen en zorg ook een duidelijke positie.
Het uitgangspunt is dat onze huurders zo lang mogelijk kunnen blijven wonen in hun vertrouwde huis en omge-
ving. Verhuizen is pas aan de orde als de huurder dat wenst of de zorg dat noodzakelijk maakt. Dat betekent
ook dat we de netwerken in onze wijken intensiveren, zodat we zo dicht mogelijk op de (ontwikkeling van de)
zorgvraag van de mensen zitten. Dat daagt ons uit om creatief te zijn met de inzet van huizen, thuiszorg, intra-
murale zorg en inzet van medewerkers in zorg, welzijn en huisvesting. De zorg is daarbij de verantwoordelijk-
heid van onze partners, zij zijn te gast in het huis van onze huurder. Het wonen is de taak van Woonstede.
Onze ambitie? Het aantal huurders dat woont in een woning die
aansluit bij hun (toekomstige) zorg- of hulpvraag groeit
Om deze ambitie te bereiken streefden we in 2025 de volgende doelstellingen na:
We blijven in gesprek met onze partners, versterken onze samenwerking en sluiten aan bij de geza-
menlijke kwalitatieve en kwantitatieve woonzorgopgave;
We bezoeken minimaal 300 seniore huurders met de vraag of ze nog fijn wonen;
We wijzen een nieuwe woonzorgzone aan op basis van de evaluatie van de woonzorgzones Veldhui-
zen en Scherpenzeel.
Samenwerking
Buiten het intensiveren van de contacten met onze bestaande ketenpartners, nemen we deel aan diverse plat-
forms en netwerken. Deelname aan de coalitie Vitale Gelderse Vallei is hier slechts een voorbeeld van. We zijn
zowel één op één als via platforms en netwerken actief in gesprek met onze bestaande ketenpartners. De focus
is hierbij dit jaar vooral uitgegaan naar de “grotere” partners. Met hen evalueren we onze samenwerking, onze
doelstellingen en onze ambities en zoeken samen naar kansen om de woonzorgopgave te realiseren.
Bezoek van seniore huurders
Onze adviseurs seniorenhuisvesting hebben in 2025 262 huisbezoeken afgelegd, ruim 100 meer dan het jaar
ervoor. We behaalden niet ons doel van 300 gesprekken. Dat is verklaarbaar uit een betere screening vooraf en
de focus op een jongere groep senioren (65+) die minder interesse hebben dan de 75+ huurders.
Bezoeken komen voornamelijk voort uit het versturen van brieven. We zien dat de respons hierop langzaam
afneemt. We hebben in 2025 vier keer zoveel brieven gestuurd dan in 2024. Dat komt deels omdat in sommige
wijken, bijvoorbeeld het Centrum, senioren vaker geschikt wonen en dus geen behoefte hebben aan een ad-
viesgesprek.
De huisbezoeken brengen veranderingen te weeg. De persoonlijke benadering en de praktische en emotionele
hulp bij het proces van verhuizen zijn succesfactoren. In 2025 zijn er 51 seniore huurders verhuisd. In 2024 wa-
ren dat er 34. Op die manier kwam er ook 15 uitpondwoningen vrij. Onze benadering leidt ook tot meer con-
tact met huurders die anders onzichtbaar bleven voor hulp. Zo krijgen meer huurders bijvoorbeeld hulp van de
21
WMO-consulenten van de gemeenten en vrijwilligersorganisaties. Wij op onze beurt krijgen vaker contact met
huurders via Malkander en huisartsen.
In 2026 verwachten we minder huisbezoeken af te leggen. We hebben inmiddels een kleiner team en we zien
dat de behoefte aan adviesgesprekken afneemt. We onderzoeken in 2026 hoe we in de toekomst onze senio-
ren, binnen onze bestaande processen, het beste kunnen adviseren en ondersteunen in hun huisvestingsvraag-
stukken.
Aanwijzen woonzorgzones
We hebben twee woonzorgzones: in Veldhuizen en Scherpenzeel. Het doel van een woonzorgzone is dat we in
één zone voldoende passende woningen hebben die de hele wooncarrière aansluiten bij de woonbehoeften
van de huurder. Om het functioneren van het woonzorggebouw goed te kunnen beoordelen is een langere tijd
nodig. Pas na enkele jaren kan beoordeeld worden of de “community” tot wasdom is gekomen.
Het thema woonzorgzone is onderdeel van het afwegingskader nieuwbouw in de initiatieffase. In 2025 hebben
we geen nieuwe woonzorgzone aangewezen. In 2026 beoordelen we of er voldoende ruimte en aanleiding is
nieuwe woonzorgzone aan te wijzen en te ontwikkelen.
Op het World Food Centre hebben we 24 zorgwoningen voor mensen met een vorm van autisme opgeleverd.
Door het type zorg dat hier verleend wordt beschouwen we dit niet als de realisatie van een woonzorgzone.
Maar we voegen hiermee wel een nieuwe zorgverlener toe en een mooie vorm van zelfstandig wonen met be-
geleiding voor een groeiende groep van zorgvragers.
Scootmobielstallingen
Steeds meer huurders maken gebruik van een scootmobiel of driewielfiets om mobiel te blijven. We hebben
inmiddels 645 scootmobielstallingen. In 2025 gaven we ongeveer € 120.000 uit om stallingen te maken of aan
te passen bij onder andere Kleefsehoek, Weerdestein, Hoogbouw zuid: De Elskamp, de Bruggen en Groot
Derxsgoed. Al deze scootmobielstallingen maken we brandveilig.
Woningtoewijzing
Naast de directe verhuur aan zorg- en welzijnsorganisaties heeft Woonstede ook afspraken op het gebied van
voordrachtrecht. Dit recht kende de gemeenten toe en staat vermeld in de huisvestingsverordening. Als een
woning vrijkomt, draagt de organisatie een huurder voor. Hierdoor behoudt de woning de functie waarvoor
deze bedoeld en ontwikkeld is.
22
Locatie
Organisatie
Aantal woningen
Agaatstraat Ede
Fokus
12
Opaalstraat Ede
Compleet Mensenwerk
13
Bospoort Ede
Careander
12
Leeghwaterstraat Ede
Johanniter opvang
26
Meidoornlaan, Ereprijs en Wilgeroosje Bennekom
Eleos
4
Hoefweg Ede
RIBW
11
Barones van Lyndenlaan Bennekom (Machtella)
Opella
33
Hendrik van Poelwijcklaan Bennekom (Cornélie)
Opella
101
Oost-Breukelderweg Bennekom (Walraven)
Opella
68
Veldjesgraaf en Rietstraat Ederveen
Opella
20
Smachtenburgerhof Harskamp (Metje)
Opella
10
Pollenstein Ede (De Pleinen)
Vilente
9
Victoriastein Ede
Vilente
40
Brummelweg Otterlo (Eureka)
Dorpscoöperatie Otterlo
28
Hoefweg Ede
Malkander (Kamers met Kansen)
20
Kleine Schoorsteenplein Ede
STOER
8
Hof van Sint Pieter Bennekom (Timanshof)
Stichting Zuid-Veluwe
103
Hofrustlaan Bennekom (Aleidahof)
Stichting Zuid-Veluwe
50
Rooseveltweg Wageningen (Rosenbrink)
Stichting Zuid-Veluwe
88
Erasmusstate, Hegelstate en Kantstate Ede
Centraal Wonen Wonenwij
46
Staatsliedenbuurt en Groene Hart Lunteren
Moluks Platform
68
Vijverlaan Scherpenzeel
Zorggroep ENA
21
Parklaan/Dorpsstraat Scherpenzeel
Experiment Weijdelaer
48
Bataljonlaan Ede
Zorg op Maat
24
Totaal
863
Tabel 12. Overzicht woningen met voordrachtrecht
Toegankelijkheid
Van de totale portefeuille is bijna 52 procent een nultredenwoning. We hanteren hierbij de definitie nultreden-
woningen van de Autoriteit woningcorporaties.
Hieronder staat hoeveel woningen we hebben (A) voor verschillende doelgroepen en de verhuringen aan die
doelgroepen in 2025 (B). Zie Bijlage 1 voor een uitsplitsing naar gemeente. We wezen in 2025 205 nultreden-
woningen toe aan 55+’ers. Daarvan waren er 40 woningen met zorg.
Totaal Woonstede
A
Soort woning
Jaar 2025
Woningen geschikt 65+
Omvang nultreden
5.778
2.247
B
Woonvormen specifieke doelgroepen
Omvang
Verhuringen 2025
Specifieke doelgroepen
2.540
205
Aangepaste woning
25
11
Tabel 13. Beschikbaarheid en toewijzingen specifieke doelgroepen
23
4. Bouwen aan duurzame en kwalitatief goede woningen
4.1 Duurzaamheid en Kwaliteit
Wat is onze meerjarige koers?
Door verduurzaming en verbetering van bestaande woningen verhogen we het comfort, verlagen we de ener-
gievraag én dragen we bij aan meer woontevredenheid. We werken daarmee ook aan het welzijn van toekom-
stige generaties. Van oudsher is Woonstede een voorloper op het gebied van kwalitatief duurzame woningen.
Onze richting blijft ongewijzigd, maar de vraag is in hoeverre we die voorlopersrol de komende periode kunnen
blijven vervullen. Om die vraag te beantwoorden moeten we eerst onze data op orde hebben en kunnen moni-
toren. Daarom werken we nu aan het in beeld brengen van de (potentiële) CO2-reductie.
Onze nieuwbouwwoningen zijn van goede kwaliteit. Bestaande woningen upgraden we gefaseerd, waardoor de
kwaliteit van de woningen op een hoger niveau komt dan toen ze destijds werden gebouwd. Het uitgangspunt
is dat iedereen zich thuis voelt in hun eigen woning en de woontevredenheid overal even hoog is. Woontevre-
denheid gaat ook over trots en herkenbaarheid. Daarom kijken we ook naar de esthetiek van huizen en woon-
gebouwen en werken we aan een groene woonomgeving. Dit zorgt voor een aantrekkelijke wijk waar mensen
graag willen wonen.
Onze ambities? We besparen 5% CO
2
per jaar & onze huurders ge-
ven een 7,5 voor woontevredenheid, dat is een half punt hoger dan
landelijk gemiddeld
Om deze ambities te bereiken streefden we in 2025 de volgende doelstellingen na:
Maken we op verzoek van de huurder of bij mutatie de woning geschikt voor aardgasloos koken. In
2025 verwachten we tussen de 500 en 800 woningen op te pakken;
Vervangen we bij 300 woningen één of meer kozijnen met enkel glas;
Verbeteren we 80 woningen met een EFG-label. We gaan daarmee van 358 naar 278 woningen met
een EFG-label;
Maken we in minstens één project gebruik van biobased materialen om de huizen te isoleren.
Gasloze woningen en zonnepanelen
We maken op verzoek van de huurder of bij mutatie de woning geschikt voor aardgasloos koken. In 2025 heb-
ben we bijna 300 aansluitingen gerealiseerd, dit zijn er minder dan voorgaande jaren omdat we deze aanpas-
sing op steeds meer adressen al op een eerder moment hebben uitgevoerd. In 2025 zijn er geen complexen van
het gas af gegaan. Er is wel sprake van een beperkte toename van gasloze woningen. Dit komt doordat elke
nieuwbouwwoning gasloos is. Door de sloop van de woningen in de Wethoudersbuurt hebben we 108 gasaan-
sluitingen minder. Daar komen gasloze woningen voor terug. Ruim 35 procent van onze woningen is aangeslo-
ten op het warmtenet. Elektrische warmtepomp 1,8%. 25,7% volledig aardgasloos (Nederland 13%).
In 2025 vervingen we in Kernhem eerste generatie zonnepanelen voor moderne zonnepanelen. Ook kunnen
bewoners die in het verleden niet deelnamen nu wel voor zonnepanelen kiezen. Dit project ronden we in 2026
af. In de onderhoudsprojecten nemen we nu geen zonnepanelen mee vanwege de impact van de afschaffing
van de salderingsregeling en de netcongestie.
24
Figuur 2 Verdeling van de ontwikkeling 2022-2025 van de prelabels (energielabels). (Bron Aedes datacentrum)
Enkel glas
We vervangen bij 500 woningen één of meer kozijnen met enkel glas. Wanneer een complex nog enkelglas be-
vat wordt deze met groot onderhoud vervangen. Soms zit er in een complex waar we komende tijd geen groot
onderhoud hebben nog enkelglas in een enkele woning. Bij 54 van dit soort woningen is in 2025 al het enkel-
glas en oude dubbelglas voor HR++ glas vervangen. In 2026 worden in ieder geval nog 47 van dit soort wonin-
gen aangepakt. Ook onderzoeken we hoe we enkelglas kunnen gaan vervangen bij appartementen en VvE’s.
Uitfaseren slechtste energielabels
We werken volgens de Nationale Prestatieafspraken tot en met 2028 aan het uitfaseren van woningen met een
EFG-label. In 2024 hadden 363 woningen een EFG-label. Per januari 2025 waren dat er nog 156. We zijn goed
op weg. In elk onderhoudsproject worden er wel EFG-labels weggewerkt. In de nazorgfase van onderhoudspro-
jecten wordt ook het energielabel geüpdatet. De projecten van 2025 zijn nog niet afgemeld. Op 1 december
2025 zijn er nog 176 EFG-labels.
We merken in 2025 dat het lastiger wordt om het aantal EFG-labels te verminderen. Dit komt door de striktere
verantwoording voor het afmelden van (individuele) woningen. Hierdoor kunnen we onze eerdere verduurza-
ming (veelal van gestapelde complexen) niet altijd omzetten naar een ‘beter’ label. Met andere woorden: de
woning is goed geïsoleerd, maar heeft geen beter label gekregen. Over deze belemmeringen in het beoordelen
van de energieprestatie zijn we in gesprek met onze brancheorganisatie.
Biobased isoleren
Een bijzonder innovatief aspect van onze verduurzaming is de samenwerking met lokale boeren voor biobased
bouwmaterialen. Eén van de nieuwe ontwikkelingen is het toepassen van biobased materialen van lokale pro-
ducenten. Boeren in de regio verbouwen dan de gewassen voor onze bouwmaterialen: van land tot pand.
Ons project in de Indische Buurt is daar een mooi voorbeeld van: bij twaalf woningen isoleerden we met bioba-
sed materialen. Deze pilot staat symbool voor onze ambitie, die we moeten uitwerken en in uitvoering bren-
gen. Ook hebben we de afgelopen jaren kleinschalig al ervaring opgedaan met houtbouw en we willen dit in de
toekomst verder uitbreiden.
A++(++)
A+
A+
A
A
B
B
C
C
D
D
E
E
F
F
G
G
0
500
1.000
1.500
2.000
2.500
3.000
3.500
4.000
4.500
2022 2025
25
Duurzaamheid
Onze visie op duurzaamheid en de koers tot 2030 hebben we in 2025 afgerond. Ons doel is 5% CO
2
-reductie
per jaar. Ons aandeel woningen met een groen label stijgt gestaag en langzaam maar zeker daalt ons primair
fossiel energieverbruik (EP2). De Energetische Prestatie is het primair fossiel energieverbruik (EP2). De Energe-
tische Prestatie wordt uitgedrukt in kWh/m
2
/jaar, net zoals de voormalige Energie Index, maar is vooral geba-
seerd op verminderde energie-uitstoot. We volgen onze ontwikkeling via de Aedes-benchmark (zie pagina 67).
Woningveiligheid
Onze huizen zijn gebouwd volgens destijds geldende regelgeving, vergunningen en woonwensen. In de loop der
tijd zijn de eisen gewijzigd en/of strenger geworden. We waarderen woningen gefaseerd op naar een kwali-
teitsgraad die hoger is dan toen de woningen werden gebouwd.
De betonconsoles en galerijplaten van de hoog- en middelhoogbouwcomplexen inspecteren we ieder jaar op
beschadigingen als chloride, betondekking en carbonatie. Eventuele betonschade herstellen we snel na consta-
tering. Eind 2023 constateerden we zo dat het kathodisch beschermingssysteem bij vier hoogbouwflats onvol-
doende werkt. Bij de Bellefleur zijn de problemen opgelost, de Bellevue blijven wij monitoren. Voor de Brugge
en Willem Maris zijn wij nog bezig met een herstelplan.
We saneren asbest tijdens het planmatig en dagelijks onderhoud en de verduurzaming van woningen. We doen
dat bij de elementen die we onderhouden. Risicovolle toepassingen van asbest verwijderen wij direct. Asbest
dat niet direct een risico vormt, blijft zitten tot het einde van de levensduur van de woning of het onderdeel
ervan. Als dit asbest is verwijderd, noemen we de woning asbestveilig. In 2036 willen we dit doel behalen voor
alle woningen. Eind 2025 voldoet 57% van de portefeuille aan deze doelstelling.
Begin 2023 zetten we samen met onze adviseur en uitvoerende partners alle uitgangspunten voor vluchtveilige
woningen op een rij. Daarna startten we met de uitvoering. De bulk van de woningen hebben we in 2024 al uit-
gevoerd. In 2025 resteerde nog een flinke opgave. In sommige gevallen krijgen we moeilijk contact met de be-
woners of gaat het om VvE’s. Daar worden de maatregelen verdeeld over verschillende jaren, omdat er toe-
stemming van de leden nodig is voor maatregelen in de gemeenschappelijke delen. We hadden eind 2025 nog
66 woningen waar nog vluchtveiligheidsmaatregelen uitgevoerd moeten worden. In 2026 checken we onze
data en als uit die inventarisatie blijkt dat er vanuit het verleden nog maatregelen met een hoog risico open-
staan, dan hebben we budget gereserveerd om deze maatregelen direct uit te voeren.
Woningkwaliteit
KWH doet een jaarlijkse steekproef naar de ervaren woningkwaliteit. Ons doel is een score van 7,5. De vraag
die KWH aan huurders stelt is: “Wat vindt u van de kwaliteit van de woning? Geef een rapportcijfer”. Onze
huurders gaven Woonstede een beoordeling van gemiddeld 7,46 ten opzichte van 6,87 in Nederland. De 7,46 is
hoger dan de 7,11 van 2024. In onderstaande figuur is de spreiding van de door huurders gegeven cijfers te
zien. Daarin is te zien dat Woonstede in vergelijking met de sector hoger wordt beoordeeld in de deelscore 8
tot en met 10. In de deelscore 1 tot en met 5 en 6 & 7 scoort Woonstede lager. Wat dus positieve scores zijn.
Ten opzichte van 2024 zijn er meer huurders die een 8 t/m 10 geven (55,2% tegenover 47% in 2024).
Figuur 3 Vergelijking ervaren woningkwaliteit Woonstede met Nederland
26
4.2 Onderhoud en investeringen
In 2025 hebben we de in 2024 ingezette verbeterslagen in het onderhoud verder doorgevoerd. De aandacht lag
daarbij op het daadwerkelijk toepassen van de verbeterde werkwijzen in de praktijk. De aangescherpte plan-
ning van het planmatig onderhoud en de kwalitatieve verbeteringen van de woningen is in 2025 leidend ge-
weest bij de uitvoering. Dit heeft bijgedragen aan een beter voorspelbaar onderhoudsprogramma en meer sa-
menhang tussen onderhoud en verbeteringen.
De in 2024 gemaakte afspraken met aannemers voor het dagelijks onderhoud en het herijkte prijzenboek zijn
in 2025 volledig van kracht geweest. Hierdoor kregen we meer grip op zowel de kwaliteit als de kosten van de
onderhoudswerkzaamheden. Afwijkingen ten opzichte van de begroting konden sneller worden verklaard en
waar nodig bijgestuurd.
In 2025 is daarnaast een belangrijke stap gezet met de inrichting en het gebruik van het nieuwe ERPsysteem.
Dit systeem ondersteunt ons bij het planmatig werken en bij het beter benutten van beschikbare data. Door
meer gebruik te maken van dataanalyses, in combinatie met informatie uit de continue conditiemeting van
onze complexen, zijn we beter in staat gebleken om het benodigde onderhoud realistisch te begroten en te
plannen. Dit draagt bij aan het duurzaam op peil houden van de kwaliteit van de woningen.
Een belangrijk onderdeel hierin is het vroegtijdig registreren van verplichtingen. Hierdoor hebben we eerder
inzicht gekregen in de kostenontwikkeling ten opzichte van de begroting. Dit maakt het mogelijk om sneller af-
wijkingen te analyseren en gerichter bij te sturen. Deze werkwijze heeft in 2025 bijgedragen aan een betere
beheersing van de onderhoudslasten en een transparanter financieel beeld.
De onderhoudslasten over 2025 laten daarmee zien dat de verbeteringen in processen, informatievoorziening
en sturing hun effect hebben. De gerealiseerde kosten sluiten beter aan bij de gemaakte keuzes en de ambities
voor kwaliteit en betaalbaarheid van het bezit.
In 2025 zijn onze onderhoudslasten als volgt:
Tabel 14. Verdeling onderhoudslasten 2025
In totaal hebben we een onderschrijding ten opzichte van de begroting van 6 miljoen euro. Deze onderschrijding
is onder andere het gevolg van lagere kosten voor mutatieonderhoud. In 2025 hadden we minder mutaties dan
begroot en de kosten per mutatie waren lager dan begroot.
We hebben minder uitgegeven aan planmatig onderhoud. Een project voor planmatig onderhoud is geclassifi-
ceerd als ingrijpende verbouwing waardoor de onderhoudskosten als verbetering mogen worden gezien.
Omschrijving * 1.000
Planmatig en groot onderhoud 20.400
Mutatieonderhoud 2.700
Overig dagelijks onderhoud 3.200
Totaal 26.300
Begroot 32.300
27
Daarnaast hebben we minder uitgegeven aan de vervanging van cv-installaties. In 2025 hebben we onder meer
planmatig onderhoud uitgevoerd in de Indische Buurt in Ede, in de wijk ‘de Maatjes’ in Scherpenzeel en startten
we een project in het complex ‘Roosebrink’ in Wageningen. Bij deze projecten hebben we veelal tegelijkertijd
verbeteringen in de complexen aangebracht in het kader van duurzaamheid. Daarnaast pleegden we onderhoud
aan de betonconstructie van het complex ‘Bellefleur’ in Ede. Hier vervingen we de betonconsoles van de galerij-
vloeren.
Dit brengt ons bij het overzicht van de uitgevoerde verbeteringen in 2025. Op totaalniveau zijn deze als volgt:
Tabel 15. Uitgevoerde verbeteringen 2025
De onderschrijding van de begroting van de verbeteringen kent drie belangrijke oorzaken. In de eerste plaats is
bij een complex gedurende het jaar de strategie gewijzigd. Waar eerst werd ingezet op verduurzaming, is uitein-
delijk gekozen voor instandhouding. Hierdoor zijn geplande verbeteringsinvesteringen niet tot uitvoering geko-
men.
Daarnaast is minder uitgegeven aan brandveiligheidsmaatregelen binnen het bezit van Woonstede dat onder-
deel is van een VvE. Deze kosten worden binnen de VvE gedragen en maken daarmee geen onderdeel uit van de
begroting van Woonstede, wat leidt tot een lagere realisatie op dit onderdeel.
Tot slot is een groot verduurzamingsproject gefaseerd en opgesplitst over 2025 en 2026. Een deel van de werk-
zaamheden en bijbehorende uitgaven is hierdoor doorgeschoven naar 2026.
De verbeteringen die we hebben uitgevoerd betreffen vooral de verduurzaming van woningen in De Maatjes in
Scherpenzeel, de Roosebrink in Wageningen, de Indische Buurt in Ede. Daarnaast zijn 2 woongebouwen voorzien
van zonwering.
Omschrijving * 1.000
Dagelijks onderhoud 300
Veiligheid 700
Kwaliteit 25.800
Energietransitie en milieu 1.100
Hoogbouw Zuid 50
Totaal 27.950
Begroot 32.300
28
5. Bouwen aan een sterke organisatie met hart voor de huurder en oog voor
de omgeving
5.1 Een sterke organisatie
Onze lange termijn ambitie: onze medewerkers waarderen het wer-
ken bij Woonstede met een 8.
Om deze ambitie te bereiken streefden we in 2025 de volgende doelstellingen na:
Hebben we een strategie voor werving en selectie + strategie arbeidsmarktcommunicatie;
Hebben we een strategisch communicatieplan;
Voeren we ons volgende medewerkersonderzoek uit (opvolgend uit 2023);
Doorlopen we een leiderschapstraject dat bijdraagt aan het vergroten van het werkplezier en mede-
werkerstevredenheid;
Optimaliseren we onze dienstverlening door de inrichting van Embrace verder te verbeteren (zaakge-
richt werken, SSS);
Zet Team Klantenservice de eerste stappen in een brede gebiedsgerichte verdeling.
Organisatiestructuur
De organisatiestructuur staat als een huis. Eind 2025 waren nagenoeg alle functies ingevuld, op de Teammana-
ger Sociaal Beheer & Leefbaarheid na. Deze functie is per april 2026 ingevuld. In 2026 gaan we verder onder-
zoeken of we naast hiërarchisch leidinggeven ook meer met functionele aansturing gaan werken.
Organogram Woonstede
Figuur 4. Organogram 2025
29
Worldclass Workplace
Woonstede heeft, net als in de voorgaande twee jaar, ook in 2025 van Effectory de Worldclass Workplace
award ontvangen. We zijn hier heel erg blij mee. Effectory denkt dat organisaties waar medewerkers gewaar-
deerd worden beter presteren. Wij zijn blij dat medewerkers graag bij Woonstede werken. Het label is niet te
koop en is gebaseerd op de feedback van medewerkers.
Strategieën voor werving & selectie en arbeidsmarktcommunicatie
We zijn begonnen met het opstellen van een nieuwe arbeidsmarktstrategie, waarbij we zorgvuldig hebben ge-
keken naar de huidige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de behoeften van onze organisatie. In 2026 wer-
ken we deze strategie verder uit en zorgen we ervoor dat het management en de ondernemingsraad worden
meegenomen in het proces. Naar verwachting kunnen we medio 2026 de nieuwe arbeidsmarktstrategie afron-
den en implementeren, zodat we klaar zijn voor de toekomstige uitdagingen op het gebied van werving en be-
houd van medewerkers.
Strategisch communicatieplan
Na onze huisstijlvernieuwing in oktober 2024 stelden we een communicatievisie op. Daarin staat aan welke uit-
gangspunten communicatie van Woonstede moet voldoen. De nieuwe kernwaarden zijn vertaald in de uit-
gangspunten. Zo borgen we dat onze communicatie bijdraagt aan onze identiteit en imago, en zorgt het voor
consistentie. De communicatievisie is getoetst bij het MT en kader. Zij geven aan blij te zijn met de uitwerking
en het voldoet aan de verwachtingen én behoefte. Voor 2026 staat op het programma om meer aandacht te
besteden aan het laten landen van de visie in de teams en afdelingen.
Leiderschapstraject
In 2024 startten we ons leiderschapstraject op onder leiding van Nolost. Heel 2025 besteedden we aandacht
aan dit traject. Alle kaderleden doorliepen samen meerdere leiderschaps- en intervisiedagen. Hierin stonden
onze leiderschapswaarden: ontmoeten, verbinden, richting en ruimte centraal. Het traject zorgde voor groei in
de onderlinge verbinding en samenwerking. Het was een waardevol traject. In 2026 loopt de intervisie door en
gaan we aan de slag met de borging.
Verbetering van Embrace
In 2025 hebben we meerdere zogenoemde zaken geïmplementeerd in Embrace, ons klantrelatiesysteem. Hier-
door kunnen huurders de voortgang van het proces zien. Zo hebben we een zaak voor het bestellen van sleu-
tels of druppels, het proces van huur opzeggen en het proces voor een nieuwe huurder. Bij de twee laatstge-
noemde werken we ook met een verhuurbegeleider die de woning volgt van opzegging tot nieuwe verhuring
en het aanspreekpunt voor de huurder is.
Klantenservice werkt gebiedsgericht
Sinds juni 2025 werkt de Klantenservice in een gebiedsgerichte indeling. De systemen zijn hierop ingericht en
de medewerkers zijn ingedeeld in gebiedsteams. Binnen het gebied zijn zij verantwoordelijk voor het beant-
woorden van de huurdersvragen en het uitvoeren van de verhuuradministratie. 2025 hebben we gebruikt om
te wennen aan de gebiedsgerichte indeling. Vanaf 2026 gaan we per wijk aan de slag het bezit beter te leren
kennen en de verbinding met andere teams die in hetzelfde gebied werken te optimaliseren.
Arbeidsvoorwaarden
Meerdere medewerkers van Woonstede zijn actief betrokken bij de vakbonden en één zat namens een vak-
bond aan de onderhandelingstafel voor de nieuwe cao, die per 1 april 2025 inging. Per 1 januari 2026 gaat het
pensioenfonds SPW over naar het nieuwe pensioenstelsel. Alle medewerkers hebben in het najaar hierover
30
voorlichting gekregen van het SPW. Ook ging een aantal medewerkers in gesprek met de consultant over de
eigen situatie. In het najaar zijn de bureaus vervangen en stoelen gerefurbished en kregen medewerkers voor-
lichting over meer bewegen en ergonomische instructies over het goed instellen van hun werkplek.
Opleiding, loopbaanontwikkeling, deskundigheidsbevordering
In 2025 is het opleidingsbeleid vernieuwd. Naast het afdelingsbudget en loopbaan ontwikkelbudget kunnen
medewerkers nu ook maatwerk afspraken maken, als er een gedeeld opleidingsbelang is vanuit de medewer-
ker en de organisatie.
De ontwikkeling en interne doorstroming van medewerkers is een belangrijk middel om voldoende gekwalifi-
ceerde medewerkers te houden. Dit jaar is ons leermanagementsysteem verder ingericht met een veiligheids-
matrix en leerlijnen voor de functies vakman en opzichters. Zo borgen we dat iedereen goed opgeleid is en de
nodige veiligheidsopleidingen periodiek volgt, zoals VCA, BHV, brandveiligheid, omgaan met agressie, en.d..
In juni 2025 is de tweede Woonstede educatieve dag georganiseerd voor alle medewerkers. Met inspiratieses-
sies over Veerkracht, biobased bouwen, ons financiële huishoudboekje, ontwerpen voor ontmoeten en 10 an-
dere interessante interactieve inspirerende workshops.
Medewerkers hebben diverse functie gerelateerde opleidingen gevolgd. Meerdere collega’s verdiepen zich in
hoe ze AI goed kunnen inzetten. Naast het reguliere scholingsbudget hebben medewerkers vanuit de cao ook
een eigen loopbaan ontwikkelingsbudget van € 900 per jaar bij een fulltime dienstverband. In 2025 is er bij op-
leidingen meer gebruik gemaakt van functiegericht opleidingsbudget en in beperkte mate van het Loopbaan
ontwikkelingsbudget. Er is in het totaal 29.750 besteed aan loopbaanontwikkeling.
Verzuim
Over het hele jaar was het verzuimpercentage hoger dan voorgaande jaren, namelijk 5,2%. Van deze medewer-
kers was 34% korter dan 6 weken en 66% tussen de 6 weken en 1 jaar deels of helemaal afwezig door ziekte. Er
was 1 medewerker langer dan 1 jaar ziek.
RI&E
De Risico-Inventarisatie en Evaluatie is in 2024 door onze preventiemedewerker geactualiseerd. De uitvoering
van het daarbij behorende plan van aanpak is ook in 2025 opgepakt en loopt komende jaren door.
Het crisisteam heeft onder begeleiding geoefend en de werkwijze aangescherpt. De taakverdeling is nu duide-
lijker en de crisisruimte is ingericht.
Ontwikkeling formatie
Dit jaar zijn er 15 nieuwe collegas in dienst gekomen en van 12 collegas hebben we afscheid genomen. De or-
ganisatie is licht afgenomen naar 164,1 fte eind 2025. Dit is ruim binnen de begroting van 168,7 fte. Van alle
mensen die in 2025 voor Woonstede werkten was de bezetting in fte’s gemiddeld genomen 94,3% in dienst en
5,7 % een tijdelijke inleenkracht. Door de aangekondigde strengere handhaving door de belastingdienst op de
wet DBA, is ons inleenbeleid aangescherpt. In 2024 hadden we gemiddeld 16,2 fte inleenkrachten en in 2025
was het aantal gedaald naar gemiddeld 9,2 fte. Na de implementatie van het nieuwe ERP-systeem is deze in-
leen formatie bijna gehalveerd naar 5 fte eind december 2025.
Er hebben dit jaar 4 studenten stage bij ons gelopen. Daarnaast zijn er meerdere leerlingen die met een snuffel-
stage bij ons meeliepen.
Peildatum 31 december 2025
Gemiddelde over 2025
Aantal
Fte
Aantal
Fte
Medewerkers
176,0
164,1
176,8
164,8
Extern deskundigen
10,0
5,0
16,6
9,2
Stagiaires
4,0
4,0
1,7
1,3
31
Eén van de nieuwe kernwaarden van Woonstede is groei. Medewerkers krijgen bij Woonstede kansen om te
groeien in hun werk. Door opleidingen te volgen en werkervaring op te doen. Bij 3 medewerkers heeft dit ge-
leid tot doorstroom naar een andere naastgelegen of hogere functie.
Aantal
Instroom medewerkers
15
Doorstroom medewerkers
3
Uitstroom medewerkers
12
Tabel 16. In- doorstroom en uitstroom van medewerkers in 2025
Participatiewet
We hebben twee medewerkers in dienst uit het doelgroepenregister van het UWV en één volledig afgekeurde
medewerker die ondanks de arbeidsbeperking een aantal uur bij ons werkt.
Integriteit, ongewenste omvangvormen en vertrouwenspersoon
Er zijn het afgelopen jaar gesprekken gevoerd met zeven medewerkers die behoefte hadden aan een luisterend
oor, opvang, advies of ondersteuning. Hierbij ging het in twee gevallen over problemen in de privésfeer en vijf
keer over ongewenste omgangsvormen tussen collega’s. Van deze vijf hadden er twee betrekking op discrimi-
natie. Alle meldingen zijn naar tevredenheid van de medewerker afgerond.
Het hoge aantal meldingen ten opzichte van voorgaande jaren is opvallend. Hier is geen duidelijke oorzaak voor
aan te wijzen. Dat het aantal meldingen toeneemt betekent niet automatisch dat medewerkers meer last heb-
ben van ongewenste omgangsvormen. Het is ook mogelijk dat de medewerkers de vertrouwenspersonen beter
weten te vinden, of dat de drempel om iets te bespreken lager is geworden. We zien ook landelijk dat het aan-
tal meldingen is toegenomen. Waarschijnlijk wordt dit ook veroorzaakt door alle aandacht voor met name sek-
suele intimidatie en de groeiende bekendheid van de rol van vertrouwenspersonen.
De externe vertrouwenspersoon heeft geen meldingen ontvangen. Er zijn in 2025 geen meldingen over Integri-
teit geweest.
Samenwerking corporaties Foodvalley
In de Foodvalley werken we samen met de corporaties Veenvesters, Rhenam, Idealis, De Woningstichting, Wo-
ningstichting Barneveld en Woningstichting Nijkerk. In januari 2025 zijn we met elkaar de FLOW regio Foodval-
ley gestart met een feestelijke ondertekening. De eerste activiteit was een gezamenlijk vitaliteitsevent voor alle
medewerkers. Het doel was om op een laagdrempelige en leuke manier geïnspireerd te raken, in beweging te
komen en kennis te maken met het thema vitaliteit en duurzame inzetbaarheid. Elke maand promoten we de
maandthemas die FLOW voor onze regio maakt en in het najaar hebben we de maand van de vitaliteit georga-
niseerd met 12 Webinars. Hiervan hebben 110 Foodvalley collega’s gebruik gemaakt, waarvan 24 van Woon-
stede. In het najaar hebben we gezamenlijk de pensioen voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd van SPW.
We zijn in 2025 met vier corporaties gestart met de pilot Recruiter, waarbij we samen één Recruiter inzetten
voor de werving van medewerkers. Deze pilot is zeer geslaagd en vanaf 2026 werkt de Recruiter voor zes cor-
poraties. De vindbaarheid van de gezamenlijke vacaturesite Jouwwoonbaan.nl in de regio is met de inzet van
campagnes en google ads sterk verbeterd. Zie voor meer informatie over de samenwerking in de Foodvalley
bladzijde 37.
32
5.2 Processen en informatievoorziening
We anticiperen op de veranderende omgeving en behoeften van huurders. Dat vraagt om gestroomlijnde pro-
cessen waar de huurder baat bij heeft. Deze processen leiden bijvoorbeeld tot het ontvangen van de sleutels
van een nieuwe woning, het oplossen van reparatieverzoeken of het beantwoorden van een vraag door de
klantenservice. Waar nodig leveren we maatwerk en waar mogelijk zoeken we naar standaardisatie in een snel
en soepel proces. Het fundament van al deze bedrijfsprocessen is data. Door data beter en breder inzichtelijk
te maken optimaliseren we onze dienstverlening. De overgang naar het nieuwe ERP-systeem is een enorme
operatie die we aangrijpen om onze processen te verbeteren en efficiency te vergroten. We verwachten
daarom dat we niet alle openvallende vacatures hoeven in te vullen.
Onze lange termijn ambities:
- We stroomlijnen en versimpelen bedrijfsprocessen;
- We besluiten en sturen bij op basis van actuele gegevens.
Om deze ambities te bereiken streefden we in 2025 de volgende doelstellingen na:
Vindt de migratie naar een nieuw ERP-systeem plaats;
Implementeren we een Business Intelligence omgeving zodat we in staat zijn de gegevens beter en in
samenhang te analyseren en te vertalen naar operationele en managementinformatie;
Werken we verder aan het verstevigen van onze informatiebeveiliging aan de hand van BIC 4.0. Voor
eind 2025 is het gewenste volwassenheidsniveau een 3,5.
Migratie ERP-systeem
We zijn trots op de succesvolle implementatie van het ERP systeem Tobias365. Binnen de scope, binnen de
kwaliteits-doelstellingen, binnen tijd en binnen budget. We verwachten dat we op basis van dit fundament ver-
der kunnen bouwen aan onze informatievoorziening en dat we nog jaren plezier hebben van deze resultaten.
Business Intelligence omgeving
Parallel met de oplevering van Tobias365 installeerden we in 2025 de nieuwe BI-omgeving Sonar. Met behulp
van deze BI-omgeving zijn we in staat om datagedreven werken vorm te geven. Sonar bevat een groot aantal
standaard dashboards die we valideren en in april 2026 beschikbaar stellen aan de organisatie. Ook inventari-
seerden we uitgebreid de informatiebehoefte per teammanager. Hiervoor ontwikkelen we per teammanager
een maandrapportage. De ambitie is deze medio 2026 op te leveren.
Betrouwbare en veilige informatieomgeving
Aan de hand van de BIC 4.0 werken we met onze partners structureel aan onze informatiebeveiliging, monito-
ren die en nemen daar waar nodig passende maatregelen.
33
5.3 Hart voor de huurder
Wat is onze meerjarige koers?
We werken vanuit vertrouwen en volgens het principe ‘ja, tenzij’. Natuurlijk moeten we ook weleens nee zeg-
gen. We helpen de huurder altijd verder en komen onze afspraken na. Onze online en telefonische dienstverle-
ning is toegankelijk. In onze woonwinkel voelen onze huurders zich welkom. We zetten in op eenduidige, trans-
parante en voorspelbare dienstverlening. We geven altijd hetzelfde antwoord op dezelfde vraag ongeacht op
welke manier of aan welke medewerker de vraag wordt gesteld.
We investeren in een goede en langdurige relatie met onze huurder. Dat doen we door goed te luisteren en de
huurder te betrekken bij het maken van keuzes.
Onze ambitie? Onze huurders waarderen ons met een 8 of hoger en
wij behalen een A-score in de Aedes Benchmark
Om deze ambities te bereiken streefden we in 2025 de volgende doelstellingen na:
Stellen we vroeg in het jaar een BAG-jaaragenda vast en maken we de BAG’s daarmee doelgerichter.
We organiseren in ieder geval één BAG;
Organiseren we minimaal twee luisterpanels passend bij onze procesoptimalisatie;
We starten een pilot waarbij nieuwe huurders tot en met twee maanden na oplevering een vast aan-
spreekpunt hebben. Zes weken na oplevering evalueren we samen met de huurder de klantreis.
Luisterpanels, klantreizen en bewonersadviesgroepen
We deden in 2025 geen klantreizen. We besloten vanwege drukte en andere prioriteiten niet twee maar één
luisterpanel te organiseren. We organiseerden dit luisterpanel op 7 oktober samen met de gemeente Ede voor
bewoners van de hoogbouwflats Elskamp en Groot Haversteeg en de omliggende laagbouwwoningen. De luis-
teraars vatten het luisterpanel als volgt samen:
Het luisterpanel laat zien dat de leefwereld zich vooral beperkt tot de directe omgeving van de eigen flat. Er is
sterke behoefte aan betrokkenheid, veiligheid, een schone en opgeruimde woonomgeving en zichtbare aanwe-
zigheid van professionals. Overlast, zwerfafval en gebrek aan handhaving worden vaak genoemd, terwijl bewo-
ners tegelijkertijd verlangen naar meer ontmoeting en saamhorigheid. Deze wensen bieden kansen voor geza-
menlijke initiatieven, zoals opschoondagen en activiteiten die ontmoeten stimuleren.
34
Bewonersadviesgroep
In aanvulling op de eerder gehouden luisterpanels heeft de bewonersadviesgroep Nieuwe huurders ons in 2024
en 2025 in vijf bijeenkomsten advies gegeven over de verbetering van de dienstverlening door bijvoorbeeld:
- We geven op papier en persoonlijk informatie over de installatie
- Voor oplevering controleert de opzichter de woning
- Energielabel in advertentie
- Begrijpelijkheid teksten
- Klanten kiezen zelf welke communicatievorm
- Nieuwe fotos advertenties
- Nieuwe uitleg onderhoudsabonnement en servicekosten
- Informele, kleine Informatiebijeenkomst voor nieuwe huurders met onderwerpen als glasbewassing,
servicekosten en ‘wie doet wat’
- Wijziging digitaal aanleveren documenten
- Werken aan online bereikbaarheid
We rondden de adviesgroep in mei 2025 af. Alle adviezen verwerkten we in onze communicatie en dienstverle-
ning aan nieuwe huurders. Uit al deze input komt ook de wens om een vast aanspreekpunt te hebben als
nieuwe huurder.
Vast aanspreekpunt
We besloten dat niet alleen nieuwe huurders één vast aanspreekpunt krijgen maar ook vertrokken huurders.
Onze tevredenheidsscore bij vertrokken huurders mag immers flink omhoog. Vanaf juni zijn we gestart met
deze pilot verhuurbegeleiding. Alle collega’s van de klantenservice zijn ingedeeld in wijken en hebben allemaal
een eigen werkgebied. Uit de eerste evaluatie blijkt dat we nog best moeten wennen aan de werkwijze en het
directe contact met één huurder. We verwachten dat huurders tevredener zijn over de dienstverlening en in-
formatievoorziening. Hierin zien we al een voorzichtige groei eind 2025 en begin 2026. Ook verwachten we dat
medewerkers meer plezier, tevredenheid en voldoening halen uit hun werk met deze werkwijze.
Klanttevredenheid
In ons ondernemingsplan stellen we onszelf het doel op het onderdeel klanttevredenheid een 8 te scoren.
Figuur 5 Ontwikkeling van de KWH-score reparatieverzoeken 2016-2025
De tevredenheid van onze huurders over ons reparatieproces is na twee jaar stijgen in 2025 gelijk gebleven op
het door ons gewenste niveau. We zien dat de procesverbeteringen op de afdeling vastgoed een duidelijke
7,8
7,7
7,6
7,8
7,9 7,9 7,9
8,1
8,4 8,4
7,8
7,9 7,9 7,9
8,0 8,0 8,0 8,0 8,0 8,0
7,4
7,5 7,5
7,6
7,7 7,7 7,7 7,7
7,9
8,1
7,3
7,5
7,7
7,9
8,1
8,3
8,5
2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Reparatieverzoeken
Woonstede A in Benchmark Landelijk gemiddelde
35
uitwerking hebben op huurdertevredenheid. Een betere communicatie en de snelle afhandeling van reparatie-
verzoeken zorgt ervoor dat huurders tevreden zijn.
Figuur 6 Ontwikkeling van de KWH-score vertrokken huurder 2016-2025
Figuur 7 Ontwikkeling van de KWH-score nieuwe huurder 2016-2025
De tevredenheid van onze vertrokken huurders nam verder af in 2025. De tevredenheid van nieuwe huurders
bleef gelijk. Beide scores blijven achter bij onze ambitie. We gaan ervan uit dat na een gewenningsperiode de
klanttevredenheid stijgt door de invoering van verhuurbegeleiding. Daarbij krijgen niet alleen nieuwe huurders,
maar ook vertrekkende huurders een vast aanspreekpunt. We verwachten dat huurders tevredener zullen zijn
over de informatievoorziening en de dienstverlening.
7,4
7,7
7,8
7,9
7,8
8,1
7,7
7,2
7,1
7,0
7,7
7,8 7,8
8,0
7,9
8,0 8,0 8,0 8,0 8,0
7,2
7,4 7,4
7,5 7,5 7,5
7,6
7,4 7,4 7,4
6,9
7,0
7,1
7,2
7,3
7,4
7,5
7,6
7,7
7,8
7,9
8,0
8,1
8,2
2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Vertrokken huurder
Woonstede A in Benchmark Landelijk gemiddelde
7,1
7,5
7,4
7,7
7,5
7,9 7,9
7,5
7,6 7,6
7,9 7,9 7,9
8,1 8,1
8,0 8,0 8,0 8,0 8,0
7,5 7,5 7,5
7,7 7,7 7,7 7,7 7,7
7,8
7,9
7,0
7,1
7,2
7,3
7,4
7,5
7,6
7,7
7,8
7,9
8,0
8,1
8,2
2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Nieuwe huurder
Woonstede A in Benchmark Landelijk gemiddelde
36
Klachten, complimenten en tips
Huurders, omwonenden en woningzoekenden kunnen hun mening geven over onze dienstverlening. Dit is
feedback over het gedrag van onze medewerkers of die van onze aannemers/leveranciers; het nakomen van
afspraken; onze informatie/communicatie of over ons beleid. Er zijn vier vormen van feedback: compliment,
tip, uiting van ontevredenheid en klacht.
In 2025 hebben we 549 meldingen ontvangen. Dat is voor het tweede opeenvolgende jaar meer dan 20% min-
der meldingen. Ruim 89 procent van deze meldingen zijn klachten of uitingen van ontevredenheid over onze
dienstverlening. De overige meldingen zijn complimenten en tips. De meeste uitingen van ontevreden-
heid/klachten gaan over de afhandeling van een reparatieverzoek, planmatig onderhoud en ons reparatiepro-
ces rondom installaties (CV, verwarming en/of mechanische ventilatie).
Geschillen
Hoe we ook ons best doen, soms komen we er met huurders niet uit en blijven we van mening verschillen. Dan
is er de geschillencommissie om naar het meningsverschil te kijken. Woonstede is aangesloten bij de Geschil-
lencommissie Woningcorporaties Valleigebied. In 2025 zijn er voor Woonstede twee zaken aan de Geschillen-
commissie Woningcorporaties Valleigebied voorgelegd. Een klacht over een reparatie is opgelost voordat er
een zitting heeft plaats gevonden. De tweede klacht over de eindafrekening is tijdens de zitting ingetrokken
door de klager nadat er tijdens de hoorzitting afspraken zijn gemaakt. De geschillencommissie heeft geen ad-
vies uitgebracht.
37
5.4 Oog voor de omgeving
Wat is onze meerjarige koers?
Onder het motto ‘Samen is Beter’ investeren we in omgevingsmanagement. We hebben grote ambities. Die
kunnen we niet alleen realiseren. Wij zijn ervan overtuigd dat we alleen samen het verschil maken. We behe-
ren en ontwikkelen ons netwerk actief. Dat doen we op alle niveaus: operationeel, tactisch en strategisch.
Woonstede neemt daarin het voortouw als het kan en sluit zich aan als we daartoe worden uitgenodigd. Het
gaat niet om winnen of gelijk krijgen, niet over standpunten, wel over belangen, oprechte interesse en geza-
menlijk resultaat boeken. Dit doen we door te luisteren, respect én lef te tonen en te werken op basis van ver-
trouwen. Ons omgevingsmanagement is opgebouwd rond twee pijlers: Participatie & Stakeholdermanagement.
We maken gebruik van de capaciteit, kennis en expertise van onze leveranciers. We sturen hen op professio-
nele wijze aan. Wij blijven het gezicht naar huurders toe.
Onze ambitie? Stakeholders en huurders waarderen onze samen-
werking met een 8
Om deze ambitie te bereiken streefden we in 2025 de volgende doelstellingen na:
Versterken we de samenwerking van Foodvalleycorporaties door regionaal programmamanage-
ment;
Komt de Welzijnstafel weer minstens zes keer bij elkaar;
Participeren we bestuurlijk en operationeel in het netwerk Vitale Gelderse Vallei;
Stellen we een toetsingskader op waarmee we de prestaties van onze ketenpartners kunnen mo-
nitoren;
Monitoren en evalueren we de samenwerking met partners die bij ons huren. Dit doen we op ba-
sis van onze contractafspraken, leefbaarheidsdoelstellingen en wettelijke kaders;
Maken we een stakeholderagenda op basis van een actorenanalyse;
Organiseren we minimaal één stakeholdersbijeenkomst om gerichte input uit onze omgeving te
krijgen en de onderlinge banden te versterken.
Samenwerking Woningcorporaties Foodvalley: samen sterk voor wonen
De corporaties in de regio Foodvalley werken samen om duurzame, goede én betaalbare woningen aan huur-
ders en woningzoekenden in de regio Foodvalley te bieden. Samen kunnen we voorzien in de groeiende be-
hoefte aan sociale huurwoningen in regio Foodvalley. We delen kennis en kunde en bundelen onze krachten.
Dit gebeurt op verschillende niveaus binnen de organisaties en via verschillende vakgerelateerde teams.
De directeur-bestuurder van Woonstede was in 2025 de voorzitter van deze samenwerking. In maart 2026
heeft de directeur-bestuurder van Woningstichting Barneveld deze rol overgenomen.
Versnellen betaalbare nieuwbouw
Onder de Foodvalley brede werkgroep Opgave Nieuwbouw valt het project Standaardisering. Voorjaar 2025
heeft de werkgroep de uniforme uitvraag voor PMC3 A/B, PMC 6 en PMC7 vastgesteld. Het doel is het opstel-
len van een gezamenlijke uniforme vraagspecificatie met de kaders en eisen vanuit de woningcorporaties Food-
valley. Dit biedt naast een regionaal meer uniforme benadering van de markt en gemeenten, ook kansen voor
versnelling van procedures en betere betaalbaarheid.
We zetten daarnaast samen met de Foodvalley gemeenten stappen om conceptuele bouw regionaal toe te
kunnen passen. Dit concretiseren we in een intentieovereenkomst conceptueel bouwen die we begin 2026 ho-
pen te tekenen. Ook dit biedt kansen voor een kortere doorlooptijd van procedures binnen gemeenten en
38
tussen gemeenten en woningcorporaties. Een randvoorwaarde is dat gemeenten geen eisen stellen die boven
het bouwbesluit uitgaan.
Wonen en warmte
De werkgroep Warmte voorzag het directeurenoverleg van een strategische koers op het gebied van warmte.
In het tweede tertiaal is een analyse opgesteld over de voortgang van de door onszelf (in ons aanbod aan de
Foodvalley gemeenten) gestelde isolatieopgave. We lopen regionaal mooi op koers.
Dit thema komt, samen met netbewuste nieuwbouw (deze laatste door de netcongestie gedwongen), voor na-
dere strategische verdieping terug op de bestuurlijke agenda begin 2026.
Bedrijfsvoering
Ook in 2025 stelden we een begroting op van de virtuele corporatie Foodvalley. In het verlengde daarvan be-
spreken we beleidskeuzes met financiële gevolgen (zoals huurbeleid). Dit is van belang voor eventuele collegi-
ale financieringsvragen. Going concern is het toewerken naar een regionale P&C cyclus (die onze eigen cyclus
zo veel mogelijk volgt). In ‘wisselende coalities’ zetten we gezamenlijk personeel in. Denk aan ontwikkelaars,
een controller en een HR-recruiter. We organiseerden een regionale vitaliteitsdag voor alle medewerkers.
Positionering en vindbaarheid
Om te laten zien wat we samendoen in de regio ontwikkelden we een compacte regionaal georiënteerde web-
site. Zo zijn we online te vinden voor onze stakeholders, samenwerkingspartners en bewoners in de regio. De
cijfers actualiseren we twee keer per jaar. www.woningcorporatiesfoodvalley.nl
Belangenbehartiging
Gesprekstafels, afvaardigingen en onderwerpen. We zitten samen proactief aan menig bestuurlijke tafel (regio-
naal, provinciaal, nationaal) en praten daar met één stem vanuit de corporaties in de Foodvalley. We gaan op
de ingeslagen weg door: we werken stapsgewijs toe naar feitelijke en grondige kennis van elkaar en elkaars op-
gaven. Zo kunnen we gaande de tijd steeds samen bepalen welke nieuwe concrete stappen we willen en kun-
nen zetten.
Welzijnstafel
Een van de plaatsen waar we op bestuurlijk niveau samen met partners bouwen aan welzijn is de welzijnstafel.
Bij deze tafel sluiten de bestuurders van welzijnsorganisatie Malkander, centrum voor kunst & cultuur Cultura,
sportservice De Vallei en leerwerkbedrijf Werkkracht aan. Daar wisselen we elke zes weken agendaloos uit hoe
we elkaar kunnen versterken in ons werk. We hadden o.a. de concerndirecteur Sociaal Domein van de ge-
meente Ede als onze gast. Het ‘elkaar bestuurlijk beter kennen’ draagt bij aan de samenwerking in het sociaal
domein. Dit vertaalt zich onder andere in een intensiever samenwerking in het programma Hart voor Hoog-
bouw Ede Zuid.
Coalitie Vitale Gelderse Vallei
De coalitie Vitale Gelderse Vallei bestaat uit zorg- en welzijnsorganisaties die inzetten op preventieve gezond-
heidszorg in plaats van curatieve zorg. Wij nemen deel omdat we overtuigd zijn van de relatie tussen wonen,
leefomgeving, welzijn en gezondheid. Opvallend is de toenemende aandacht (zowel landelijk als in het net-
werk) voor de relatie tussen gezondheid enerzijds en bestaanszekerheid en welzijn anderzijds. Wonen wordt
daarbij vaak genoemd als belangrijke bepaler daarvan. Dat maakt het interessant om intensief betrokken te
blijven. In tegenstelling tot voorgaande jaren waren we in 2025 vooral volgend lid en verzorgden we geen ac-
tieve bijdrage aan de coalitie.
Huurdersorganisaties
Twee huurdersorganisaties vertegenwoordigen de belangen van onze huurders: Huurdersbond Ede e.o. en
Huurdersorganisatie Bennekom. In 2025 kwamen de huurdersorganisaties en de directie zeven keer bij elkaar
voor regulier overleg. Tijdens deze bijeenkomsten kwamen onderwerpen aan bod als:
39
betaalbaarheid;
gericht toewijzen;
ontwikkeling van de woningvoorraad;
jaarstukken van Woonstede over 2024;
mogelijke huurbevriezing/huuraanpassing 2025;
jaarplan 2026 en de begroting van 2026 en verder;
bod op de woonvisie en de prestatieafspraken;
bewonersparticipatie.
In 2025 gaven de huurdersorganisaties ons advies over de huuraanpassing voor 2025, het voornemen om ge-
richt toe te wijzen, de actualisatie van de verkoopvijver van Woonstede, het jaarplan en de begroting voor
2026 en verschillende wijzigingen in het huurbeleid. Het ging daarbij onder meer om de labeling van jongeren-
woningen, een aanpassing van de streefhuur voor bestaande woningen en de aanvangshuur van nieuwbouw-
woningen. Daarnaast waren de huurdersorganisaties medeondertekenaar van de prestatieafspraken in de ge-
meente Ede. De Huurdersbond Ede e.o. was bovendien medeondertekenaar van de prestatieafspraken in de
gemeente Scherpenzeel.
Op basis van een vooraf besproken begroting ontving de Huurdersbond Ede e.o. in 2025 7.500 voor de kosten
van hun werkzaamheden. Woonstede stelde een vergader- en kantoorruimte aan de Nieuwe Maanderbuurt-
weg 160 te Ede ter beschikking. De huurwaarde hiervan was in 2025 1.506. Op basis van een vooraf bespro-
ken begroting ontving de Huurdersorganisatie Bennekom in 2025 13.420 voor de kosten die zij maakten voor
hun werkzaamheden.
In oktober 2025 overlegden de huurdersorganisaties met de Raad van Commissarissen. Tijdens dit overleg
werd onder meer gesproken over de kwaliteit van de samenwerking tussen de huurdersorganisaties en de di-
rectie en andere medewerkers van Woonstede. Ook keken de Raad van Commissarissen en de huurdersorgani-
saties terug op het jaar 2025 en vooruit naar 2026. Tot slot stonden zij stil bij de ontwikkelingen en wisselingen
binnen de besturen van de huurdersorganisaties en bij de samenwerking tussen de besturen van de organisa-
ties onderling.
Gemeenten
We overleggen met de gemeenten Ede en Scherpenzeel structureel en regelmatig op zowel ambtelijk als be-
stuurlijk niveau. Onderwerpen als de prestatieafspraken, jaaragenda, woonruimteverdeling, schuldhulpverle-
ning, nieuwbouwprogrammering, beter benutten bestaande voorraad, verduurzaming en wijk- en buurtbeheer
komen in deze overleggen aan bod.
Prestatieafspraken
We hebben meerjarige prestatieafspraken die jaarlijks worden geactualiseerd (zie onze website www.woon-
stede.nl) met de gemeenten Ede en Scherpenzeel. Door het kleine aantal woningen in de gemeente Wagenin-
gen hebben we geen uitgebreide prestatieafspraken. We leggen elk jaar onze inzet voor Wageningen vast in
een brief aan de gemeente. In de gemeente Woudenberg hebben we alleen nog een terugkoopverplichting op
koopgarantwoningen. Omdat Woudenberg buiten ons werkgebied ligt, leveren we na terugkoop de woningen
door aan Omnia Wonen. Ook spraken we met de gemeente Woudenberg af geen prestatieafspraken te maken.
We spreken zelf liever over samenwerkingsafspraken dan over prestatieafspraken. We leggen in meerjarige en
jaarlijkse afspraken vast wie wanneer welke bijdrage levert in de gezamenlijke volkshuisvestelijke koers. We
monitoren in de loop van het jaar, gezamenlijk, de afspraken. Eventuele knelpunten in het nakomen van de af-
spraken zijn bijna altijd gelegen in personele en financiële beperkingen en veranderende regelgeving. Het vin-
den van voldoende geschikte bouwlocaties is een belangrijke beperking. In Scherpenzeel zijn alle partijen het
erover eens dat de planvoorraad naar de toekomst problematisch wordt. In Ede werken met een dedicated
team vanuit Woonstede en de gemeente Ede om zoveel mogelijk resultaat te halen. Bekende beperkende fac-
toren als netcongestie en stikstofbeperkingen spelen ook in ons werkgebied.
40
Vanzelfsprekend zijn de prestatieafspraken een belangrijk gespreksonderwerp tijdens de overleggen met de
huurdersorganisaties en de gemeenten. In de ambtelijke en bestuurlijke overleggen wordt jaarlijks teruggeblikt
op de realisatie van de afspraken in de afgelopen periode. In de eerste maanden van 2026 evalueren we samen
met de huurdersorganisaties en de gemeenten de prestatieafspraken van 2025. Uitgangspunt is dat op hoofd-
lijnen alle afspraken in de loop van de tijd worden nagekomen. Uitstel is geen afstel. Waar een afspraak niet
nagekomen wordt, of niet nagekomen kan worden, bespreken we dit in de gezamenlijke ambtelijke en of be-
stuurlijke overleggen onder het motto “geen nee, maar anders”.
In het proces om tot prestatieafspraken te komen is het overzicht van de voorgenomen werkzaamheden her-
leidbaar naar de gemaakte prestatieafspraken per gemeente. De concrete en realistische afspraken worden
gedragen door onze meerjarenbegroting (MJB) en in de dPi verwerkt. De vastgestelde meerjarenbegroting is
immers ons handelingskader en een essentiële voorwaarde om het gesprek over de inzet van vermogen en de
gemaakte prestatieafspraken goed te kunnen voeren.
We hebben geen aparte interne PDCA-cyclus voor de prestatieafspraken omdat het samenwerkingsafspraken
betreft die we samen met huurdersorganisaties en gemeenten maken en uitvoeren. Operationele afspraken
hebben hun plaats in ons ondernemingsplan en onze jaarplannen. In de tertiaalrapportages en de jaarstukken
leggen we verantwoording af over de realisatie van de voorgenomen activiteiten. Naast het Ondernemingsplan
en de jaarplannen worden de tertiaalrapportages en de jaarstukken gedeeld en besproken met Huurdersorga-
nisaties, zoals ook de ontwikkeling van de woningvoorraad ieder bestuurlijk overleg wordt besproken.
Samenwerking bewonerscommissies
Op dit moment zijn er twintig actieve bewonerscommissies en 1 bewonerscommissie in oprichting. Met de be-
wonerscommissies hebben we een samenwerkingsbijeenkomst op basis van de wettelijke kaders en maken we
jaarlijks samenwerkafspraken. De commissies ontvangen een financiële vergoeding in de vorm van bestuurs-
kosten. Met ingang van 2025 zijn deze bestuurskosten éénmalig verhoogd met honderd euro en worden hierna
jaarlijks geïndexeerd. Daarnaast hebben we verschillende activiteitencommissies, bewonerswerkgroepen en
platforms.
Samenwerking VAC en WAC
In de gemeenten Scherpenzeel en Ede werken we op het gebied van nieuwbouw en verbeteringen samen met
de Adviescommissie voor de Woningbouw en Woonomgeving (VAC) Scherpenzeel en de Woonconsumenten
Advies Commissie (WAC) Ede. Deze samenwerkingsverbanden zijn geformaliseerd en vastgelegd in de presta-
tieafspraken. De VAC en de WAC brengen hun expertise in en wij zijn verzekerd van een deskundige en kriti-
sche kijk op onze nieuwbouw- en verbeterplannen. De commissies spelen ook een rol bij de evaluatie van pro-
jecten.
Monitoren en evalueren ketenpartners
Een van de onderwerpen op de verbeteragenda van de afdeling Vastgoed is het versterken van de samenwer-
king met onze partners. Bijvoorbeeld door het beter laten aansluiten van elkaars processen waardoor onder
andere de kwaliteit van de project- en onderhoudsadministratie verbetert. Daarnaast intensiveren we de kwali-
teitsmetingen. Op basis van de procesverbeteringen en ook onze nieuwe kernwaarden maken we nieuwe
meerjarige samenwerkingsafspraken en stellen we beter passende indicatoren op met onze partners.
Onderdeel van de afspraken met onze RGS partners is het meten van de ervaren kwaliteit door KWH. Dit geldt
ook voor onze installatiepartners en de partners in het Dagelijks Onderhoud. In het kader van de herijking van
contract- en leveranciersmanagement onderzoeken we mogelijkheden om het meten door KWH te intensive-
ren. De gesprekken met KWH, de herijking van het contract- en leveranciersmanagement en de gesprekken
met onze partners leiden tot een intensivering van het nazorgtraject waaronder het meten van de kwaliteit van
het uitgevoerde werk en de beleving door huurders. Het opgestarte verbeterproces biedt voldoende mogelijk-
heden om beter te kunnen meten en resultaten te gebruiken om de dienstverlening te optimaliseren.
41
Monitoren en evalueren partners die bij ons huren
Op basis van de contractafspraken, leefbaarheidsdoelstellingen en wettelijke kaders monitoren en evalueren
we jaarlijks de samenwerking met partners die bij ons huren. Onze leefbaarheidsdoelstellingen maken nog
geen vast onderdeel uit van deze evaluaties, tenzij daar een specifieke aanleiding voor is. We constateren dat
de kwaliteit van onze evaluaties groeit. Onze wens is dat we steeds meer gezamenlijke doelstellingen vaststel-
len aan de hand van onze gebiedsactieplannen.
Stakeholderagenda
We hebben op dit moment geen stakeholderagenda op basis van een actorenanalyse. Dit voerden we niet in
2025 uit omdat we in 2026 een nieuw ondernemingsplan opstellen en een visitatie laten uitvoeren. Daarbij ko-
men onze stakeholders uitgebreid in beeld en aan bod. Ons voornemen was minimaal één stakeholdersbijeen-
komst om gerichte input uit onze omgeving te krijgen en de onderlinge banden te versterken.
De afdeling Vastgoed organiseerde een bijeenkomst met ketenpartners om input en feedback op te halen voor
ons duurzaamheidsbeleid, in het bijzonder biobased bouwen. We organiseerden samen met onze partner SW
een bijeenkomst in de Indische buurt met alle partners in planmatig en dagelijks onderhoud om met elkaar
meer kennis op te doen van de toepassing van biobased dakisolatiemateriaal en het werken daarmee. We or-
ganiseerden samen met onze partner Zegers een bezoek aan een optopproject in Almere. Tot slot organiseer-
den we in september een bijeenkomst met partner SW over circulariteit.
Visitatie
Zoals verantwoord in het jaarverslag van 2022 hebben wij onze visitatie destijds een jaar opgeschort. In 2023
zijn wij gevisiteerd. Onze volgende visitatie wordt dan ook volgens de daarvoor geldende regels voor 21 no-
vember 2026 opgeleverd. Meer informatie over de laatste visitatie staat op www.woonstede.nl.
42
6. Onze financiën
Wat is onze meerjarige koers?
We hebben stevige ambities en we leven in uitdagende tijden. Voorheen hanteerden we een interne ICR-signa-
leringsnorm van 1,6. Gelet op de financiële context kiezen we er nu voor om terug te gaan naar 1,45 vanaf
2028 (het WSW hanteert de norm van 1,4). De spanning tussen willen en kunnen vraagt om een financieel so-
lide basis. Om onze ambities waar te maken, moeten we nu en in de toekomst voldoende geld hebben om te
investeren. Voor ons is het daarom belangrijk om de toegang tot de kapitaalmarkt open te houden. Zo kunnen
we geld aantrekken om de investeringen in beschikbaarheid, betaalbaarheid, duurzaamheid, kwaliteit, vitale
wijken en wonen en zorg te financieren. Hiervoor is het nodig dat we onze operationele kasstroom op orde
houden. Dat is de financiële kurk waarop we drijven. Door de opbrengsten uit de operationele kasstroom te
besteden aan onze doelstellingen, houden we het financiële vliegwiel op gang. De mogelijkheden voor een ef-
fectieve en efficiënte besteding van de middelen benutten we. We gaan voor een optimaal rendement met een
afweging tussen maatschappelijk en financieel. Daar waar nodig en mogelijk accepteren we een direct financi-
eel rendement van nul. Ons maatschappelijk rendement is leidend!
Onze ambitie? We presteren naar vermogen 
In 2025:
Investeren we 57 miljoen euro in nieuwbouw; 
Investeren we 32 miljoen euro in verbeteringen in het bestaande bezit, waaronder verbeterin-
gen in duurzaamheid;
Kopen we voor 20 miljoen euro woningen van een collega-corporatie aan;
Besteden we 32 miljoen euro aan onderhoud;
Neemt onze leningenportefeuille met 81 miljoen euro toe;
Implementeren we het duurzaam prestatiemodel voor beter inzicht in onze financiële reik-
wijdte;
Werken we aan effectievere en efficiëntere processen met het nieuwe ERP systeem;
Zetten we financiële meevallers ten opzichte van de begroting in principe in op versnelling van
de ambities uit het ondernemingsplan.
Dat betekent
dat we ons vermogen inzetten om onze ambitie waar te maken. In financiële zin zijn onze ambities haalbaar.
We begrootten een ICR over 2025 van 1,6 en een LTV op beleidswaarde eind 2025 van 49%. We zien dat de
economische omstandigheden danig aan veranderingen onderhevig zijn. De onzekerheden zien we terug in stij-
gende (bouw)kosten en stijgende rentepercentages voor nieuwe leningen. We maken scenarioanalyses en vol-
gen de ontwikkelingen nauwgezet. Met het WSW spreken we over de economische ontwikkelingen in relatie
tot het borgingsplafond, zodat we zekerheid krijgen over de mogelijkheid om de investeringen te kunnen finan-
cieren.
Jaarrekening
De jaarrekening is opgesteld op basis van BW 2 Titel 9, de Richtlijn 645 Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting
(RJ 645) en de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV). Daarin zit onder andere het Handboek
modelmatig waarderen marktwaarde en de winst-en-verliesrekening op basis van het functionele model.
Beleid en beheer 2025
Het verslagjaar sloten we af met een positief resultaat van 100 miljoen euro na belastingen. Over 2024 behaal-
den we een positief resultaat van 187 miljoen euro. Voor 2025 was een positief jaarresultaat van 47 miljoen
euro begroot. In onderstaande tabel is de winst-en-verliesrekening over 2025 opgenomen ten opzichte van de
begroting 2025 en de jaarrekening 2024 (bedragen in duizenden euro’s).
43
Tabel 17. Winst-en-verliesrekening 2025 ten opzichte van begroting 2025 en jaarrekening 2024
Nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille
Uit de winst-en-verliesrekening blijkt dat het nettoresultaat uit exploitatie van de vastgoedportefeuille over
2025 ongeveer 8,4 miljoen euro hoger is dan over 2024. De huuropbrengsten zijn 5,2 miljoen euro hoger dan
over 2024 door de opgeleverde nieuwbouw en de huurverhoging per 1 juli 2025. Ten opzichte van 2024 is in
2025 de huurderving hoger. De onderhoudslasten zijn 4,0 miljoen euro lager dan over 2024. We hebben min-
der planmatig onderhoud gepland en uitgevoerd. Bij mutatieonderhoud hadden we in 2025 minder kostbare
mutaties dan in 2024. We hebben andere afspraken met derden gemaakt en procesverbeteringen doorge-
voerd. Dit heeft een positief effect in 2025. We volgen in 2026 en 2027 in hoeverre dit effect duurzaam is. Ho-
gere overige kosten dan over 2024 van in totaal 0,6 miljoen euro hadden we vooral door de gemeentelijke be-
lastingen.
Vergelijking met de begroting 2025
Ten opzichte van de begroting 2025 is het nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille ongeveer 5,2 miljoen
euro hoger. De belangrijkste oorzaken zijn hieronder opgenomen.
De huuropbrengsten zijn 1,2 miljoen euro lager dan begroot. We hadden een jaarlijkse huurverhoging van 6%
ingerekend. Op basis van afspraken in de sector in het begin van 2025 is de huurverhoging vastgesteld op 4,5%.
De onderhoudskosten zijn 6,5 miljoen lager dan begroot. In 2025 hadden we minder mutaties dan begroot en
de kosten per mutatie waren lager dan begroot. We hadden minder kosten voor planmatig onderhoud. Eén
project kwalificeert als ingrijpende verbouwing en activeren we. Verder hebben we minder uitgegeven aan de
vervanging van cv-installaties.
De kosten van de gemeentelijke belastingen waren over 2025 ongeveer 0,4 miljoen hoger dan begroot. Ten
opzichte van de begroting hebben we 0,3 miljoen minder organisatiekosten toegerekend aan verhuur en be-
heer. Dit is vooral het gevolg van de onderschrijding van de begroting van de bedrijfskosten over 2025 van
2,0 miljoen euro. Bij de paragraaf over de bedrijfskosten gaan we hier verder op in. Tot slot hebben we in 2025
een voordeel van 0,3 miljoen euro uit de financiële afwikkeling van het woningaanbodsysteem.
Omschrijving Jaarrekening Begroting Jaarrekening
2025 2025 2024
Netto resultaat exploitatie van vastgoedportefeuille 44.691 39.536 36.261
Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling 0 -467 0
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 7.970 11.910 4.000
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 66.812 25.723 172.070
Netto resultaat overige activiteiten 13 -7 192
Overige organisatiekosten -4.199 -5.681 -4.933
Kosten omtrent leefbaarheid -2.338 -2.899 -2.292
Resultaat voor financieringen en belastingen 112.949 68.115 205.298
Financiële baten en lasten -15.197 -15.324 -12.827
Waardeveranderingen financiële instrumenten 5.068 0 -365
Resultaat voor belastingen 102.820 52.791 192.106
Belastingen -2.956 -6.180 -5.394
Resultaat na belastingen 99.864 46.611 186.712
44
De opbouw van het saldo van het nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille minus organisatiekosten, leef-
baarheid en financiering (het kernresultaat) is als volgt (bedragen in duizenden euro’s).
Tabel 18. Opbouw kernresultaat 2025.
Verkoop bestaand bezit
Het verkopen van woningen draagt bij aan twee doelstellingen. De eerste doelstelling is het realiseren van
meer differentiatie in buurten. Dit kan de vitaliteit en leefbaarheid van een buurt stimuleren. De tweede doel-
stelling is het bevorderen van doorstroming. Sinds 2025 krijgen zittende huurders voorrang bij de aankoop van
een huurwoning die we verkopen. We zien dat huurders gebruik maken van hun recht op voorrang. De derde
doelstelling is het financieren van investeringen in bestaande en nieuwe huurwoningen.
In 2025 hebben we 52 uitpond- en vrije koopwoningen verkocht. In 2024 zijn 31 woningen verkocht. We had-
den begroot 80 uitpond- en vrije koopwoningen te verkopen. We hadden begroot om in 2025 131 woningen
van een collega-corporatie over te nemen. Dat heeft in 2025 niet zijn beslag gekregen. De investeringen in
nieuwbouw zijn in 2025 achtergebleven bij de begroting. We hadden de begrote financiering uit verkoop in
2025 niet geheel nodig. We hebben besloten om in 2025 minder woningen te verkopen dan we hadden be-
groot.
De bruto verkoopopbrengst in 2025 is 20,0 miljoen euro. Begroot was 29,1 miljoen euro en over 2024 was de
bruto verkoopopbrengst 10,5 miljoen euro. Hieronder volgt de samenstelling van het bruto verkoopresultaat
per woning (bedragen in duizenden euro’s).
Tabel 19. Gemiddelde verkoopprijs en marktwaarde per verkochte woning.
Waardeveranderingen
De waardeveranderingen van het bezit en van het onderhanden werk bepalen in hoge mate het jaarresultaat.
Belangrijke elementen in de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat zijn de leegwaardes en de markt-
huren van de woningen en de disconteringsvoet.
Omschrijving Jaarrekening Begroting Jaarrekening
2025 2025 2024
Netto resultaat exploitatie van vastgoedportefeuille 44.691 39.536 36.261
Overige organisatiekosten -4.199 -5.681 -4.933
Kosten omtrent leefbaarheid -2.338 -2.899 -2.292
Resultaat voor financieringen en belastingen 38.154 30.956 29.036
Financiële baten en lasten -15.197 -15.324 -12.827
Kernresultaat 22.957 15.632 16.209
Omschrijving Jaarrekening Begroting Jaarrekening
2025 2025 2024
Aantal verkochte woningen 52 80 31
Gemiddelde verkoopprijs 385 364 340
Gemiddelde boekwaarde 218 206 193
Gemiddeld bruto resultaat 167 158 147
45
De waardevermeerdering van het vastgoed in exploitatie is 141 miljoen euro. Dit is 6,9% van de waarde aan het
begin van het jaar. In 2024 was de waardevermeerdering 178 miljoen euro. Dit was gelijk aan 10,0% van de
waarde aan het begin van dat jaar. In de paragraaf “Waarde van het bezit” gaan we hier verder op in.
Van de onderhanden projecten nieuwbouw en herstructurering per balansdatum hebben we in 2025 ongeveer
52 miljoen euro afgeboekt. Ongeveer 40 miljoen euro van dit bedrag heeft betrekking op de sloop van twee
flats in Hoogbouw Ede Zuid. We hebben geïnvesteerd in verbeteringen in het bestaande bezit. Het onrendabele
gedeelte van de verbeteringen in het bestaande bezit berekenen we op 90% van de investering en boeken we
af. In 2025 was dit 25 miljoen euro.
Overige activiteiten
De overige activiteiten bestaan vooral uit leveringen en werken voor derden en de dienstverleningen aan der-
den.
Organisatiekosten
De organisatiekosten zijn de kosten van het bedrijf (kosten voor bestuur en beheer van de organisatie, huisves-
ting, ondersteuning, facilitaire zaken, administratie, communicatie en automatisering) voor zover we ze niet
toerekenen aan de andere activiteiten, de obligoheffing WSW en de heffing Autoriteit woningcorporaties. Ten
opzichte van de begroting zijn de kosten ongeveer 1,5 miljoen lager. De bedrijfskosten over 2025 zijn lager dan
begroot (zie ook bij het kopje ‘Bedrijfskosten’), waardoor ook het bedrag dat we toerekenen aan de organisa-
tiekosten lager is. Verder is de obligoheffing van het WSW lager dan we hebben begroot.
Leefbaarheid
Onder leefbaarheid valt onder andere het contact houden met en begeleiden van bewoners, optreden bij soci-
ale klachten en niet naleven van huurcontracten, toezicht houden in en rondom complexen, houden van
spreekuur en deelname aan wijkteams. Vergeleken met 2025 zijn de kosten leefbaarheid nagenoeg ongewij-
zigd.
Bedrijfskosten
Onderstaand geeft het overzicht weer van de bedrijfskosten 2025 ten opzichte van de begroting 2025 en de
jaarrekening 2024. De bedragen zijn in duizenden euro’s.
Tabel 20. Bedrijfskosten 2025 t.o.v. begroting 2025 en jaarrekening 2024.
De bedrijfslasten zijn in 2025 binnen de begroting gebleven. We hebben ruim 2 miljoen euro minder kosten
gemaakt dan begroot. De afschrijvingen zijn lager dan begroot doordat we enkele investeringen in het kantoor
hebben doorgeschoven naar 2026. De salariskosten zijn lager dan begroot doordat we in 2025 minder fte’s in
dienst hadden dan begroot, 164,1 ten opzichte van 168,7. De overige personeelskosten zijn lager doordat we
minder aan opleidingen hebben uitgegeven. De overige bedrijfskosten zijn lager doordat we minder gebruik
van extern advies hebben gemaakt dan begroot.
Omschrijving Jaarrekening Begroting Jaarrekening
2025 2025 2024
Afschrijvingen 1.363 1.571 1.186
Loonkosten 13.599 14.166 12.940
Oveige personeelskosten 1.657 1.811 2.643
Overige bedrijfskosten 6.327 7.415 5.664
Totaal 22.945 24.965 22.433
46
Ten opzichte van 2024 zijn de bedrijfskosten over 2025 ongeveer 0,5 miljoen euro hoger. De afschrijvingen zijn
hoger door het in gebruik nemen van de nieuwe bedrijfssoftware. De loonkosten zijn hoger door de reguliere
cao-stijging. Het aantal fte’s is in 2025 met 1 gedaald ten opzichte van 2024. De overige personeelskosten zijn
lager doordat we minder extern personeel hebben ingehuurd. Moeilijk vervulbare functies hebben we in 2025
allemaal weten in te vullen. Nieuwe vacatures hebben we in 2025 veelal eerst intern opgelost in afwachting
van een geschikte kandidaat. De overige bedrijfskosten zijn in 2025 hoger dan in 2024 door de nieuwe bedrijfs-
software, de ICT-beveiliging en het programma Hoogbouw Ede Zuid.
Kasstromen
We sturen primair op kasstroom, waarbij we de waardeontwikkeling van het vastgoed niet uit het oog verlie-
zen. Het is voor ons van cruciaal belang om de toegang tot de kapitaalmarkt open te houden. Zo kunnen we
aan voldoende financiering komen voor onze investeringen, voor zover deze niet uit de verhuur en verkoop van
woningen komt. In ons financieel reglement nemen we dan ook als eerste doelstelling op dat de borging van
leningen door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) niet in het geding mag komen.
De samenstelling van de rentedekkingsgraad is als volgt (bedragen in duizenden euro’s).
Tabel 21. Rentedekkingsgraad 2025 t.o.v. begroting 2025 en jaarrekening 2024.
Ten opzichte van de begroting hebben we over 2025 een hogere ICR van 0,48. Dit is vooral te danken aan la-
gere uitgaven voor onderhoud en beheer en een lagere obligoheffing die we aan het WSW hebben betaald. De
belangrijkste verschillen tussen de begrote en de werkelijke operationele kasstromen over 2025 zijn als volgt:
Tabel 22. Werkelijke operationele kasstromen ten opzichte van begroot.
De uitgaven voor investeringen in nieuwbouw en woningverbetering waren in 2025 als volgt.
Tabel 23. Investeringen in nieuwbouw en bestaand bezit, werkelijk ten opzichte van begroot.
Omschrijving Jaarrekening Begroting Jaarrekening
2025 2025 2024
Operationele kasstroom voor rente 29.798 22.762 21.262
Rente-uitgaven 14.419 14.340 11.840
Rentedekkingsgraad (ICR) 2,07 1,59 1,80
Operationeel Werkelijk Begroot Realisatie
2025 2025
Huurinkomsten 88.120 88.993 99%
Beheerkosten 25.389 27.735 92%
Onderhoud 27.049 32.036 84%
Obligoheffing WSW en bijdrage Aw 231 963 24%
Rente-uitgaven 14.419 14.340 101%
Vennootschapsbelasting 5.327 5.221 102%
Nieuwbouw en verbeteringen Werkelijk Begroot Realisatie
2025 2025
Nieuwbouw 39.718 57.447 69%
Verbeteringen 26.349 32.274 82%
Totaal 66.067 89.721 74%
47
We hadden gepland om 260 nieuwe woningen in 2025 op te leveren. We hebben 246 nieuwe woningen opge-
leverd. De ontwikkeling van enkele projecten is vertraagd, waardoor we in 2025 minder aan nieuwbouw heb-
ben uitgegeven dan begroot.
De uitgaven voor woningverbetering zijn lager dan geraamd. We hadden maatregelen voor brandveiligheid in
VvE-complexen begroot. De uitgaven voor brandveiligheid in VvE-complexen komen ten laste van de VvE’s. De
uitgaven van een project van verduurzaming hebben we gefaseerd over 2025 en 2026.
Tabel 24. Uitgaven voor instandhouding, werkelijk ten opzichte van begroot.
Vanwege het achterblijven van de investeringen in nieuwbouw en woningverbetering hebben we besloten in
2025 minder woningen te verkopen dan begroot.
Tabel 25. Verkopen, aankopen en doorverkopen, werkelijk ten opzichte van begroot.
Bovenstaande inkomsten en uitgaven in combinatie met de aflossingen op leningen, leiden tot een bedrag aan
nieuw aan te trekken leningen. De nieuwe leningen en aflossingen zijn in onderstaand overzicht opgenomen.
Tabel 26. Nieuwe leningen en aflossingen, werkelijk ten opzichte van begroot.
Kengetallen
Het financiële beleid dient de financiële continuïteit van Woonstede te bevorderen, het rendement te verho-
gen en daarmee de financiering van de maatschappelijke investeringen te waarborgen. Voor Woonstede houdt
dit een goede inzet van middelen op plaatselijk en regionaal niveau in. Om dit te kunnen bereiken, hanteren we
onderstaande kengetallen met de daarbij behorende normen. De kasstroomkengetallen zijn primair. Door het
sturen op de kasstromen kunnen we een belangrijk deel van de investeringen uit de operationele activiteiten
financieren.
Instandhouding Werkelijk Begroot Realisatie
2025 2025
Onderhoud 27.049 32.036 84%
Verbeteringen 26.349 32.274 82%
Totaal 53.398 64.310 83%
Verkopen Werkelijk Begroot Realisatie
2025 2025
Verkoop bestaand bezit 19.761 28.777 69%
Aankoop en doorverkoop Koopgarant -5.818 -7.009 83%
Saldo verkoop, aankoop, doorverkoop 13.943 21.768 64%
Leningportefeuille Werkelijk Begroot Realisatie
2025 2025
Nieuwe leningen 61.500 95.905 64%
Aflossingen 16.152 15.078 107%
Toename 45.348 80.827 56%
48
Tabel 27. Kengetallen 2025.
De ontwikkeling van de ICR hebben we hiervoor al toegelicht. De loan-to-value op beleidswaarde is gedaald
doordat de beleidswaarde procentueel meer is gestegen dan de leningportefeuille. In de paragraaf over de be-
leidswaarde gaan we nader op de ontwikkeling van de beleidswaarde in. Ondanks de stijging van de beleids-
waarde is de solvabiliteit op beleidswaarde gedaald. De reden hiervoor is per saldo de dotatie aan de voorzie-
ning voor onrendabele investeringen en herstructureringen van 55 miljoen euro. Dit is vooral het gevolg van
het besluit om Hoogbouw Ede Zuid te herstructureren. Het totaal van de voorziening is eind 2025 ongeveer
60 miljoen euro. Het effect van deze voorziening op de solvabiliteit op beleidswaarde is 4,1%.
Sectorinstituten
In 2025 heeft de Autoriteit woningcorporaties op basis van dPi 2024, de jaarstukken 2024, dVi 2024 en de be-
groting 2025-2029 onderzoek gedaan naar de toezichtsterreinen die van invloed kunnen zijn op onze financiële
continuïteit. Het onderzoek heeft de Autoriteit woningcorporaties geen aanleiding gegeven tot interventies of
nader onderzoek.
Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw concludeerde op basis van dezelfde documenten dat we kredietwaar-
dig zijn en dat we binnen de geldende regelgeving leningen kunnen aantrekken die door het WSW worden ge-
borgd. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw merkte op dat het prestatiemodel op langere termijn niet
duurzaam is. Een signaal dat wij herkennen en dat we meenemen in de beleidsvoorbereiding.
Treasury
De basis van ons treasurybeleid is vastgelegd in het Reglement Financieel Beleid en Beheer en het treasurysta-
tuut. Aan het Reglement Financieel Beleid en Beheer is in 2017 het addendum naar aanleiding van de Veegwet
toegevoegd. De interne documenten hebben we opgesteld overeenkomstig de handreikingen die Aedes heeft
samengesteld en heeft afgestemd met de Autoriteit woningcorporaties. Daar waar van toepassing pasten we
documenten aan onze eigen omstandigheden aan. De Autoriteit woningcorporaties keurde het Reglement, het
addendum en het treasurystatuut goed. In 2025 lieten we het Reglement ongewijzigd.
In de genoemde documenten namen we onder andere op dat we bij rentederivaten en andere financiële in-
strumenten alleen gebruik maken van defensieve instrumenten als swaps en caps. Verder namen we op dat we
alleen mogen handelen met Nederlandse banken die minimaal een rating A hebben volgens de ratingbureaus
Standard & Poor’s of Moody’s. Overtollige middelen zetten we alleen uit bij Nederlandse financiële instellingen
die voldoen aan hetgeen in de wet- en regelgeving is opgenomen.
We hebben een treasurycommissie en stellen jaarlijks een treasuryjaarplan op. Het treasuryjaarplan stelt de
directie jaarlijks vast en keurt de Raad van Commissarissen goed. De treasurycommissie bestaat uit de Direc-
teur-bestuurder, de Manager Bedrijfsvoering, de Teammanager Financieel Beheer, de Controller en een extern
adviseur. In 2025 kwam deze commissie in deze samenstelling vier keer bijeen.
Kengetal Norm 2025 2024
ICR 1,4 2,07 1,80
Loan to value beleidswaarde < 70% 57,9% 61,0%
Solvabiliteit beleidswaarde > 30% 32,4% 33,6%
Dekkingsratio < 70% 28,7% 32,6%
Onderpandratio < 70% 28,5% 31,5%
49
Onderwerpen die in de treasurycommissie onder andere aan de orde kwamen, zijn het treasuryjaarplan en de
voortgang daarvan, de voortgang van de liquiditeitsbegroting, de herfinanciering van leningen, het aantrekken
van nieuwe leningen en de voorbereiding van het actualiseren van het treasurystatuut in 2026.
Financieringsstrategie
In 2024 hebben we onze financieringsstrategie geactualiseerd. De veranderende marktomstandigheden in
combinatie met de grote opgave waar we voor staan vraagt hierom. De uitgangspunten bij de financieringsstra-
tegie zijn het verlagen van de vermogenskosten, het tijdig beschikbaar kunnen hebben van de financiering en
flexibiliteit in de financiering. De financieringsstrategie gaat in op het optimaliseren van de financiering van de
activiteiten en het structureren van de leningenportefeuille. We hebben hierbij de volgende doelstellingen:
De tijdige beschikbaarheid van financieringen ten behoeve van toekomstige investeringen;
Een optimale mix van renterisico’s, herfinancieringsrisico’s en flexibiliteit;
Een inzet van eigen vermogen en het aantrekken van vreemd vermogen in een verhouding waarbij we
beperkt afhankelijk zijn van verkopen en waarbij we beperkt interen op de ruimte in de financiële ra-
tio’s.
Voor het uitwerken van de financieringsstrategie maken we gebruik van het gezamenlijk beoordelingskader van
de Aw en het WSW. Hierin zijn de definities en de normen van de financiële ratio’s en de risico’s met betrek-
king tot het transitieprogramma (investeringen en verkopen), rente en herfinanciering opgenomen.
Vanwege de omvang van de leningenportefeuille en het effect van rentewijzigingen op de financiële ratio’s
hanteren we een lage risicobereidheid bij de rente- en herfinancieringsrisico’s en daarmee bij de samenstelling
van de leningenportefeuille.
Leningenportefeuille
De nominale waarde van onze leningenportefeuille is per 31 december 2025 ongeveer 656,1 miljoen euro. Per
31 december 2024 was dit ongeveer 610,7 miljoen euro. De mutaties in de leningenportefeuille zijn als volgt
(bedragen in duizenden euro’s) weergegeven.
Tabel 28. Mutaties leningenportefeuille 2025.
In 2025 trokken we 40 miljoen euro aan vaste leningen aan. Deze vaste leningen hebben een gewogen gemid-
deld percentage van 3,1 en een gewogen gemiddelde looptijd van 17 jaar. Het begrote rentepercentage voor
nieuwe leningen was 3,3. In de leningenportefeuille hadden we per 1 januari 2025 een roll-over-lening van
5 miljoen euro. In 2025 hebben we een extra roll-over-lening van 25 miljoen euro aangetrokken. Hiermee heb-
ben we meer flexibiliteit in onze liquiditeit gecreëerd. Per 31 december 2025 hadden we in totaal 30 miljoen
euro aan roll-over-leningen waarvan we 22,5 miljoen euro hadden opgenomen. In januari 2026 is de roll-over-
lening van 5 miljoen euro vervallen.
Type lening 31 december 2024 Nieuwe leningen Aflossingen 31 december 2025
Annuïtair 38.940 0 -2.723 36.216
Fixe 352.707 10.000 0 362.707
Lineair 218.080 30.000 -13.428 234.652
Roll over 1.000 21.500 0 22.500
Eindtotaal 610.726 61.500 -16.152 656.074
50
Extendible fixeleningen
We hebben twee extendible fixeleningen in onze portefeuille voor een totaal nominaal bedrag van 27 miljoen
euro (tabel 29). De looptijd van deze leningen is opgedeeld in drie tijdvakken. Het eerste tijdvak is kort. Gedu-
rende deze periode zijn de kosten van de lening gelijk aan het driemaands Euribor. In het tweede tijdvak geldt
een vast rentepercentage. Het tweede tijdvak is relatief lang. Voor het derde tijdvak, een middellange tot lange
periode, geldt dat de geldgever het recht heeft de lening te verlengen tegen de voorwaarden die in het con-
tract staan vermeld.
Deze twee leningen zijn we aangegaan ter financiering van de nieuwbouw en de herstructurering. We hebben
destijds voor de extendible fixelening gekozen, omdat deze lening over de gehele looptijd, inclusief de derde
periode met het rentepercentage zoals genoemd in de contracten, op dat moment goedkoper was dan een ge-
wone fixelening met dezelfde looptijd. In onze administratie namen we de extendible fixeleningen voor de ge-
hele looptijd, inclusief de derde periode en de dan geldende rente, op. De kenmerken van de extendible fixele-
ningen zijn als volgt.
Tabel 29. Kenmerken van de extendible fixeleningen.
De waardes van de opties laten we door een extern bureau bepalen. In combinatie met de hoofdsommen, de
termijn tot aan de uitoefendatums en de restant looptijden daarna, hebben de veranderingen in de verwachte
rente bovenstaande effecten op de waardes. De waardes van de opties zijn in de balans onder de langlopende
schulden bij de financiële instrumenten opgenomen en de waardemutaties verantwoorden we in de winst-en-
verliesrekening bij de financiële baten en lasten.
Verder hebben we één basisrentelening in onze portefeuille. Het kenmerk van deze lening is dat de rente be-
staat uit een vast percentage en een variabele risico-opslag. De risico-opslag herzien we na een afgesproken
looptijd. De hoogte van de herziening van de risico-opslag is afhankelijk van de financiële markten op dat mo-
ment. Deze lening sloten we in 2010 af en heeft een hoofdsom van 16,7 miljoen euro. De basisrente is 4,04. De
opslag is 0,38% en wijzigt in 2026. De resterende looptijd van de lening is 34 jaar.
Risico’s
De risico’s in de leningenportefeuille zijn te onderscheiden in de variabele risico-opslagen, de eindaflossingen
en de renteconversies. De risico’s voor de komende vijf jaar zijn hieronder afgezet tegen de norm van maximaal
15% risico van de leningenportefeuille.
Kenmerken Lening 1 Lening 2 Totaal
Afgesloten 2 juli 2007 1 augustus 2008
Hoofdsom in € 1.000 19.000 8.000 27.000
Huidig rentepercentage 4,97 4,82
Geldig tot en met 1 juli 2027 31 juli 2036
Optie verlening door geldgever vast percentage 4,60 4,82
Optie verlenging door geldgever variabel percentage 3-mnds Euribor nvt
Bij verlenging variabel aflossen boetevrij mogelijk ja nvt
Verlenging tot en met 1 juli 2055 31 juli 2046
Waarde optie 31 december 2025 in € 1.000 -4.564 -784 -5.348
Waarde optie 31 december 2024 in € 1.000 -8.943 -1.473 -10.416
Waardemutatie 4.379 689 5.068
51
Figuur 8. Overzicht risico’s leningenportefeuille.
In onze begroting 2026 2030 namen we een uitbreiding van het aantal woningen met bijbehorende investe-
ringen en financieringen op. Door deze toename stijgt het maximale bedrag waarover risico in de leningenpor-
tefeuille kan worden gelopen. Het aantrekken van de financiering vindt in de komende jaren plaats en de risico-
momenten van de nieuwe leningen vallen na de hierboven beschouwde periode.
De gewogen gemiddelde rentepercentages van de leningen die de komende vijf jaar vervallen of een rentecon-
versie hebben zijn per 31 december 2025 in onderstaande tabel opgenomen.
Tabel 30. Overzicht gewogen gemiddelde rentepercentages.
Deze renterisico’s zijn niet met derivaten afgedekt. Als beheersmaatregel spreiden we de renterisico’s over de
jaren en gaan we in de meerjarenbegroting bij herfinanciering van de eindaflossingen uit van de rentepercenta-
ges zoals ze door de Autoriteit woningcorporaties zijn gepubliceerd. Voor WSW-geborgde leningen met een
looptijd van 10 jaar is het begrote rentepercentage in 2026 3,64% en dit loopt op tot 3,83% in 2030.
Spaar- en depositorekeningen
Op het gebied van beleggingen voeren we een voorzichtig beleid binnen de randvoorwaarden van het treasu-
rystatuut. In het treasurystatuut namen we onder meer op dat beleggingen, al dan niet via waardepapieren,
voor een periode van meer dan drie maanden, worden uitgezet bij financiële ondernemingen, die:
1. Gevestigd zijn in een lidstaat die tenminste beschikt over een AA-rating afgegeven door tenminste
twee van de drie ratingbureaus Moody’s, Standard and Poor’s en Fitch;
2. Voor henzelf en voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze tenminste
over een AA-minusrating beschikken, afgegeven door tenminste twee van de drie ratingbureaus
Moody’s, Standard and Poor’s en Fitch.
Bij beleggingen voor een periode van minder dan drie maanden, dienen de financiële ondernemingen zelf en
voor de door hen uitgegeven waardepapieren, tenminste over een A-rating te beschikken, afgegeven door ten-
minste twee van de drie ratingbureaus Moody’s, Standard and Poor’s en Fitch. De overschotten op liquide
Risico 2026 2027 2028 2029 2030
Risico-opslag 0,38% 0,45% nvt nvt nvt
Renteconversie nvt 4,97% 0,06% nvt nvt
Eindaflossing -0,45% -0,18% -0,33% -0,12% 1,65%
52
middelen hebben we, passend binnen het treasurystatuut, weggezet op spaar- en depositorekeningen bij BNG,
ING en ASN Bank.
Waarde van het bezit
Marktwaarde in verhuurde staat
De marktwaarde in verhuurde staat is de voorgeschreven waarderingsmethodiek voor het vastgoed dat door
ons wordt geëxploiteerd. De definitie van de marktwaarde in verhuurde staat in het handboek is als volgt:
Het geschatte bedrag waarvoor het object op de waardepeildatum, na behoorlijke marketing, zou worden
overgedragen in een marktconforme transactie tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper,
waarbij de partijen zouden hebben gehandeld met kennis van zaken, prudent en niet onder dwang.
Om de marktwaarde te kunnen bepalen, is het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde door het minis-
terie uitgebracht. Het belangrijkste uitgangspunt bij de opzet van het handboek is dat de marktwaarde van de
markt is. Op basis van dit uitgangspunt is aansluiting gezocht bij de (inter)nationale richtlijnen over de wijze
waarop de marktwaarde van vastgoed dient te worden bepaald. Bij het opstellen van het handboek is gebruik
gemaakt van beschikbare marktgegevens om te borgen dat de waardering op basis van het handboek aansluit
bij de markt.
In dit handboek staan twee methoden beschreven. De eerste is de basisversie. Hierbij wordt de marktwaarde
berekend op basis van de in het handboek opgenomen parameters. Deze uitkomst is een marktwaarde op por-
tefeuilleniveau.
De tweede methode is de fullversie. Hierbij worden de parameters uit het handboek als basis genomen en kan
verder worden gespecificeerd naar de individuele situatie door gebruik te maken van de mogelijkheid om en-
kele parameters af te stemmen op de individuele situatie per complex. Parameters die kunnen worden aange-
past zijn onder andere de disconteringsvoet en de exit yield. Hiermee wordt de marktwaarde op complexni-
veau bepaald.
De fullversie kan alleen worden toegepast met inschakeling van een taxateur. De taxateur brengt de benodigde
marktkennis in. Verder bezoekt hij jaarlijks minimaal een derde van de complexen en bepaalt hij aanpassingen
van de parameters daar waar dit van toepassing is. Hiermee is de uitkomst van de fullversie gelijk aan de waar-
dering die zou hebben plaatsgevonden op basis van de (inter)nationale richtlijnen.
Wij hebben gekozen voor de waardering op basis van de full versie, omdat deze methode beter aansluit bij de
plaatselijke omstandigheden en om deze reden beter bruikbaar is voor het asset management.
De taxateur die we voor de marktwaarde hebben gecontracteerd, heeft in 2025 een derde van de complexen
bezocht. Dit gedeelte is zo samengesteld dat hij met het bezichtigen van deze complexen een goed beeld krijgt
van het totale bezit. De overige twee derde is getaxeerd op basis van wat hij heeft waargenomen bij de bezich-
tigingen en een markttechnische update.
Voor het bepalen van de marktwaarde is gebruik gemaakt van een Netto Contante Waardeberekening (NCW).
Dit betekent dat voor een periode van vijftien jaar zo goed mogelijk de ontvangsten en uitgaven zijn geschat en
dat deze aan de hand van een disconteringsvoet contant zijn gemaakt naar het heden.
De marktwaarde van al ons verhuurde vastgoed bedraagt eind 2025 ongeveer 2.251 miljoen euro. Eind 2024
was dit 2.043 miljoen euro. Deze stijging is als volgt te verklaren.
53
Tabel 31. Marktwaardeontwikkeling.
De belangrijkste ontwikkelingen in de marktwaarde zijn als volgt:
Voorraadmutaties. Door verkoop (uitpond en koopgarant) en sloop is de marktwaarde met 10 miljoen euro ge-
daald. Door aankoop en nieuwbouw is de marktwaarde met 75 miljoen euro gestegen.
Mutatie vastgoedgegevens. Door de huurverhoging per 1 juli 2025 zijn de contracthuren gestegen. Dit heeft
een positief effect van 41 miljoen euro. De hogere maximale huur en de daling van het aantal woningen met
een exploitatieverplichting heeft een positief effect van 18 miljoen euro. De hogere leegstand, de lagere muta-
tiegraad en de aanpassing van de WOZ-waardes hebben een negatief effect van 4 miljoen euro.
Marktontwikkelingen. De gestegen markthuur en de hogere leegwaarde hebben samen een positief effect van
122 miljoen euro. Lagere reguliere huurstijgingen en hogere kosten voor onderhoud en beheer hebben een
negatief effect van 35 miljoen euro. De gemiddelde disconteringsvoet is gestegen. Dit heeft een negatief effect
van 34 miljoen euro. De gemiddelde exit yield is gedaald. Dit heeft een positief effect van 36 miljoen euro.
Beleidswaarde
Vanaf 2024 berekenen we de beleidswaarde onafhankelijk van de marktwaarde in verhuurde staat. De drie be-
langrijkste wijzigingen zijn:
1. De looptijd van 15 jaar met een eindwaardeberekening is nu een looptijd van 60 jaar zonder eindwaar-
deberekening;
2. De disconteringsvoet van de marktwaarde per complex is vervangen door de sectorale disconterings-
voet voor het gehele bezit;
3. De onderhoudsnorm per woning is vervangen door het inrekenen van de 60-jarige onderhoudsbegro-
ting op complexniveau.
De onderhoudsnorm is gebaseerd op veronderstellingen zoals een opslag voorbereidingskosten op de meerja-
renonderhoudsprognose, een verouderingsfactor en het niet rekening houden met aanbestedings-/inkoopre-
sultaat (hetgeen uiteindelijk wel bepalend is voor de uitgaande kasstroom).
De beleidswaarde is nu gebaseerd op de beste schatting op basis van beschikbare informatie. Wij zijn ons ervan
bewust dat de beschikbare informatie enkele beperkingen heeft in de betrouwbaarheid. Ondanks de onder-
kende beperkingen, is sprake van een voldoende betrouwbare schatting van de ingerekende onderhoudsbegro-
ting ten behoeve van de totstandkoming van de beleidswaarde. Om deze beperkingen op te lossen hebben we
actiepunten gedefinieerd, zoals het verder doorontwikkelen en concretiseren van de meerjarenonderhoudsbe-
groting, de betrouwbaarheid van beschikbare informatie en periodieke monitoring. Wij streven ernaar om deze
beperkingen in 2027 opgelost te hebben.
Omschrijving in € 1 mln in %
Marktwaarde per 31 december 2024 2.043 100,0%
Voorraadmutaties 65 3,2%
Mutatie vastgoedgegevens 55 2,7%
Marktontwikkelingen 88 4,3%
Marktwaarde per 31 december 2024 2.251 110,2%
54
Bij het bepalen van de uitgangspunten van de beleidswaarde hebben we bij de huurinkomsten rekening gehou-
den met het in 2025 herziene streefhuurbeleid en het tweehurenbeleid toegepast. Bij het bepalen van de on-
derhoudskosten en bij het bepalen van de beheerkosten hebben we rekening gehouden met de definities in de
Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV) en met de Handleiding toepassen functionele indeling
winst-en-verliesrekening bij corporaties Verslagjaar 2025. De gemiddelde uitgangspunten per woongelegen-
heid zijn als volgt.
Tabel 32. Gemiddelde uitgangspunten beleidswaarde per woongelegenheid.
Het verloop van de beleidswaarde ultimo 2024 naar de beleidswaarde ultimo 2025 is in onderstaande tabel
opgenomen.
Tabel 33. Verloop beleidswaarde 2024-2025.
De meest in het oog springende mutaties zijn:
Voorraadmutaties
De voorraadmutaties hebben betrekking op de veranderingen in het woningbezit. De verkopen en sloop heb-
ben een afname van 0,9 miljoen tot gevolg en de nieuwbouw en terugkopen een toename van 40,5 miljoen.
Vastgoedgegevens
De wijzigingen in de vastgoedgegevens hebben vooral betrekking op de toename van de contracthuren van ge-
middeld € 630 naar € 659.
Marktontwikkelingen
De belangrijkste aanpassingen in de marktontwikkelingen hebben het volgende effect op de beleidswaarde:
Aanpassingen in de macro-economische parameters hebben per saldo een positief effect van
13,3 miljoen. Het effect van de lagere prijsinflatie balanceert in de meeste gevallen uit met het ef-
fect van de lagere bouwkostenstijging en loonkostenstijging;
Omschrijving 2025 2024
in € 1 in € 1
Gemiddelde huur verslagjaar 659 630
Gemiddelde beleidshuur 726 643
Gemiddelde markthuur 1.152 1.076
Gemiddelde norm onderhoud 4.198 3.666
Gemiddelde norm beheer 717 696
Gemiddelde disconteringsvoet 4,2% 4,2%
Omschrijving in € 1 mln in %
Beleidswaarde 31 december 2024 1.010 100%
Voorraadmutaties 40 4%
Vastgoedgegevens 47 5%
Marktontwikkelingen -5 -1%
Parameters beleidswaarde 49 5%
Beleidswaarde 31 december 2025 1.140 112,9%
55
De gemiddelde reguliere huurstijging per jaar van woongelegenheden is gedaald van 2,90% naar
2,81% en heeft een negatief effect van € 10,2 miljoen;
De sociale disconteringsvoet van woongelegenheden is gestegen, hetgeen een negatief effect heeft
van 9,5 miljoen.
Parameters beleidswaarde
De wijzigingen in de parameters van de beleidswaarde zijn als volgt:
De ingerekende huurstijging van de beleidswaarde heeft betrekking op de aangepaste huurindex vol-
gens het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025 en heeft een positief effect van €10,2
miljoen;
De stijging van het beleidshuurbeleid heeft betrekking op het herziene streefhurenbeleid in 2025 en
heeft een positief effect van € 252,5 miljoen;
De stijging van de gemiddelde onderhoudsnorm heeft een negatief effect van € 205,0 miljoen;
De stijging van de norm voor beheerkosten heeft een negatief effect van 8,6 miljoen.
Scenarioanalyse
Bij de berekening van de beleidswaarde hebben we te maken met de volgende onzekerheden:
Aanpassing van de huurstijgingsparameter: bij bepaling van de beleidswaarde zijn we uitgegaan van
de streefhuur met toepassing van het tweehurenbeleid. In de praktijk kunnen de huurstijging, de
streefhuur en de huursom afwijken van de uitgangspunten in de beleidswaarde vanwege onder an-
dere afwijkingen in de mutatiegraad, de dan geldende kaders voor het passend toewijzen en het twee-
hurenbeleid;
Kosten voor onderhoud en beheer: de werkelijke onderhouds- en beheerkosten kunnen afwijken van
de gehanteerde uitgangspunten door beleidsmatige beslissingen over het wel of niet doorgaan van
geplande en niet geplande activiteiten;
De sociale disconteringsvoet zoals voorgeschreven in het handboek marktwaardering 2025 kan in toe-
komstige jaren worden aangepast.
Vanwege bovenstaande onzekerheden hebben we een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op de berekende be-
leidswaarde. We hebben ter bepaling van de beleidswaarde gevarieerd met een 25 lagere en hogere streef-
huur per verhuureenheid per maand, 50 meer en minder beheerkosten per verhuureenheid per jaar,
100 meer en minder onderhoudskosten per verhuureenheid en 0,5% hogere of lagere disconteringsvoet.
Tabel 34. Samenvatting gevoeligheidsanalyse (* 1.000).
Streefhuur 25 lager Beleidswaarde 25 hoger
Effect in 1.061.204 1.140.479 1.215.990
Effect in % -7,0% 6,6%
Beheerkosten 50 hoger Beleidswaarde 50 lager
Effect in 1.118.697 1.140.479 1.162.261
Effect in % -1,9% 1,9%
Onderhoudskosten 100 hoger Beleidswaarde 100 lager
Effect in 1.096.915 1.140.479 1.184.042
Effect in % -3,8% 3,8%
Disconteringsvoet 0,5% hoger Beleidswaarde 0,5% lager
Effect in 1.044.538 1.140.479 1.252.962
Effect in % -8,4% 9,9%
56
Vennootschapsbelasting
De vennootschapsbelasting zoals deze bij ons in de jaarrekening is opgenomen, is berekend op basis van de uit-
gangspunten van de vaststellingsovereenkomsten voor de integrale vennootschapsbelasting (VSO 2). VSO 2
dateert van januari 2008 en is door ons ondertekend. De VSO kende een looptijd van vijf jaar en is nadien tel-
kens met één jaar verlengd. Met ingang van 2023 is de VSO door de belastingdienst opgezegd.
Het voor de vennootschapsbelasting belastbare bedrag over 2025 is berekend op 25,5 miljoen euro. De te be-
talen vennootschapsbelasting over dit bedrag is 6,6 miljoen euro. In 2025 hebben wij bij voorheffing 6,2 mil-
joen euro aan de Belastingdienst afgedragen. Dit betekent dat we voor de vennootschapsbelasting 2025 een
schuld op de Belastingdienst hebben van bijna 0,4 miljoen euro. In 2026 hebben we de definitieve aangifte ven-
nootschapsbelasting 2024 ingediend. Op basis van de definitieve aangifte 2024 verwachten we een teruggave
van 0,8 miljoen euro. Per saldo hebben we ongeveer 0,4 miljoen euro te vorderen aan vennootschapsbelasting.
In 2025 hebben we met de Belastingdienst overleg gehad over de afwaardering voorafgaande aan sloop in het
jaar 2022. We hebben met de Belastingdienst overeenstemming bereikt over de afwaardering van 3,4 miljoen
euro. Hieruit volgt een teruggave van 0,9 miljoen euro.
In de jaarrekening hebben we een latente belastingvordering opgenomen voor het fiscale afschrijvingspotenti-
eel, de waardering van de derivaten in de extendible fixeleningen en het verschil in waardering van de leningen
dat is ontstaan bij de inwerkingtreding van VSO 2. De mutatie in de latenties is 0,2 miljoen euro.
De totale belastinglast in de jaarrekening 2025 komt hiermee op 3,0 miljoen euro. Het resultaat voor belastin-
gen is (vooral door de waardeverandering van de vastgoedportefeuille) 102,8 miljoen euro positief. Dit resul-
teert in een belastingdruk van 2,9%.
Begroting 2026 - 2030
In de begroting 2026 - 2030 zijn de beleidsvoornemens voor de komende vijf jaar opgenomen. De doelstellin-
gen betaalbaarheid, beschikbaarheid, kwaliteit en leefbaarheid zijn uitgewerkt en afgezet tegen de randvoor-
waarde van een sterke organisatie en financiële continuïteit. Op 4 december 2025 keurde onze Raad van Com-
missarissen onze begroting 2026 goed en namen ze kennis van de meerjarenbegroting tot en met 2030.
In de begroting hebben we gekozen voor een investering in 944 nieuwe huurwoningen tot en met 2030 en de
aankoop van 159 woningen. Het bedrag dat we hiervoor hebben begroot is 319 miljoen euro. We begroten 348
woningen tot en met 2030 te slopen. Rekening houdend met 415 begrote verkopen gaan we uit van een groei
van 340 zelfstandige woningen. We begroten 11.435 woongelegenheden eind 2030.
Naast de investeringen in nieuwbouw investeren we de komende vijf jaar in verbeteringen in het bestaande
bezit, in combinatie met (wettelijke) maatregelen in het kader van duurzaamheid en vluchtveiligheid. Het be-
drag dat hiermee is gemoeid is 69 miljoen euro. De kosten voor reparaties, mutatieonderhoud, planmatig on-
derhoud en installaties begroten we de komende vijf jaar op gemiddeld 33 miljoen euro per jaar.
Bij mutaties hanteren we het tweehurenbeleid, zodat huurders het recht behouden op huurtoeslag. Bij nieuw-
bouw bieden we de woningen aan in een mix van huurprijzen. Ook bij de toewijzing van de nieuwbouwwonin-
gen hanteren we het tweehurenbeleid.
Voor leefbaarheid van onze wijken zetten we ons team Sociaal Beheer en Leefbaarheid in. Zij hebben in 2026
de beschikking over een budget van 800 duizend euro. Zij zetten dit in voor leefbaarheidsactiviteiten in de wijk,
seniorenadvies en het programma Hart voor Zuid.
57
Met het totaal van de investeringen in nieuwbouw en bestaande bouw en de uitvoering van het onderhoud en
de leefbaarheidsactiviteiten denken we optimaal invulling te hebben gegeven aan de opgave die we hebben en
dat we hiermee doen wat we kunnen voor de huidige en toekomstige huurder.
Sinds het ondernemingsplan van 2022 zijn er veranderingen in de sector opgetreden. We hebben Nationale
Prestatieafspraken, Woondeals, het duurzaam prestatiemodel, de wet Versterking regie volkshuisvesting is
aanstaande, evenals de mogelijkheid om woningen voor de middenhuur te gaan ontwikkelen en de macro-eco-
nomische omstandigheden zijn gewijzigd. Reden genoeg om het ondernemingsplan in 2026 te herzien.
Verder herzien we onze HR-strategie, de strategische personeelsplanning en de arbeidsmarktstrategie. We stel-
len algemene leerlijnen voor medewerkers op. Ons kantoor is van het jaar 2000 en is toe aan een opknapbeurt.
In het verlengde van de ERP-migratie in 2025 zetten we de volgende stappen in de ICT. We vervangen en imple-
menteren software voor onder andere documentbeheer, informatievoorziening en de mogelijkheid voor huur-
ders om tussentijds zelf het energieverbruik bij te houden. De investeringen in kantoor en ICT begroten we in
2026 op 1,4 miljoen euro.
In de meerjarenbegroting zien we dat de operationele kasstroom in de komende vijf jaar in totaal 53 miljoen
euro is. Dit is minder dan het totaal van de investeringen in het bestaande bezit van in totaal 69 miljoen euro.
Om de investeringen in de nieuwe huurwoningen te kunnen financieren is het nodig om woningen te verkopen.
We bereiken hiermee dat de ICR boven de norm van 1,4 blijft en de LTV onder de norm van 70%. Onderstaand
hebben we het begrote verloop van de ICR en de LTV tot en met 2030 opgenomen. Op basis van het begrote
verloop van de ICR en de LTV gaan we uit van financiële continuïteit in de periode van de meerjarenbegroting.
Figuur 9. Verloop ICR 2026-2030.
58
Figuur 10. Verloop LTV 2026-2030.
59
7. Risicomanagement
We beschouwen het risicomanagement als een onderdeel van de planning- en control cyclus en de administra-
tieve organisatie. Zo waarborgen we dat risicomanagement als sturings- en beheersings- instrumentarium inge-
bed is in de hele organisatie.
Risico’s zijn mogelijke gebeurtenissen die een negatief effect hebben op het bereiken van de organisatiedoel-
stellingen. Risico’s ontstaan als gevolg van het geheel of gedeeltelijk ontbreken van informatie over, inzicht in
of kennis van een gebeurtenis, de gevolgen daarvan, of de waarschijnlijkheid dat een gebeurtenis zich voor-
doet.
Onze organisatie hebben we ingericht via het principe van de Three Lines Model. De afdelingen Wonen, Vast-
goed en Bedrijfsvoering vormen de eerste lijn. Het team Control vult de tweede lijn in.
Het team Control bestaat uit de Business Controllers en de Controller. Het team Control is rechtstreeks onder
de directeur-bestuurder gepositioneerd. De Business Controllers bespreken de risico’s per afdeling met de ver-
antwoordelijken. De leidinggevende van het team Control, de Controller, heeft direct toegang tot de Auditcom-
missie van de Raad van Commissarissen. In 2025 heeft de Controller afzonderlijk met de Raad van Commissaris-
sen gesproken over het jaarplan en de begroting.
Een externe partij vult de derde lijn in. Deze externe partij voert voor ons de interne controle op de processen
uit. Zij bespreken hun bevindingen met het lijnmanagement, de Controller, de Directeur-bestuurder en de Au-
ditcommissie van de Raad van Commissarissen.
Strategie
In 2022 hebben we ons nieuwe ondernemingsplan Woonstede Bouwt aan Welzijn vastgesteld. We werken ons
ondernemingsplan ieder jaar uit in een jaarplan. Het ondernemingsplan kent vier pijlers:
Bouwen aan voldoende betaalbare woningen;
Bouwen aan vitale wijken met aandacht voor mensen met een zorgvraag;
Bouwen aan duurzame en kwalitatief goede woningen;
Bouwen aan een sterke organisatie met hart voor de huurder en oog voor de omgeving.
De eerste drie pijlers gaan over de richting die we kiezen in de maatschappelijke uitdagingen die we zien. De
thema’s binnen deze pijlers zijn met elkaar verbonden. Die kracht van verbinding gebruiken we om zoveel mo-
gelijk impact te maken. De vierde pijler zorgt voor de organisatorische randvoorwaarden die nodig zijn om de
doelstellingen van de eerste drie pijlers te kunnen bereiken. De koers van het ondernemingsplan is ambitieus.
De ambities kunnen onder druk komen te staan door diverse factoren. In algemene zin onderkennen we de
voornaamste risico’s.
Om kwantitatief grip te krijgen op de risico’s, is een MonteCarlo-analyse uitgevoerd op de begroting. De Con-
troller heeft een beschouwing op de begroting opgesteld waarin hij stilstaat bij de risico’s. Deze beschouwing
en MonteCarlo-analyse geven inzicht in de impact van risico’s op het totaal van de begroting. In het verlengde
van de MonteCarlo-analyse hebben we beschreven welke mogelijkheden we hebben om bij tegenvallende ont-
wikkelingen bij te sturen.
We monitoren de ontwikkelingen extern en intern nauwgezet:
We rapporteren ieder tertiaal over de voortgang van de doelstellingen zoals opgenomen in het jaar-
plan. Daarbij kijken we naar de oorzaken, naar de toekomst en benoemen maatregelen als we dreigen
af te wijken op de ambities. Deze rapportage bespreken we intern met het kader, in het MT, de
60
Auditcommissie en de RvC;
We rapporteren 3 x per jaar aanvullend op de tertiaalrapportage over de kort cyclische doelstellingen
en sturen daarin bij. Deze rapportage bespreken we intern met het kader;
We bewaken de afdelingsbegrotingen en -investeringen nauwgezet en stemmen dit 2-maandelijks af
met de budgethouders;
We herijken de begroting halverwege het jaar op basis van de actuele (interne) stand van zaken en
hanteren hierbij de laatste macro-economische cijfers. Deze herijkte begroting bespreken we met het
kader, in het MT, de Auditcommissie en de RvC.
Om ons ondernemingsplan en jaarplan in perspectief te plaatsen gaan we onderstaand (kwalitatief) in op de
zeven belangrijkste risico’s die we signaleren.
De opgaven van Woonstede zijn niet realiseerbaar door:
Financiële oorzaken zoals te grote afhankelijkheid van externe financiering, inflatie, bouwkosten, wet- en regel-
geving zoals huurbeleid, tekort aan mensen (intern en extern), materialen, bouwlocaties. We werken aan ste-
vige ambities. Tegelijk zien we dat de context waarin we werken uitdagender wordt. Zo is sprake van een hoog
algemeen kostenniveau, dat onze huurder en ons parten speelt. Bouw- en onderhoudskosten zijn hoog en stij-
gen door. Er is sprake van hoge rentes. Tot slot leven we in een tijdperk van groeiende tekorten. Op bijna elk
gebied zijn er tekorten. Het gaat dan om de mensen die we nodig hebben om onze opgaven te realiseren maar
ook om (bouw)materialen en locaties om woningen te realiseren.
Bijsturing en kansen
Wanneer blijkt dat een of meer opgaven niet realiseerbaar zijn, kiezen we ervoor om plannen voor nieuwbouw
en energietransitie (voor zover mogelijk vanwege de samenhang met onderhoud en verbeteringen) af te scha-
len dan wel te vertragen. Dat betekent dat we wel grip hebben op de financiële impact van dit risico. We heb-
ben dan minder grip op de maatschappelijke impact, bijvoorbeeld in de aangroei van wachtlijsten.
Het aantal te verkopen woningen of de opbrengst daarvan valt terug.
Voor de financiering van nieuwbouw en onderhoud zijn we deels afhankelijk van de verkoop van een deel van
onze woningen. De kans dat dit gebeurt achten we gezien de marktsituatie niet groot. Desondanks kan het ri-
sico ontstaan dat woningen lang te koop staan of dat we huizen niet verkopen tegen de geprognotiseerde be-
dragen.
Bijsturing en kansen
Wanneer blijkt dat een of meer opgaven niet realiseerbaar zijn, kiezen we ervoor om plannen voor nieuwbouw
en energietransitie (voor zover mogelijk vanwege de samenhang met onderhoud en verbeteringen) af te scha-
len dan wel te vertragen.
Wonen wordt onbetaalbaar voor onze huurders.
We zien in de afgelopen periode dat financieel welzijn van onze huurders onder druk staat. De hoogte van
energieprijzen en algemene inflatie zorgden ervoor dat rondkomen voor velen een steeds grotere opgave
wordt. Rijksbeleid is gericht op koopkrachtreparatie en het beheersbaar maken van energiekosten. In het re-
geerakkoord is een uitbreiding van de huurtoeslag aangekondigd. Desondanks verwachten we dat er risico’s
rond betaalbaarheid blijven. De impact van dit risico speelt in eerste instantie op het niveau van individuele
huurders die in de knel komen. Met behulp van vroegsignalering en maatwerk helpen we mensen met het
voorkomen van betaalproblemen. In tweede instantie is voor Woonstede sprake van betaalrisico’s.
61
De VNG houdt statistieken bij van betaalrisico in corporatiewoningen. In de gemeente Ede was in 2022 in 5,7%
(2021 9,9%)
1
van de corporatiewoningen sprake van een betaalrisico. In de gemeente Scherpenzeel was dat
7,2% (2021 9,4%)
Bijsturing en kansen
We geven voorlichting aan onze huurders, bieden onze huurders ondersteuning en in samenwerking met onder
andere de gemeente en andere partners kijken we naar signalen die erop kunnen duiden dat huurders financi-
ele problemen hebben.
We krijgen onvoldoende grip op de beïnvloeding van het welzijn van onze huurders (wijken glijden verder af
en netwerksamenwerking loopt vast).
De rode draad van onze koers is om het welzijn van onze huurders te verbeteren. Het is denkbaar dat we door
een veelheid aan externe factoren onvoldoende grip krijgen op dat welzijn. Dat betekent dat het welzijn van
huurders niet verbetert en soms zelfs verslechtert.
Bijsturing en kansen
Door fors in te blijven zetten op gerichte netwerkvorming en samenwerking stellen we alles in het werk om een
positieve beweging in gang te zetten. Het monitoren van de effecten van onze inzet moet informatie geven om
waar nodig bij te sturen.
Draagvlak voor werkwijze van toewijzing verder onder druk door toename toewijzing speciale doelgroepen.
Betaalbaar wonen is een schaars goed, er zijn meer mensen die een woning zoeken dan er woningen zijn. Bin-
nen ons woningaanbod wijzen we de afgelopen jaren een groeiend deel toe aan speciale doelgroepen. Dat be-
tekent dat regulier woningzoekenden moeilijker passende woonruimte kunnen vinden. Daarnaast is er soms
sprake van weerstand rond de woningen waar we speciale doelgroepen huisvesten. Deze ontwikkelingen zet-
ten het draagvlak voor onze werkwijze onder druk en kunnen onrust voeden.
Bijsturing en kansen
Door in te blijven zetten op groei van de voorraad willen we vraag en aanbod dichter bij elkaar brengen. Daar-
naast werken we samen met de gemeenten om door goede begeleiding van speciale doelgroepen een duur-
zame leefsituatie voor iedereen te bereiken.
In de keten is een kwantitatief en kwalitatief tekort aan medewerkers om onze doelstellingen te realiseren.
De arbeidsmarkt is krap. Er zijn meer vacatures dan werkzoekenden. We zien dat het lastig is om openstaande
vacatures op een goede wijze in te vullen. Verder gaan de ontwikkelingen in vooral de digitalisering snel en is
het nodig dat wij en onze medewerkers meegaan in deze ontwikkelingen.
Bijsturing en kansen
We bieden een moderne werkomgeving, fysiek en digitaal, waarbij ruimte is voor ontmoeting en samenwer-
king. De leerlijnen passen we aan naar gelang de ontwikkelingen in de maatschappij en de stand van de digitali-
sering. Met onze partners stemmen we de planningen op elkaar af om zo meer zekerheid over de beschikbaar-
heid van de benodigde personele capaciteit te krijgen.
Informatiebeveiliging
We zijn meer en meer afhankelijk van de digitale informatievoorziening. Zowel voor de administratieve verwer-
king van huren, gegevens over de woningen en de huurders. Het risico dat criminelen onze gegevens in handen
proberen te krijgen of systemen trachten over te nemen, is aanwezig.
1
www.waarstaatjegemeente.nl Lokale monitor Wonen
62
Bijsturing en kansen
We versterken de infrastructuur door de meest actuele updates tijdig door te voeren en beveiligingsmaatrege-
len te nemen. We voeren jaarlijks de daartoe geëigende testen uit, werken aan het bewustzijn bij de medewer-
kers, stellen eisen aan leveranciers van software en werken aan het verbeteren van de veiligheid door aan de
hand van de BIC 4.0 maatregelen te identificeren en te implementeren.
Frauderisico’s
Het frauderisico beschrijven we aan de hand van de fraudedriehoek en de aanbevelingen van de beroepsorga-
nisatie van accountants voor fraudepreventie.
Fraudedriehoek
De fraudedriehoek bestaat uit drie elementen: motief, gelegenheid en rationalisering.
Het eerste element is het motief voor fraude. Dit kan een prestatiebeloning of een (financiële) bonus zijn. Ons
beloningsbeleid is gebaseerd op de geldende cao en kent geen prikkels zoals bonussen en dergelijke. Ook kan
het gaan om persoonlijke problemen van een medewerker, zoals schulden of levensstijl. We spreken regelma-
tig met onze medewerkers en voor zover bekend zijn we goed op de hoogte van het wel en wee van hen. Ver-
der kan sprake zijn van druk van buitenaf, zoals bij onze organisatie het aangaan van contracten met aan-
nemers bij vastgoedinvesteringen. Om eventuele fraude te voorkomen, hebben we een Handboek Inkoop en
Contractmanagement waarin ons inkoopbeleid is uitgewerkt. Ons integriteitsbeleid maakt hiervan onderdeel
uit. Onze inkoper is afzonderlijk gepositioneerd van de uitvoering. De inkoopprijs van vastgoed toetsen we door
een externe kostendeskundige in te schakelen dan wel intern een onderlinge vergelijking van de ingediende
offertes op prijs en kwaliteit te maken. We beoordelen offertes van partijen met meerdere medewerkers aan
de hand van vooraf opgestelde criteria.
Het tweede element is de gelegenheid. Dit element kan aanwezig zijn door een onduidelijke organisatiestruc-
tuur, door onvoldoende of niet werkende procedures. De organisatie is volgens logische lijnen opgezet en we
werken volgens het three linesmodel. Een externe partij vult de derde lijn in.
In onze procedures hebben we aandacht voor het voorkomen van fraude. In het kader van de ERP-migratie ac-
tualiseren we onze procesbeschrijvingen. In de procesbeschrijvingen benoemen we per proces de belangrijkste
frauderisico’s en formuleren we de beheersmaatregelen per frauderisico. Bij de inrichting van het nieuwe ERP
hebben we een werkgroep die specifiek de autorisaties per module en per proces beschrijft. Dit in overeen-
stemming met taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de medewerkers. De externe derde lijn
toetst onder andere onze beschreven procedures op bestaan en werking. Bij de uitgevoerde audits in 2025 sig-
naleerde en rapporteerde de externe partij geen fraude.
Het derde element is de rationalisering. Iemand die fraude heeft gepleegd, heeft de neiging zijn gedrag goed te
praten. Met voorbeeldgedrag, een open houding en teamsessies over integriteit maken we duidelijk wat wel en
niet kan en dat frauduleus handelen op geen enkele manier is goed te praten.
Aanbevelingen beroepsorganisatie van accountants
In 2022 heeft de beroepsgroep van accountants elf aanbevelingen voor bestuurders en toezichthouders voor
fraudepreventie uitgebracht. We hebben de elf aanbevelingen vergeleken met de stand van zaken bij Woon-
stede en we hebben hierover gerapporteerd aan onze Raad van Commissarissen. De hoofdlijnen hiervan zijn:
1. Tone at the top, cultuur en gedrag: we vinden het belangrijk dat er een open cultuur is. We nodigen
medewerkers uit om zich uit te spreken en mee te denken;
2. Aandacht voor medewerkers en bestuursleden: in 2025 hebben we een medewerkersonderzoek uitge-
voerd. Op bijna alle onderdelen scoren wij beter dan de benchmark. De uitkomsten en aanbevelingen
uit dit onderzoek bespreken we met alle geledingen in de organisatie. Van de belangrijkste aanbeve-
lingen maken we een plan van aanpak waarvan we de voortgang volgen;
63
3. Fraudemeldpunt en klokkenluidersregeling: we hebben een meldregeling, een integriteitsbeleid en
twee vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgamgsvormen waar medewerkers vermoe-
dens van misstanden anoniem kunnen melden;
4. Beloningsbeleid: ons beloningsbeleid is afgeleid van de geldende cao en kent geen prikkels zoals bo-
nussen en dergelijke;
5. Voldoende tegenspraak binnen bestuur en vanuit organisatie: we nodigen medewerkers uit om zich
uit te spreken en mee te denken. In het MT zijn alle disciplines betrokken. Tegenspraak hebben we
georganiseerd door de MT-leden een stem te geven, hetzij meningsvormend, hetzij adviserend, bij be-
sluitvorming. De Controller is betrokken bij alle ingrijpende besluiten;
6. Interne beheersing: de processen hebben we beschreven en in 2024 geactualiseerd vanwege de mi-
gratie van ons ERP-systeem. Per proces hebben we de frauderisico’s en de bijhorende beheersmaatre-
gelen beschreven. Een derde partij voert de interne controle op de processen uit;
7. Anti-corruptie maatregelen en afspraken met klanten en leveranciers: bij het element “motief” van de
fraudedriehoek hebben we dit beschreven;
8. Fraudebewustzijn: we besteden aandacht aan integriteit door met medewerkers fictieve situaties te
bespreken. Voor cyberrisico’s voeren we onder andere penetration tests uit. Via ons intranet brengen
we bij onze medewerkers periodiek algemene beheersmaatregelen van cyber security onder de aan-
dacht;
9. Administratie en jaarrekening, en ook schattingsposten in de jaarrekening: we hebben een goed inge-
richt systeem van (financiële) administratie. Voor bijzondere posten in de jaarrekening stellen we posi-
tion papers samen. Control toetst de input en output van deze posten. Jaarrekeningposten onderbou-
wen we deugdelijk en voorzien we van goede analyses;
10. Contact met en medewerking aan de accountant: we hebben een open relatie met de accountant. On-
derwerpen van belang bespreken we met de accountant op eigen initiatief. We voorzien de accoun-
tant van alle informatie die hij vraagt;
11. Frauderespons: in 2023 heeft onze Raad van Commissarissen het frauderesponsplan en de geactuali-
seerde meldregeling goedgekeurd.
Op basis van het bovenstaande zijn wij van mening dat we het frauderisico onder controle hebben. We hebben
in 2025 geen interne en externe indicaties van fraude ontvangen.
64
8. Governance
Governance-structuur
Woonstede is een toegelaten instelling volgens de Woningwet. Ons werkveld is vastgelegd in het Besluit toege-
laten instellingen volkshuisvesting (Btiv). We waarborgen de maatschappelijke bestemming van ons vermogen
door professioneel toezicht, een transparante organisatie, voortdurende dialoog met belanghouders in de lo-
kale omgeving en correcte omgang met huurders.
Woonstede volgt een tweelagenbestuursmodel. We hebben een Raad van Commissarissen met vijf personen
en één directeur-bestuurder. In onze statuten staan het doel, werkgebied, besturing, taken en toezicht be-
schreven. Deze statuten zijn uitgewerkt in een bestuursreglement, een reglement Raad van Commissarissen en
een managementreglement.
In het bestuursverslag geven we inzicht in de activiteiten die Woonstede in samenwerking met andere rechts-
personen heeft ondernomen. Woonstede heeft een integriteitscode (ethische gedragscode), een regeling on-
gewenste omgangsvormen en een meldregeling (klokkenluidersregeling). Het reglement Raad van Commissa-
rissen en het bestuursreglement beschrijven de werkwijze bij een tegenstrijdig belang. Alle genoemde docu-
menten zijn openbaar via de website van Woonstede.
Governancecode
We volgen de Governancecode Woningcorporaties die in 2025 is herzien. We handelen volgens de vijf leidende
principes. Op één punt wijken we af van de code: we hebben geen door de Raad van Commissarissen goedge-
keurd beleggingsstatuut (bepaling 5.2 van de Governancecode Woningcorporaties). In plaats daarvan hebben
we de richtlijnen voor beleggen opgenomen in ons Treasurystatuut (bladzijde 49), wat risicomijdend is. Hier-
door is een apart Beleggingsstatuut overbodig.
In het najaar van 2024 heeft onze externe controller Hofmeier een audit Governance uitgevoerd. De bevindin-
gen van deze audit zijn op 12 november 2024 aan ons gerapporteerd. De conclusie van Hofmeier is dat de wer-
king van ons Governance-proces van voldoende niveau is. De belangrijkste bevinding van Hofmeier is dat we
het Governance-proces niet hebben beschreven. In 2025 hebben we hiermee een start gemaakt.
Daarnaast hebben we de volgende actiepunten:
Onze huidige visie op bestuur en toezicht dateert uit 2018. Het is tijd voor een update in 2026;
We hebben onze visie op opdrachtgeverschap besproken met de Raad van Commissarissen, maar deze
is nog niet volledig uitgewerkt. Ons aanbestedingsbeleid staat in het handboek Inkoop- en contract-
management, dat uit 2018 dateert en aan actualisatie toe is. We betrekken de Raad van Commissaris-
sen bij deze actualisatie.
Als huurders of belanghebbenden klachten hebben over onze governance dan kunnen zij die indienen bij de
commissie Governancecoede woningcorporaties. In 2025 zijn geen klachten over Woonstede ingediend.
Handreiking vastgoedbezit
De Vereniging Toezichthouders Woningcorporaties (VTW) en Aedes hebben een ‘Handreiking opnieuw beoor-
delen van vastgoedbezit’ opgesteld ter verduidelijking van de Governancecode woningcorporaties. Bestuur-
ders, toezichthouders en medewerkers van corporaties die een vastgoedportefeuille (mede)bezitten en/of
(mede)verhuren en/of (mede)beheren dienen dit altijd te melden. Hierbij is het van belang dat deze activiteit
niet in concurrentie treedt met de corporatie, niet leidt tot een (mogelijk) tegenstrijdig belang of tot (schijn
van) belangenverstrengeling leidt en dat er sprake is van goed verhuurderschap.
Bij Woonstede is het vastgoedbezit van de directeur-bestuurder en toezichthouders niet in strijd met deze
65
handreiking. Begin 2025 heeft een medewerker gemeld dat hij op termijn vastgoed verkrijgt. Na een zorgvul-
dige verkenning blijkt dat deze verkrijging niet in strijd is met de Handreiking vastgoedbezit.
Evaluatie accountant
Volgens de geldende Governancecode 2020 maken het bestuur en de auditcommissie ieder ten minste een-
maal in de vier jaar een grondige beoordeling van het functioneren van de externe accountant. De beoordeling
wordt besproken in de RvC en de belangrijkste conclusies worden opgenomen in het jaarverslag. In 2024 heb-
ben we het functioneren van BDO geëvalueerd en hiervan verslag gedaan in onze jaarstukken 2024.
Ons contract met BDO loopt af aan het eind van boekjaar 2026. BDO is dan tien jaar onze accountant geweest.
De regelgeving schrijft voor dat de maximale termijn van de controlerend accountant tien jaar is. In 2025 heb-
ben we onze accountantsdiensten vanaf boekjaar 2027 aanbesteed. Op 30 januari 2026 keurde de raad van
commissarissen het voorstel tot het benoemen van een nieuwe accountant per boekjaar 2027 goed.
Toepassing WNT
Voor meer informatie over de WNT of uitvoeringsregelingen verwijzen we naar: www.topinkomens.nl. In 2025
kwalificeerden zich binnen Woonstede als topfunctionaris zoals bedoeld in de WNT:
de leden van de Raad van Commissarissen: mevrouw M.K. Groenberg (voorzitter); mevrouw L.J. Bode,
de heer B.L.M.T. van Moerkerk, de heer M. Boerema, mevrouw V. Kouri (t/m 1 februari 2025) en de
heer Gudde (vanaf 1 augustus 2025);
de directeur-bestuurder: de heer M.H. de Wilde;
de leden van het meningsvormend managementteam: mevrouw R. Schreuder-van der Linden (Mana-
ger Vastgoed); mevrouw J. Boon-Greve (Manager Wonen) en de heer R.W.M. Lamers (Manager Be-
drijfsvoering);
inleen: de heer R.A. van der Wegen was van 1 januari t/m 31 januari 2025 op tijdelijke basis parttime
werkzaam als manager Bedrijfsondersteuning a.i. / adviseur Planmatig Onderhoud, maar kwalificeert,
in verband met de eerdere functie als Manager, als topfunctionaris in het kader van de WNT.
Binnen Woonstede zijn er geen medewerkers die boven de maximum bezoldigingsnorm van de WNT uitkomen.
Op grond van de uitvoeringsregeling wordt de bezoldigingsnorm bepaald door 1. het aantal verhuureenheden
op de peildatum in beheer of eigendom en 2. het aantal inwoners van de grootste gemeente waarin een toege-
laten instelling op de peildatum minimaal 20% van haar verhuureenheden in eigendom of beheer heeft.
Aantal verhuureenheden in be-
heer of eigendom (peildatum
31-12-2023)
Woonstede in eigen-
dom
In beheer
Totaal
11.657
0
11.657
Aantal inwoners gemeente Ede
(CBS 1-1-2024)
123.532
Tabel 35. Aantal gewogen verhuureenheden en aantal inwoners
Toepassing van deze Uitvoeringsregeling betekent dat de bezoldigingsklasse G van toepassing is. Klasse G
kende in 2025 een maximale bezoldiging van € 230.000 (bruto jaarsalaris, werkgeversdeel pensioenpremie, be-
laste onkostenvergoedingen).
Bezoldiging Raad van Commissarissen
De Algemene Ledenvergadering (ALV) van beroepsvereniging VTW besloot in november 2022 de beroepsregel
bezoldiging, die eerst bindend was, als een adviesregeling te gebruiken. De adviesregeling geeft een maximum
66
bezoldiging aan voor de Raden van Commissarissen van woningcorporaties naar grootteklasse. De Raad van
Commissarissen besloot net als in 2024 af te wijken van de adviesregeling, kijkend naar de opgave van Woon-
stede en de daarmee gepaard gaande tijdsinvestering van de Raad van Commissarissen.
De Raad van Commissarissen vindt het op grond hiervan passend om de vergoeding hoger vast te stellen, op
90% van de WNT. Dat betekent 90% van de maximale bezoldiging van 15% voor de voorzitter van de Raad van
Commissarissen en 10% voor de leden van de Raad van Commissarissen.
De bedragen waren voor 2025 31.050 per jaar voor de voorzitter en € 20.700 per jaar voor leden van de Raad
van Commissarissen. De bezoldiging van de Raad van Commissarissen staat in de toelichting op de winst-en-
verliesrekening vanaf bladzijde 122-123.
In 2025 ontving de Raad van Commissarissen in totaal € 103.410. Dit lagere bedrag is het gevolg van een tijde-
lijke vacature, waardoor de Raad gedurende enkele maanden uit vier in plaats van vijf leden bestond. Het maxi-
male bezoldigingsbudget van € 119.600, zoals vastgesteld in de beroepsregel, is niet overschreden.
Bezoldiging directie
De bezoldiging van de directie van Woonstede, zoals opgenomen in de toelichting op de winst-en-verliesreke-
ning vanaf bladzijde 122-123, past binnen het wettelijk kader.
Bezoldiging managementteam
Wat betreft de arbeidsvoorwaarden van de managers Wonen, Bedrijfsvoering en Vastgoed is de cao Woon-
diensten van toepassing. De functie van manager is ingedeeld in schaal N van het salarisgebouw als bedoeld in
de cao Woondiensten. De bezoldiging van de managers is opgenomen in de toelichting op de winst-en-verlies-
rekening vanaf bladzijde 122-123.
Verbindingen en deelnemingen
WoningNet
Woonstede was in 2025 deelnemer in WoningNet N.V. met 10.211 aandelen à € 14,26, in totaal voor
€ 145.609. Driekwart van de aandelen is in 2007 gestort en één kwart is opvraagbaar.
Energie bv
Woonstede is sinds 16 december 2013 de enige aandeelhouder van Woonstede Energie bv die het recht heeft
tot exploitatie en concessie van 98 warmtepompinstallaties in Kernhem en Enka te Ede. De netto contante
waarde van de exploitatie van 98 warmtepompinstallaties in Kernhem en Enka is € 480.475 over een periode
van 50 jaar. Dit kan je ook zien als de waarde van het concessierecht. Deze exploitatie eindigde op 1 december
2022 in verband met het Acantus-arrest. Woonstede Energie bv blijft bestaan (als lege bv) om te onderzoeken
of we deze bv kunnen gebruiken voor andere vormen van duurzame energie. Om voor eventuele toekomstige
activiteiten van Woonstede Energie B.V. financiering beschikbaar te hebben, is in 2025 geen dividend aan Stich-
ting Woonstede uitgekeerd.
VvE’s
Woonstede is deelnemer in 74 VvE’s, waarvan 44 VvE’s in eigen beheer en de rest in extern beheer. Een over-
zicht van de VvE’s is weergegeven in bijlage 2.
67
9. Environment, Social en Governance rapportage
In januari 2023 trad de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) in werking. Op basis van deze richt-
lijn zijn grote ondernemingen verplicht om in hun jaarverslag te rapporteren over milieu, sociale kwesties en
goed bestuur (Environmental, Social en Governance - ESG). Een ESG-rapportage richt zich op de maatschappe-
lijke effecten van een organisatie die je niet terugvindt in de financiële cijfers. De rapportage is niet verplicht
voor woningcorporaties. Wel blijkt dat bijvoorbeeld banken, die een rapportageverplichting hebben, behoefte
hebben aan extra informatie van corporaties.
Ondanks dat corporaties niet verplicht zijn te rapporteren over ESG volgens de CSRD helpt het ons beter te
kunnen sturen op duurzame en sociale doelen. Voor belanghouders als huurders, gemeenten en financiers be-
tekent dit dat zij onze duurzaamheidsthema’s herkennen. Daarom willen wij deze thema’s ook in onze rappor-
tage belangrijker en explicieter maken. De Sustainable Development Goals of Duurzame Ontwikkelingsdoelen
maken (nog) geen deel uit van ons beleid en we hebben geen SDG-impactrapportage. We zijn van plan ons on-
dernemingsplan ‘Woonstede bouwt aan welzijn’ en onze rapportages in de toekomst meer te integreren met
de richtlijnen voor ESG-verantwoording.
Figuur 11 Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen
Ons ondernemingsplan bestaat uit vier pijlers, die we onderstaand koppelen aan de SDG’s:
1. Bouwen aan voldoende, betaalbare woningen (SDG 1, 3 en 11);
2. Bouwen aan vitale wijken met aandacht voor mensen met een zorgvraag (SDG 11);
3. Bouwen aan duurzame (SDG7) en kwalitatief goede woningen (SDG 12 en 13);
4. Bouwen aan een sterke organisatie met hart voor de huurder en oog voor de omgeving (SDG 17).
Wij zien SDG 11.1 Wonen en 11.2 Leefomgeving als onze primaire taak. Een goed en betaalbaar huis in een vei-
lige omgeving verhoogt het welzijn van huurders (SDG3). We zijn ervan overtuigd dat we onze doelen op bo-
venstaande thema’s alleen samen met onze partners kunnen realiseren (SDG 17).
68
1. Bouwen aan voldoende, betaalbare woningen
Figuur 12. Betaalbaarheid (bron: Aedes datacentrum)
In bovenstaande figuren is te zien dat Woonstede een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt op gebied van
betaalbaar wonen. In deze periode groeide bovendien onze woningvoorraad.
2. Bouwen aan vitale wijken voor mensen met een zorgvraag
Leefbaarheidsscores
Woonstede
Nederland
Veilig gevoel in de buurt
7,8
7,3
Schone en nette buurt
7,0
6,4
Overlast in de buurt
7,7
6,8
Inzet corporatie voor een prettige en veilige buurt
6,8
6
Figuur 13. Leefbaarheidsscores (bron: Aedes datacentrum)
3. Bouwen aan duurzame en kwalitatief goede woningen
Figuur 13 t/m 16 laten zien dat Woonstede een koploper is op het gebied van verduurzaming. Zie voor de erva-
ren woonkwaliteit figuur 3 (bladzijde 25). Op dat terrein zien we ook een positieve trend, waarbij de scores be-
ter zijn dan het sector gemiddelde.
Figuur 14 Primair fossiel energieverbruik (EP2) kWh/M
2
2021-2025 ((bron: Aedes datacentrum)
140
150
160
170
180
190
200
210
2021 2022 2023 2024 2025
Woonstede Nederland
69
Figuur 15 Percentage gasloze woningen 2021-2025 ((bron: Aedes datacentrum))
Figuur 16 Percentage woningen met zonnepanelen 2021-2025 ((bron: Aedes datacentrum))
4. Bouwen aan een sterke organisatie
We hebben geen doelstelling op de verdeling man-vrouw bij Woonstede. Door de ESG-monitor weten we wel
dat onze man-vrouw-verdeling anders is dan het landelijk gemiddelde. Op zich is dat verklaarbaar: wij hebben
onze eigen dienst voor dagelijks onderhoud en daarin zijn mannen oververtegenwoordigd.
Figuur 17. Man-vrouw-verdeling (bron: Aedes datacentrum)
0%
10%
20%
30%
40%
50%
2021 2022 2023 2024 2025
Woonstede Nederland
0%
10%
20%
30%
40%
2021 2022 2023 2024 2025
Woonstede Nederland
70
10. Verslag Raad van Commissarissen
Uitdagingen en vooruitgang
De Raad van Commissarissen kijkt terug op een jaar vol uitdagingen en resultaten. Marktontwikkelingen
- zoals de stijgende rente - en politieke discussies - zoals een mogelijke huurbevriezing - zorgden voor flinke uit-
dagingen. Daarbij blijft het belangrijk om een goede balans te vinden tussen ambities, financiële druk en de be-
taalbaarheid voor huurders.
De Raad van Commissarissen heeft het ERP-project met veel belangstelling gevolgd. In mei 2025 is dit project
geïmplementeerd. Het project is van cruciaal belang voor de verdere digitalisering en efficiëntie van de organi-
satie. De Raad van Commissarissen ziet dat het project veel van de organisatie heeft gevraagd maar bovenal
dat het project heeft gezorgd voor meer inzicht en vooruitgang.
Tot slot is het project Hoogbouw Ede Zuid veelvuldig onder de aandacht geweest van de Raad van Commissa-
rissen. Dit project, waarbij een aantal flats zal worden gesloopt en herbouwd, is het meest omvangrijke project
dat Woonstede in de afgelopen decennia heeft ondernomen. Het project zal in de komende jaren een grote
invloed hebben op de organisatie en op huurders die in Hoogbouw Ede Zuid wonen.
De Raad van Commissarissen heeft de Hoogbouw Ede Zuid meermalen bezocht, samen met de gemeenteraad
van Ede, met een delegatie vanuit Aedes en met medewerkers van de Autoriteit woningcorporaties. De Raad
van Commissarissen heeft het project veelvuldig met de directeur-bestuurder besproken.
Visie op toezicht en toetsing
De Raad van Commissarissen houdt toezicht op de directeur-bestuurder en de algemene gang van zaken.
Zij geven advies aan de directeur-bestuurder en zijn de werkgever van de directeur-bestuurder. De Raad van
Commissarissen houdt toezicht op:
- het behalen van de doelen van de corporatie;
- het uitvoeren van volkshuisvestelijke taken;
- de strategie en risico’s van de activiteiten;
- de werking van interne controlesystemen;
- naleving van wet- en regelgeving;
- het financiële verslaggevingsproces.
In de gezamenlijke visie van de Raad van Commissarissen en de directeur-bestuurder staat hoe het toezicht en
het besturen werkt. Deze visie beschrijft de verantwoordelijkheden voor het behalen van doelen, strategie, be-
leid, financiering en de samenwerking tussen rollen en taken.
De taken en verantwoordelijkheden van de Raad van Commissarissen staan in de statuten en zijn verder uitge-
werkt in het Reglement Raad van Commissarissen. De Raad heeft vier commissies: een Auditcommissie, een
Selectie-, remuneratie- en governancecommissie, een Commissie Wonen en een Agendacommissie.
De Raad van Commissarissen houdt toezicht volgens externe en interne kaders. Het externe kader bestaat uit
wet- en regelgeving. Het interne kader is door de corporatie zelf opgesteld. Dit kader helpt de directeur-be-
stuurder bij het besturen en de Raad van Commissarissen bij het toezicht houden. Het richt zich op zowel de
besturing als de beheersing van de corporatie.
Een belangrijk uitgangspunt voor de Raad van Commissarissen is de balans tussen financiële kaders en risico’s
en de volkshuisvestelijke doelen, waarbij maatschappelijke belangen centraal staan.
71
Toezichtkader
De belangrijkste taak van de Raad van Commissarissen is erop toe te zien dat Woonstede een maatschappelijke
koers blijft volgen. Dit betekent dat de corporatie zich richt op woonvraagstukken en op de belangen van men-
sen die kwetsbaar zijn op de woningmarkt. Daarnaast moet de corporatie voldoen aan alle wet- en regelgeving
voor woningcorporaties. Het toezichtkader is vastgelegd in de statuten en reglementen, die te vinden zijn op de
website van Woonstede.
De Raad van Commissarissen let erop dat deze uitgangspunten zijn opgenomen in een ondernemingsplan.
Dit plan is opgesteld in overleg met belanghebbenden, zoals gemeenten, huurders en zorg- en welzijnsinstellin-
gen en bevat duidelijk geformuleerde doelstellingen.
Eind november 2022 keurde de Raad van Commissarissen het ondernemingsplan 'Woonstede bouwt aan wel-
zijn' goed. Dit plan werd zorgvuldig opgesteld met betrokkenheid van medewerkers, gemeenten, huurdersor-
ganisaties, welzijnspartijen en ketenpartners. De ambities uit het ondernemingsplan zijn uitgewerkt in jaarplan-
nen. Op 4 december 2025 keurde de Raad van Commissarissen het jaarplan voor 2026 goed.
Op 30 januari 2025 keurde de Raad van Commissarissen een geactualiseerd Fiscaal Statuut goed. Op diezelfde
dag keurde de Raad van Commissarissen ook het Treasuryjaarplan 2025 goed.
Hieronder staan de belangrijkste documenten voor het algemene toezichtkader. In deze documenten staan
concrete criteria en gedragsnormen.
Woonstede volgt de Governancecode Woningcorporaties en handelt volgens de vijf leidende principes. Meer
informatie over hoe Woonstede de Governancecode Woningcorporaties naleeft, vindt u in de paragraaf Gover-
nance op bladzijde 64.
Extern
Intern
Besturingskaders
Woningwet
Statuten
Ondernemingsplan
BTiV Jaarbegroting
Reglement Raad van Commissarissen
Meerjarenbegroting en jaarrekening
Governancecode Woningcorporaties
Integraal Risicomanagement
Treasuryjaarplan
Wet Normering Topinkomens
Financieringsstrategie
Portefeuillestrategie
Beleidsregels WSW, Aw en VTW
Profielschets Raad van Commissaris-
sen
Prestatieafspraken
Reglement financieel beleid en beheer
Managementletter
Investeringsstatuut
Treasury- en beleggingsstatuut
Fiscaal statuut
Integriteitscode en meldregeling
(voorheen Klokkenluidersregeling)
Tabel 36. Het toezichtkader van de Raad van Commissarissen.
Verslag vanuit de toezichthoudende rol
Toezicht vanuit de toezichthoudende rol
Het Ondernemingsplan en de portefeuillestrategie maken deel uit van het toezichtkader van de Raad van Com-
missarissen. De Raad van Commissarissen houdt toezicht op de inhoud van de strategie en hoe goed deze stra-
tegie wordt uitgevoerd.
72
De Raad van Commissarissen heeft binnen de organisatie aandacht gevraagd voor de nationale, regionale en
lokale prestatieafspraken en de samenwerking daarbij in Foodvalley-verband.
In oktober 2025 verkende de Raad van Commissarissen deze samenwerking tijdens de jaarlijkse bijeenkomst
met alle Raden van Commissarissen van de Foodvalley-corporaties.
Toezicht op financiële en operationele prestaties
Dit jaar maakte de organisatie geen Kaderbrief vanwege de landelijke discussie over een huurbevriezing. In
plaats daarvan sprak de organisatie met de Raad van Commissarissen over de begroting aan de hand van de
notitie “Voorbereiding begroting 20262030”. De Raad van Commissarissen besprak de begroting tijdens de
plenaire overleggen van 8 juli 2025 en 7 november 2025. Op 4 december 2025 keurde de Raad van Commissa-
rissen de begroting voor 2026 goed.
De Raad stelde vast dat de financiële ratio’s van Woonstede voldoen aan de normen van het WSW en de Aw.
De zogenaamde ICR-norm is meermalen onderwerp van gesprek geweest tussen de directeur-bestuurder en de
Raad van Commissarissen, onder meer naar aanleiding van de dreigende huurbevriezing. Deze Interest Cove-
rage Ratio norm geeft aan in hoeverre een corporatie in staat is om de rente-uitgaven op vreemd vermogen te
voldoen uit de operationele kasstroom. Voor de activiteiten van Woonstede is de WSW-norm 1,4. De interne
signaleringsnorm is 1,45. De discussie ging over de vraag in hoeverre Woonstede de norm van 1,4 moet volgen
of daarvan tijdelijk mag afwijken. De Raad van Commissarissen vindt dat Woonstede tijdelijk onder de norm
van 1,4 zou mogen komen, maar verwacht dan wel een duidelijk plan/perspectief om weer boven de norm uit
te komen.
De Raad van Commissarissen ontvangt informatie over de uitvoering van de begroting via tertiaalrapportages
en jaarstukken, waarin zowel financiële- als volkshuisvestelijke onderwerpen en materiële risico’s staan.
Tijdens een plenair overleg van 23 mei 2025 besprak de Raad van Commissarissen de jaarrekening 2024 en het
jaarverslag 2024 in aanwezigheid van accountant BDO en keurde deze stukken vervolgens goed.
De Managementletter over 2025 werd op 14 november 2025 uitgebracht en besproken met de Auditcommissie
en de accountant. Het verslag van dit overleg en de inhoud van de Managementletter zijn besproken tijdens de
vergadering van de Raad van Commissarissen op 4 december 2025.
Verder nam de Raad van Commissarissen kennis van de brief van het WSW van 16 september 2025 over borg-
baarheid, borgingsplafond en financiële analyse en besprak de inhoud daarvan. De belangrijkste conclusie van
het WSW is dat de leningen die we aantrekken, borgbaar zijn tot aan het plafond dat het WSW in zijn brief
noemt. Het borgingsplafond dat het WSW noemt is passend bij de verwachte investeringen. Het WSW consta-
teert dat het duurzaam prestatiemodel van Woonstede onder druk staat, dat de terugverdientijd van de lenin-
genportefeuille oploopt en dat de streefhuur in vergelijking met andere corporaties laag is. Dit zijn observaties
die Woonstede herkent en aandacht geeft. Woonstede neem de observaties van het WSW mee in de beleids-
vorming.
Naar aanleiding van een bericht van het WSW dat de in 2021 aan Woonstede afgegeven volmacht door groei
van de geborgde leningenportefeuille niet langer toereikend is, heeft de Raad van Commissarissen op 8 juli
2025 goedkeuring gegeven aan een verhoging van deze volmacht tot een bedrag van € 1,7 miljard.
73
Toezichtbrief Aw
Op 18 augustus 2025 bracht de Autoriteit woningcorporaties een toezichtbrief uit, mede naar aanleiding van
een gesprek dat de Autoriteit woningcorporaties voerde met de directeur-bestuurder, een delegatie van de
Raad van Commissarissen en een aantal MT-leden.
De Autoriteit woningcorporaties geeft de risico-inschatting “laag” aan alle onderdelen van het beoordelingska-
der. De Autoriteit woningcorporaties heeft een positief beeld over de manier waarop Woonstede het thema
welzijn in de praktijk vormgeeft en het functioneren van de financiële en volkshuisvestelijke sturing.
Beoordeling rechtmatigheid
Op 19 november 2025 bracht de Autoriteit woningcorporaties de oordeelsbrief over het verslagjaar 2024 uit.
In de plenaire vergadering van de Raad van Commissarissen op 4 december 2025 is deze brief besproken.
De Autoriteit woningcorporaties stelde vast dat:
Woonstede voldoet aan de criteria voor staatssteun;
Woonstede in verslagjaar 2024 de WNT-normen niet overschreed;
er bij Woonstede geen sprake is van overcompensatie (geen meer dan redelijke winst op DAEB-activiteiten).
De Autoriteit woningcorporaties constateerde tot slot ook bij de overige te beoordelen onderdelen geen on-
rechtmatigheden.
Investeringen en aankopen:
In 2025 gaf de Raad van Commissarissen goedkeuring aan de volgende investeringen en aankopen:
onderzoek naar het optoppen, slopen en nieuwbouwen of renoveren van een plangebied onder
de projectnaam “Veluwe Ede”;
de budgetaanvraag van het Programma Hoogbouw Ede Zuid;
het uitbrengen van een voorwaardelijk bod op 131 woningen van woningcorporatie Mooiland;
de aankoop van 12 grondgebonden woningen in het project De Nieuwe Koepel te Scherpenzeel;
de aankoop van 83 appartementen in het project Congreshal te Bennekom;
de aankoop van 11 grondgebonden woningen in de wijk Kernhem (scherf 19);
de aankoop van 20 appartementen en 10 parkeerplaatsen in het project Arnhemseweg te Ede;
de herstructurering van twee flatgebouwen in Hoogbouw Ede Zuid.
De Raad van Commissarissen gaf verder goedkeuring aan het opstarten van de haalbaarheidsfase van een aan-
tal projecten dat nu nog als vertrouwelijk is aangemerkt.
Auditcommissie
De Auditcommissie is een commissie van advies voor de Raad van Commissarissen. In 2025 bestond de com-
missie uit:
- de heer B.L.M.T van Moerkerk (voorzitter);
- mevrouw V. Kouri (tot 1 februari 2025);
- de heer M. Boerema.
De Auditcommissie wordt ondersteund door de controller. De commissie is in 2025 acht keer bij elkaar geweest
voor overleg. De accountant was in 2025 meerdere malen aanwezig om de ingebrachte notities toe te lichten.
De hierna genoemde onderwerpen zijn in de commissie besproken. De cursief weergegeven onderwerpen zijn
vervolgens ter bespreking, ter informatie dan wel ter besluitvorming geagendeerd voor het plenaire overleg
van de Raad van Commissarissen.
74
Tabel 37. Overzicht besproken onderwerpen Auditcommissie in 2025.
De Auditcommissie heeft in de verschillende vergaderingen aandacht besteed aan de financiële continuïteit
van de organisatie (en de daarbij behorende normen), de gerealiseerde prestaties en de volkshuisvestelijke ri-
sico’s. De Auditcommissie heeft verder diverse auditrapportages van externe controller Hofmeier besproken.
Toezicht op volkshuisvestelijke en maatschappelijke prestaties
De volkshuisvestelijke en maatschappelijke doelen van Woonstede zijn vastgelegd in het Ondernemingsplan.
Het belangrijkste doel is om nu en in de toekomst voldoende betaalbare woningen te hebben. De portefeuille-
strategie geeft aan welke veranderingen nodig zijn in het huidige bezit. De Raad van Commissarissen houdt toe-
zicht op zowel nieuwbouw- als herstructureringsprojecten. Bij elk project kijkt de Raad van Commissarissen
naar zowel het financiële als het maatschappelijke rendement.
Naast deze reguliere vorm van toezicht heeft de Raad van Commissarissen met de directeur-bestuurder
gesproken over:
het huurbeleid (huuraanpassing) en verruiming van het tweehurenbeleid;
de betaalbaarheid van wonen;
de ontwikkeling van de woningvoorraad;
10 januari
2025
14 februari
2025
18 april 2025
12 mei 2025
27 juni
2025
2 september
2025
17 oktober
2025
14 november
2025
Auditrappor-
tage Gover-
nance
Gevolgen aan-
gepaste huur-
verhoging per 1
juli 2025
Voorjaarsnota
Jaarstukken 2024
Herbenoeming
BDO, onderteke-
ning controleop-
dracht en con-
cept-controle-
plan
ERP-project
Begroting en
jaarplan
Treasuryjaar-
plan
2026
Auditrappor-
tage kwaliteit
Investeringsbe-
sluiten
Selectieproces
nieuwe accoun-
tant vanaf boek-
jaar 2027
Stand van za-
ken ERP-
project
Terugkoppeling
dVi door BDO
Selectieproces
nieuwe accoun-
tant vanaf
boekjaar 2027
Tertiaalverslag
2 2025
Jaarplan en
begroting
Fiscaal statuut
(geactualiseerd)
Jaarrekening
Energie BV
Stand van za-
ken jaarreke-
ning
Vooruitblik naar
de begroting
2026
Geactualiseerde
mandaterings-
regeling
Evaluatie sa-
menwerking ac-
countant BDO
Update selectie-
proces nieuwe
accountant
Treasury jaar-
plan 2025
Evaluatie eerste
jaar samenwer-
king externe
controller Hof-
meier
Actualisatie
volmacht WSW
Tertiaalverslag 1
2025
Concept bor-
gingsbrief WSW
Update selectie-
proces nieuwe
accountant
vanaf boekjaar
2027
Handreiking in-
tegriteit Aw
Voortgang ERP-
project
Effecten rente-
schommelingen
op de begroting
Werkdruk, aan-
tal fte en in-
huur
Uitbesteding
transacties aan
Thésor
Begroting en
jaarplan 2025
Update
standaardisatie
investerings-
voorstellen
Management-
letter 2025
Informatie-be-
veiligings-beleid
Stand van zaken
procesbeschrij-
vingen
Audit-rappor-
tage
Compliance en
Datakwaliteit
Borgingsbrief
WSW
Woontop
Update woning-
verkopen
Terugkoppeling
gesprek met de
Aw
Financiële
voortgang pro-
ject Hoogbouw
Ede Zuid
Stand van zaken
aankoop wonin-
gen van een an-
dere corporatie
75
de woningtoewijzing;
de voortgang van de beleidsaanbevelingen van de Visitatiecommissie;
de nationale, regionale en lokale prestatieafspraken;
de kwaliteit van dienstverlening van Woonstede.
Klachten en geschillen
In de tertiaalrapportages houdt de directeur-bestuurder de Raad van Commissarissen op de hoogte van de lo-
pende klachten en geschillen. Op 30 januari 2025 besprak de Raad van Commissarissen het verslag van de Ge-
schillencommissie Woningcorporaties Valleigebied e.o. over het jaar 2024.
Commissie Wonen
De Commissie Wonen is een commissie van advies voor de Raad van Commissarissen. In 2025 bestond de com-
missie uit:
- de heer M. Boerema (voorzitter);
- mevrouw L.J. Bode;
- de heer D. Gudden (vanaf 1 augustus 2025).
De managers Wonen en Vastgoed staan de commissie bij. De commissie is in 2025 zes keer bij elkaar geweest
voor overleg. De onderstaande onderwerpen zijn door de commissie besproken. Dit overzicht is in verband met
de vertrouwelijkheid van een aantal projecten bewust niet compleet. De cursief weergegeven onderwerpen
zijn vervolgens ter bespreking, ter informatie of ter besluitvorming geagendeerd voor het overleg van de voltal-
lige Raad van Commissarissen.
17 januari 2025
28 februari 2025
18 april 2025
2 juni 2025
8 september 2025
21 november 2025
Audit investerings-
voorstellen door ex-
terne controller
Gebiedsvisie en
IMPACT-agenda
programma HEZ
Jaarstukken 2024
(volkshuisvestelijk
deel)
Bod op de woonvisie
Presentatie Sociale
complexkaart
Sociaal maatschap-
pelijk raamwerk en
stedenbouwkundig
raamwerk HEZ
Afsluiten diverse
projecten
Budgetaanvraag
programma HEZ
Aanvangshuur
nieuwbouw-wonin-
gen
Presentatie:
van één huis naar
één thuis per werk-
dag
Streefhuurbeleid en
aanvangshuren
nieuwbouw-wonin-
gen
Herstructurering
Nieuwe
Maanderbuurtweg
Ede (onderdeel HEZ)
Project Veluw Ede
Project Nieuwe
Maanderbuurtweg
Ede
Sociale
koopwoningen
Evaluatie overeen-
komst “clustering
nieuwbouw”
Update project HEZ
Standaardiseren van
de investeringsvoor-
stellen
Stand van zaken
Programma Hart
voor HEZ
Presentatie
nieuwbouw- en
onderhouds-
projecten
Actualisatie
verkoopvijver
Onderzoek over-
name woningen van
een andere
corporatie
Project De Nieuwe
Koepel Scherpenzeel
Jaarplan 2026
Huuraanpassing
2025
Afsluiten projecten
deel 3
Project Congreshal
Bennekom
Toelichting op be-
leid en gemaakte
keuzes in relatie tot
“goed onderhoud”
Update project Wet-
houdersbuurt Ede
Project Kernhem B,
Scherf 19
Aankoop garage-
boxen
Afsluiten projecten
deel 2
Project
Arnhemseweg Ede
Update verhuur wo-
ningen Loevestein
gebouw 3 en ont-
wikkeling woonzorg-
zones
Update woningver-
kopen
Tabel 38. Overzicht besproken onderwerpen Commissie Wonen in 2025.
De Raad van Commissarissen heeft in de plenaire vergadering van 4 december 2025 goedkeuring gegeven aan
het bod op de woonvisie voor de gemeente Ede en de gemeente Scherpenzeel in het kader van de prestatieaf-
spraken 2026 (art. 7 lid 4 sub j Statuten Woonstede).
76
Toezicht op dialoog met belanghebbenden
De Raad van Commissarissen hecht veel waarde aan aanspreekbaarheid, zowel voor belanghebbenden als voor
medewerkers. De maatschappelijke doelen van de corporatie zijn in samenspraak met vertegenwoordigers van
bewoners, gemeenten en andere belanghebbenden vastgesteld. De Raad van Commissarissen controleert of
Woonstede de afspraken binnen de strategische kaders naleeft.
De Raad van Commissarissen vervult deze toezichthoudende rol door de samenwerking met belanghebbenden
te bespreken met de directeur-bestuurder en door zelf contact te hebben met belanghebbenden.
Huurdersbelangenorganisaties
De Raad van Commissarissen heeft twee huurdercommissarissen aangesteld, de heer B.L.M.T. van Moerkerk en
M. Boerema. De huurdercommissarissen hebben meermalen gesproken met het bestuur van de huurdersorga-
nisaties. Daarnaast bezochten de huurdercommissarissen de Algemene Ledenvergadering van de Huurders-
bond Ede e.o..
Op 24 oktober 2025 vond het jaarlijkse formele overleg tussen het bestuur van de Huurdersbond Ede e.o.,
Huurdersorganisatie Bennekom en de Raad van Commissarissen plaats. In de vergadering is onder andere
gesproken over:
samenwerking met de directeur-bestuurder en medewerkers van Woonstede;
betaalbaarheid, beschikbaarheid en duurzaamheid;
samenwerking tussen de Huurdersbond Ede e.o. en Huurdersorganisatie Bennekom;
terugblik 2025 (de destijds aangekondigde huurbevriezing);
vooruitblik 2026 (begroting 2026).
Ondernemingsraad
Eénmaal per jaar overlegt de Raad van Commissarissen met de Ondernemingsraad, in afwezigheid van de di-
recteur-bestuurder. In 2025 vond dit overleg plaats op 24 oktober 2025. Er werd tijdens het overleg onder
meer stilgestaan bij de organisatieontwikkelingen, de kwaliteit van het contact tussen de Ondernemingsraad
en de directeur-bestuurder, de mogelijke herbenoeming van de directeur-bestuurder en de ontwikkeling van
de vergoeding van de Raad van Commissarissen. De Raad van Commissarissen constateert dat de samenwer-
king tussen de Ondernemingsraad en directie goed en transparant is.
Collega-corporaties
De Raad van Commissarissen stimuleert de samenwerking met andere corporaties. Zo werd in oktober 2025 de
samenwerking met alle Raden van Commissarissen van de woningcorporaties in de Foodvalley in een gezamen-
lijke bijeenkomst besproken. Dit jaar stond de bijeenkomst in het teken van het herkennen, voorkomen en te-
gengaan van polarisatie.
Gemeenten en zorg- en welzijnspartijen
De Raad van Commissarissen ziet erop toe dat de organisatie de relatie met gemeenten en zorg- en welzijns-
partijen onderhoudt. De organisatie informeert de Raad van Commissarissen hierover.
De Raad van Commissarissen constateert dat Woonstede een goede relatie onderhoudt met de gemeenten.
Deze samenwerking ziet de Raad van Commissarissen in het bijzonder ten aanzien van het project Hoogbouw
Ede Zuid. Een afvaardiging van de Raad van Commissarissen was in 2025 aanwezig bij meerdere bijeenkomsten
met de gemeente Ede over project Hoogbouw Ede Zuid.
In het nieuwe Ondernemingsplan is het versterken van de relatie met zorg- en welzijnspartijen als ambitie op-
genomen, tot genoegen van de Raad van Commissarissen. Zo is het goed te zien dat Woonstede intensief sa-
menwerkt met zorg- en welzijnsorganisaties op basis van een gezamenlijke woon-zorgvisie.
77
Toezicht op risicobeheersing
Het risicobeleid van Woonstede heeft een integrale benadering. Dit betekent dat risicomanagement niet alleen
gaat over financiële risico’s, maar over alle belangrijke gebeurtenissen die de uitvoering van de strategie kun-
nen beperken. De Raad van Commissarissen beoordeelt de risico’s die door de organisatie worden benoemd,
maar benoemt ook zelf relevante ontwikkelingen. Een van deze ontwikkelingen is het risico op fraude. De Raad
van Commissarissen besprak de in oktober 2025 uitgebrachte Handreiking integriteit en fraude woningcorpora-
ties van de Autoriteit woningcorporaties plenair en bevroeg de organisatie naar de maatregelen die zij nemen
om de risico’s op fraude te beperken.
Toezicht op verbindingen
Woonstede heeft gekozen voor een administratieve scheiding. Dit betekent onder meer dat alle niet DAEB-acti-
viteiten in de corporatie plaatsvinden.
De Raad van Commissarissen heeft de directeur-bestuurder op 28 maart 2025 goedkeuring verleend voor het
uitoefenen van stemrecht in de dochteronderneming Energie bv om in de algemene vergadering van de Woon-
stede Energie bv de jaarrekening over 2024 vast te stellen (art. 7 lid 4 sub s Statuten Woonstede).
Opdrachtgeverschap externe accountant
BDO is de externe accountant van Woonstede. De Raad van Commissarissen houdt toezicht op de controle-
werkzaamheden van BDO en ervaart de samenwerking als goed. De managementletter van BDO is concreet en
van goede kwaliteit. In 2025 is het functioneren van de accountant geëvalueerd (zie paragraaf Governance,
bladzijde 64). Het contract met BDO loopt af aan het einde van boekjaar 2026. BDO is dan tien jaar onze ac-
countant geweest. De regelgeving schrijft voor dat de maximale termijn voor een controlerend accountant tien
jaar is.
Op 28 maart 2025 gaf de Raad van Commissarissen opdracht om een aanbestedingstraject te starten voor een
nieuwe accountant vanaf boekjaar 2027. Bij dit traject waren de Auditcommissie, de directeur-bestuurder, de
manager bedrijfsvoering, de financial controller, de controller en inkoper van Woonstede betrokken. Op 30 ja-
nuari 2026 nam de Raad van Commissarissen kennis van de uitkomst van dit traject. De Raad van Commissaris-
sen benoemde Deloitte Accountants tot accountant van Woonstede vanaf boekjaar 2027.
Verslag vanuit de werkgeversrol
Het is de verantwoordelijkheid van de Raad van Commissarissen om de werkgeversrol van de directeur-be-
stuurder in te vullen.
Selectie-, remuneratie- en governancecommissie
De Raad van Commissarissen heeft een Selectie-, remuneratie- en governancecommissie ingesteld. Deze com-
missie voert onder andere functionerings- en beoordelingsgesprekken met de directeur-bestuurder en doet
bezoldigingsvoorstellen voor de directeur-bestuurder aan de Raad van Commissarissen. De bestuurssecretaris
ondersteunt de Selectie-, remuneratie- en governancecommissie. De Selectie-, remuneratie- en governance-
commissie kwam in 2025 twee keer bij elkaar voor een formeel overleg. Daarnaast had de Selectie-, remunera-
tie- en governancecommissie werkgeversgesprekken met de directeur-bestuurder. In 2025 bestond de com-
missie uit:
- mevrouw L.J. Bode (voorzitter);
- mevrouw M.K. Groenberg;
- de heer B.L.M.T. van Moerkerk (vanaf oktober 2025).
Samenstelling bestuur
Woonstede heeft een eenhoofdig statutair bestuur dat in 2025 is ingevuld door de heer M.H. de Wilde. Hij is
op 1 juli 2021 benoemd voor vier jaar en op 1 juli 2025 voor een periode van vier jaar herbenoemd. Op 19 mei
2026 heeft hij noodgedwongen zijn werkzaamheden neergelegd. De functie van directeur-bestuurder is per 19
78
mei 2026 (tijdelijk) belegd bij Roos Schreuder- van der Linden.
Bij het opstellen van de profielschets en tijdens de selectie van de directeurbestuurder is bewust gekeken naar
een evenwichtige manvrouwverdeling in de leiding van de organisatie.
Beoordeling functioneren directeur-bestuurder
Bij de beoordeling van het functioneren van de directeur-bestuurder houdt de Raad van Commissarissen zowel
rekening met de behaalde maatschappelijke prestaties als met de wijze waarop sturing wordt gegeven aan de
organisatie.
Op 25 januari 2025 is met de heer De Wilde een doelengesprek gevoerd. Op 13 november 2025 vond een func-
tioneringsgesprek plaats tussen de Selectie-, remuneratie- en governancecommissie en de directeur-bestuur-
der.
De Raad van Commissarissen stelt vast dat de directeur-bestuurder geschikt is voor zijn taak in relatie tot de
opgave van de corporatie en bovendien deskundig en competent is, onafhankelijk denkt en een kritisch ver-
mogen bezit. De Raad van Commissarissen heeft de beloning van de directeur-bestuurder vastgesteld in over-
eenstemming met de geldende wettelijke kaders (zie bladzijde 65 en de toelichting op de winst-en-verliesreke-
ning bladzijde 122-123). Aan de directeur-bestuurder zijn geen persoonlijke leningen, financiële garanties of
andere financiële voordelen verstrekt.
Permanente educatie
De heer De Wilde behaalde in de periode 2023-2025 113 PE-punten en voldeed daarmee aan de in de Gover-
nancecode Woningcorporaties gestelde norm van 108 punten voor drie jaar.
Behaalde PE-punten directeur-bestuurder Woonstede
PE-norm
2023-2025
PE-punten 2023
PE-punten 2024
PE-punten 2025
Overschot/tekort
108
44
28
41
+5
Tabel 39. Behaalde PE-punten M.H. de Wilde
Nevenfuncties
De Raad van Commissarissen stelt vast dat (in 2025):
- de nevenfuncties van de directeur-bestuurder geen rechtstreeks verband hebben met het werk dat hij
doet voor de corporatie;
- de directeur-bestuurder in de drie jaar voorafgaand aan zijn benoeming geen lid was van de Raad van
Commissarissen van Woonstede;
- geen sprake was van situaties met (een schijn van) belangenverstrengeling of waarbij de onafhanke-
lijkheid van de directeur-bestuurder in het geding was;
- geen transacties zijn geweest waarbij sprake was van tegenstrijdig belang;
- het vastgoedbezit van de directeur-bestuurder niet in strijd was met de Handreiking opnieuw beoor-
delen vastgoedbezit van Aedes.
M.H. de Wilde (directeur-bestuurder 1 juli 2021-18 mei 202)
Periode
Voorzitter bestuur CASA (Centrum voor architectuur en stedenbouw Arnhem)
2017- nov 2025
Lid RvT SDKH (Stichting Dominicanenklooster Huissen)
2017- nov 2025
Lid bestuur stichting Idee in Uitvoering (uit hoofde van functie directeur-bestuurder Woon-
stede)
2022-heden
Gastdocent SIOO (master Executive Changemanagement)
2022-heden
79
Tabel 40. Overzicht lidmaatschappen en nevenfuncties M.H. de Wilde
Organisatiecultuur en integriteit
De Raad van Commissarissen hecht veel waarde aan een open organisatiecultuur en een hoge mate van integri-
teit. De Integriteitscode en de Meldregeling (voorheen Klokkenluidersregeling), die op de website van Woon-
stede staan, dragen hier in belangrijke mate aan bij.
Om een goed beeld te krijgen van de organisatiecultuur hebben de leden van de Raad van Commissarissen con-
tact met de directeur-bestuurder, het managementteam, de controller, de bestuurssecretaris en de leden van
de Ondernemingsraad.
Het jaarverslag van de vertrouwenspersonen Integriteit van 2024 is besproken tijdens de vergadering van de
Raad van Commissarissen op 30 januari 2025.
De Raad van Commissarissen heeft op 4 december 2025 specifieke aandacht besteed aan de kort daarvoor uit-
gebrachte Handreiking integriteit en fraude woningcorporaties 2025 van de Autoriteit wonen. Meer toelichting
hierover leest u op bladzijde 64.
Samenstelling en functioneren
Profielschetsen
De Raad van Commissarissen streeft naar een gemengde en gebalanceerde samenstelling. Dit geldt voor leef-
tijd, beroepsgroepen, kennis en expertise, etnische afkomst en persoonlijkheidskenmerken. Ook wordt ge-
streefd naar voldoende regionale betrokkenheid.
Naam
Deskundigheid/commissie
Beroep
Nevenfunctie(s)
Mevrouw L.J. Bode
Vicevoorzitter Raad van
Commissarissen
Voorzitter Selectie- remune-
ratie- en governancecommis-
sie
Lid Commissie Wonen
Interim-manager en ad-
viseur/onderzoeker bij
AB (bege)leiding en ad-
vies
Voorzitter RvC Woonstichting JOOST
Voorzitter RvT Zorgcentra de Betuwe
Voorzitter bestuur Brede School
Noorderlicht
De heer M. Boerema
Voorzitter Commissie Wonen
Commissaris op voordracht
van de huurdersbelangen-or-
ganisaties
Zelfstandig adviseur bij
Bewust Vastgoedadvies
Mevrouw M.K. Groen-
berg
Voorzitter Raad van Commis-
sarissen
Lid Selectie- remuneratie- en
governancecommissie
Voorzitter Agendacommissie
Sparringpartner, advi-
seur, mediator en coach
voor bestuurders, direc-
teuren en toezichthou-
ders bij Boardroom-
advies.com
Voorzitter RvC Stichting de Woon-
mensen (tot 1 oktober 2025)
Voorzitter RvT Stichting Kadera Aan-
pak Huiselijk Geweld
Voorzitter werkgroep Werkgeversrol
VTW
De heer D. Gudden
(vanaf 1 augustus 2025)
Lid Commissie Wonen
Directeur-eigenaar Den-
nis Gudden Advies BV
Directeur-bestuurder
Belmonte Arboretum in
Wageningen
Lid RvT Kinderopvang Wageningen
Vicevoorzitter 4 Meiwerkgroep (tot
en met medio 2025)
80
Naam
Deskundigheid/commissie
Beroep
Nevenfunctie(s)
Mevrouw V. Kouri
(t/m 1 februari 2025)
Lid Auditcommissie
Programmamanager
KVK
Organisatie- en project-
management adviseur
Voorzitter stembureaus voor Ge-
meente- Tweede Kamer- en Water-
schapsverkiezingen
Docent/eigenaar ProjectLysys
De heer B.L.M.T. van
Moerkerk
Voorzitter Auditcommissie
Commissaris op voordracht
van de huurdersbelangen-or-
ganisaties
Associate Partner Dutch
Dream Group
Eigenaar Bluez Corpo-
rate Finance & Advice
Voorzitter Raad van Toezicht stich-
ting Liemers Kunstwerk (tot 1 mei
2025)
Lid bestuur Stichting AMZAF
Bestuurslid World Town Music
Voorzitter RvT Stichting NYMA
Tabel 41. Overzicht deskundigheid, beroep en nevenfuncties Raad van Commissarissen 2025.
De profielschets beschrijft de algemene en specifieke deskundigheden en de benodigde persoonlijke kwalitei-
ten. Twee commissarissen zijn benoemd op voordracht van de huurdersbelangenorganisaties Huurdersbond
Ede e.o. en Huurdersorganisatie Bennekom.
Op 31 december 2025 bestond de Raad van Commissarissen uit drie mannen en twee vrouwen. Woonstede
heeft al decennialang een evenwichtige man-vrouwverdeling en streeft ernaar deze te behouden bij werving
en selectie.
(Her)benoeming
Volgens de Woningwet wordt een lid van de Raad van Commissarissen benoemd voor maximaal vier jaar.
Daarna kan één keer een herbenoeming volgen voor maximaal dezelfde periode. Daarna is herbenoeming niet
meer mogelijk.
Mevrouw V. Kouri heeft wegens persoonlijke omstandigheden besloten haar taken als lid van de Raad van
Commissarissen bij Woonstede neer te leggen per 1 februari 2025. De tweede en laatste termijn van mevrouw
L.J. Bode liep tot 31 december 2025. Na een openbare werving en selectie, begeleid door een extern bureau,
zijn de heer D. Gudden en H. Dankaart op respectievelijk 1 augustus 2025 en 1 januari 2026 benoemd tot com-
missaris.
De eerste termijn van de heer B.L.M.T. van Moerkerk liep tot en met 2 maart 2025. De Raad van Commissaris-
sen heeft hem in 2025 herbenoemd voor een tweede periode van vier jaar. Zijn tweede termijn loopt tot en
met 2 maart 2029.
Naam
2025
2026
2027
2028
2029
L.J. Bode
Tot en
met 31/12
M. Boerema*
Tot en
met 30/9
M.K. Groenberg
Tot en
met 14/10
D. Gudden
Vanaf 1/8
Tot en
met 31/7
B.L.M.T. van Moerkerk*
Vanaf 3/3
Tot en
met 2/3
81
Tabel 42. Rooster van aftreden Raad van Commissarissen Woonstede. De commissarissen van met een* achter hun naam,
zijn benoemd op voordracht van de huurdersorganisaties.
Integriteit en onafhankelijkheid
Alle leden van de Raad van Commissarissen zijn onafhankelijk van de corporatie. Er zijn geen overlappingen
met andere bestuursfuncties. Geen van de leden is of was in dienst van Woonstede of haar rechtsvoorgangers
en ze hebben geen directe of indirecte banden met toeleveranciers of afnemers.
De Raad van Commissarissen bespreekt en beoordeelt mogelijke nevenfuncties en nieuwe opdrachten als zelf-
standig ondernemer op eventuele tegenstrijdige belangen in de plenaire vergadering. Geen van de leden ver-
leent andere diensten dan die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Raad van Commissarissen of onder-
houdt banden met de corporatie buiten het commissariaat. De commissarissen vervullen hun functie zonder
last of ruggespraak.
In 2025 heeft zich bij de besluitvorming van de Raad van Commissarissen geen onverenigbaarheid van belan-
gen voorgedaan. Ook zijn er geen transacties geweest waarbij sprake was van een tegenstrijdig belang.
Aanspreekbaarheid
De Raad van Commissarissen hecht veel waarde aan aanspreekbaarheid, zowel voor belanghebbenden als voor
medewerkers. De maatschappelijke doelen van Woonstede worden in samenspraak met vertegenwoordigers
van bewoners, gemeenten en andere belanghebbenden vastgesteld.
Maximum aantal commissariaten
De Wet Bestuur en Toezicht stelt beperkingen aan het aantal commissariaten bij grote ondernemingen. De le-
den van de Raad van Commissarissen overschrijden dit aantal commissariaten niet.
Persoonlijke leningen
Woonstede verstrekte geen persoonlijke leningen, garanties of dergelijke aan de leden van de Raad van Com-
missarissen.
Vastgoedbezit
De Raad van Commissarissen heeft kennisgenomen van de Handreiking vastgoedbezit die Aedes heeft uitge-
bracht en deze Handreiking plenair besproken. De Raad van Commissarissen heeft beoordeeld of het eventuele
vastgoedbezit van de Raad van Commissarissen en de directeur-bestuurder in strijd is met de Handreiking. Dit
blijkt niet het geval te zijn.
De Raad van Commissarissen peilt iedere plenaire vergadering of sprake is van nieuw vastgoedbezit bij de le-
den van de Raad van Commissarissen en/of de directeur-bestuurder en zo ja, of dit vastgoedbezit voldoet aan
de Handreiking.
Informatievoorziening
De Raad van Commissarissen heeft in het Bestuursreglement vastgelegd hoe en over welke onderwerpen de
directeur-bestuurder hen informeert en hoe besluitvorming en verantwoording plaatsvinden. De Raad van
Commissarissen ziet erop toe dat de ontvangen informatie de relevante aspecten laat zien op financieel, volks-
huisvestelijk, maatschappelijk en organisatorisch gebied en op het gebied van dienstverlening aan de klanten.
Bij specifieke of nieuwe beleidsaspecten laat de Raad van Commissarissen zich informeren door medewerkers
van de corporatie of een externe professional.
Lidmaatschappen
82
De leden van de Raad van Commissarissen zijn lid van de VTW, de Vereniging van Toezichthouders Woningcor-
poraties.
Belet of ontstentenis directeur-bestuurder
In geval van ontstentenis of belet van de directeur-bestuurder wijst de Raad van Commissarissen een waarne-
mer (manager) aan binnen de organisatie. Bij hoge uitzondering kan een lid van de Raad van Commissarissen
voor maximaal drie maanden de rol van de directeur-bestuurder op zich nemen. In dat geval treedt het lid tij-
delijk terug uit de Raad van Commissarissen en neemt niet deel aan de besluitvorming. Na deze periode kan
het lid weer toetreden tot de Raad van Commissarissen, maar wordt niet betrokken bij de besluitvorming over
zaken die zich in die drie maanden hebben voorgedaan. In mei 2026 heeft deze situatie zich helaas voorgedaan.
In een extra vergadering op 18 mei 2026 heeft de Raad van Commissarissen besloten Roos Schreuder-van der
Linden per 19 mei 2026 aan te stellen als waarnemend directeur-bestuurder.
Meldingsplicht
In 2025 hebben zich geen zaken voorgedaan die vallen onder de brede meldingsplicht van de Woningwet.
Zelfevaluatie
Ten minste éénmaal per jaar bespreekt de Raad van Commissarissen het eigen functioneren en dat van de indi-
viduele leden. Eens per twee jaar vindt deze zelfevaluatie plaats onder onafhankelijke, externe begeleiding.
De Raad hield op 14 januari 2025 een zelfevaluatie. Deze vond zonder externe begeleiding plaats. Verder volgt
de Raad van Commissarissen een Comenius-leergang.
Zowel de Raad van Commissarissen als de directeur-bestuurder zijn tevreden over het functioneren van de
Raad van Commissarissen als geheel, de individuele leden en de voorzitter.
Samenwerking
De Raad van Commissarissen en de directeur-bestuurder zijn goed in staat kritische gesprekken te voeren met
behoud van de relatie. In de samenwerking is het belangrijk dat de Raad van Commissarissen altijd een zekere
afstand houdt tot de organisatie en daarop alert is.
De leden van de Raad van Commissarissen vullen elkaar aan qua kennis en ervaring. De commissies zijn een
goed platform om dilemma’s en scenario’s met elkaar te delen.
De Raad van Commissarissen onderzoekt welke dwarsverbanden te leggen zijn tussen de Commissie Wonen en
de Auditcommissie op het gebied van doelmatige inzet van financiën.
Permanente educatie
De VTW heeft een gedragsregel vastgesteld waarin staat dat commissarissen in 2025 minimaal vijf PEpunten
moeten behalen. Mevrouw V. Kouri was in 2025 slechts één maand commissaris bij Woonstede. Volgens de
VTW hoeft een commissaris die maar één maand in een kalenderjaar actief is, geen PEpunten te behalen.
De heer D. Gudden is in 2025 gestart als commissaris. De VTW heeft bepaald dat een commissaris die op 1 au-
gustus begint, twee PEpunten moet behalen. De heer D. Gudden heeft dit aantal in 2025 niet gehaald. Hij zal
in 2026 extra PEpunten behalen zodat hij gemiddeld weer voldoet aan de PEnorm.
Naam
PE-norm 2025
PE-punten behaald 2025
Saldo
Mevrouw L.J. Bode
5
23
+17
De heer M. Boerema
5
23
+17
Mevrouw M.K. Groenberg
5
19
+14
83
De heer D. Gudden (vanaf 1
augustus 2025)
2
0
-2
Mevrouw V. Kouri
0
0
0
De heer B.L.M.T van Moerkerk
5
21
+16
Tabel 43. Behaalde PE Punten Raad van Commissarissen in 2025.
Bezoldiging van de Raad van Commissarissen
De honorering van de Raad van Commissarissen past bij de zwaarte van de functie van de afzonderlijke leden
en houdt rekening met maatschappelijke waarden en normen. De honorering voldoet aan de eisen vanuit de
WNT (zie ook bladzijde 64 en toelichting op de winst-en-verliesrekening bladzijde 122-123).
De Algemene Ledenvergadering (ALV) van VTW heeft besloten om de beroepsregel bezoldiging als een advies-
regeling te gebruiken. Deze adviesregeling geeft een maximum bezoldiging aan voor de Raden van Commissa-
rissen van woningcorporaties naar grootteklasse.
De Raad van Commissarissen heeft besloten af te wijken van de adviesregeling, kijkend naar de opgave van
Woonstede en de daarmee gepaard gaande tijdsinvestering van de Raad van Commissarissen. De Raad van
Commissarissen vindt het passend om de vergoeding hoger vast te stellen, op 90% van de WNT. Dit betekent
90% van de maximale bezoldiging van 15% voor de voorzitter van de Raad van Commissarissen en 10% voor de
leden van de Raad van Commissarissen.
Om het onafhankelijk functioneren van de Raad van Commissarissen te waarborgen, staat de hoogte van de
honorering los van de prestaties van Woonstede. Voor de hoogte van de bezoldiging van de Raad van Commis-
sarissen verwijzen wij naar de toelichting op de winst-en-verliesrekening vanaf bladzijde 122-123.
Woonstede betaalt de kosten die de Raad van Commissarissen maakt voor deskundigheidsbevordering (perma-
nente educatie) en evaluatie. Ook voldoet Woonstede de kosten voor de aansprakelijkheids- en rechtsbij-
standsverzekering die is afgesloten voor de commissarissen vanwege het uitoefenen van de functie. De Raad
van Commissarissen declareert hun reiskosten.
Vergaderingen/contact met de organisatie
In 2025 kwam de Raad van Commissarissen negen keer bijeen voor een formele vergadering.
Op 14 januari 2025 hield de Raad van Commissarissen een vergadering zonder de directeur-bestuurder. Tijdens
deze vergaderingen hield zij een zelfevaluatie.
In oktober 2025 hield de Raad van Commissarissen een tweedaagse bijeenkomst die in het teken stond van de
hiervoor al genoemde Comenius-leergang. Hierbij waren de directeur-bestuurder en andere medewerkers,
waaronder het kern-MT, de controller en bestuurssecretaris deels aanwezig.
De Raad van Commissarissen is actief betrokken bij verschillende projecten en gaat regelmatig in gesprek met
medewerkers, huurders en andere stakeholders van Woonstede. Zo bracht een delegatie van de Raad van
Commissarissen samen met de Gemeenteraad en een aantal medewerkers van Woonstede meermalen een
bezoek aan het project Hoogbouw Ede zuid.
84
11. Jaarrekening
1. BALANS VOOR RESULTAATBESTEMMING
ACTIVA (in duizenden euro's)
31-12-2025
31-12-2024
PASSIVA (in duizenden euro's)
31-12-2025
31-12-2024
A. VASTE ACTIVA
I. VASTGOEDBELEGGINGEN
C. EIGEN VERMOGEN
1. DAEB vastgoed in exploitatie
2 . 2 2 1.7 67
2 .01 5.8 70
1. Herwaarderingsreserves
1 .1 54 .55 8
1.0 77 .7 2 8
2. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie
2 9.0 02
2 7 . 3 2 5
2. Overige reserves
3 25 .88 3
2 16 .00 1
3. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
2 69 .76 7
2 6 0.6 58
3. Resultaat na belastingen van het boekjaar
9 9.8 64
1 8 6.7 12
4. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
1 5.9 1 2
3 8.8 0 8
1 .5 80 .30 5
1.4 80 .4 4 1
II. MATERIËLE VASTE ACTIVA
1. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
9.2 09
7 .92 2
D. VOORZIENINGEN
2 .5 45 .65 7
2 .3 5 0.5 83
1. Voorziening voor onrendabele investeringen en
herstructureringen
6 0.0 53
5 .3 07
III. FINANCIËLE VASTE ACTIVA
2. Overige voorzieningen
0
132
1. Aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van
6 0.0 53
5 .4 39
deelneming in groepsmaatschappijen
91
91
2. Latente belastingvorderingen
5 .8 63
3.1 4 0
3. Overige effecten
145
145
4. Overige vorderingen
123
136
E. LANGLOPENDE SCHULDEN
6 .2 22
3.5 1 2
1. Schulden aan overheid
2 7.0 01
2 8.9 31
2. Schulden aan banken
6 1 1.3 94
5 7 0.6 39
B. VLOTTENDE ACTIVA
3. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken
verkocht onder voorwaarden
2 31 .19 2
2 25 .49 8
I. VOORRADEN
4. Overige schulden
5 .3 48
1 0 . 4 1 6
1. Vastgoed bestemd voor de verkoop
2 .3 03
2.0 6 2
8 74 .93 5
8 35 .48 4
2 .3 03
2.0 6 2
F. KORTLOPENDE SCHULDEN
II. VORDERINGEN
1. Schulden aan overheid
2 .07 9
2.3 75
1. Huurdebiteuren
478
600
2. Schulden aan banken
2 8.2 05
2 0.6 40
2. Belastingen en premies van sociale verzekeringen
378
730
3. Schulden aan leveranciers en handelskredieten
3 .1 47
5 .65 2
3. Overige vorderingen
217
449
4. Schulden ter zake van belastingen, premies van
4. Overlopende activa
709
368
sociale verzekeringen en pensioenen
3 .9 66
5 .7 5 6
1 .7 82
2.1 4 7
5. Overige schulden
170
321
6. Overlopende passiva
1 0.0 92
9 .2 68
III. LIQUIDE MIDDELEN
6 .9 88
7.0 7 2
4 7.6 59
4 4.0 12
TOTAAL
2 .5 62 .95 2
2 .3 6 5.3 76
TOTAAL
2 .5 62 .95 2
2.3 65 .3 7 6
85 / Ondernemingsplan
2. WINST-EN-VERLIESREKENING
(in duizenden euro's)
2025
2024
1. Huuropbrengsten
8 7.8 58
82 .62 7
2. Opbrengsten servicecontracten
6 .0 34
6 . 3 0 3
3. Lasten servicecontracten
-6.5 54
-6 .6 64
4. Lasten verhuur en beheeractiviteiten
-3.1 79
-3 .1 54
5. Lasten onderhoudsactiviteiten
-34 .26 5
-38 .23 5
6. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
-5.2 03
-4 .6 16
Totaal van netto resultaat exploitatie van vastgoedportefeuille
44 .69 1
36 .26 1
7. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille
1 9.7 48
10 .34 3
8. Toegerekende organisatiekosten
-42 3
-35 5
9. Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille
-11 .35 5
-5.9 88
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille
7 .9 70
4 . 0 0 0
10. Overige waardeveranderingen van vastgoedportefeuille
-77 .32 2
-12 .87 5
11. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
14 0 .6 99
17 7 .58 6
12. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden
3 .4 35
7 . 3 5 9
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille
6 6.8 12
17 2 . 0 7 0
13. Opbrengsten overige activiteiten
403
710
14. Kosten overige activiteiten
-39 0
-51 8
Totaal van netto resultaat overige activiteiten
13
192
15. Overige organisatiekosten
-4.1 99
-4 .9 33
16. Kosten omtrent leefbaarheid
-2.3 38
-2 .2 92
Wijzigingen in de waarde van financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende
activa behoren
5 .0 68
-3 65
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten
93
342
17. Rentelasten en soortgelijke kosten
-15 .29 0
-13 .16 9
Totaal van financiële baten en lasten
-10 .12 9
-13 .19 2
Totaal van resultaat voor belastingen
1 02 .82 0
1 92 .10 6
18. Belastingen
-2.9 56
-5 .3 94
Totaal van resultaat na belastingen
9 9.8 64
18 6 . 7 1 2
86 / Ondernemingsplan
3. Kasstroomoverzicht volgens de directe methode
(in duizenden euro's)
2025
2024
Operationele activiteiten
Ontvangsten
Huurontvangsten
8 8 .1 2 0
8 2 .8 82
Vergoedingen
6 .7 93
5 .9 3 2
Overige bedrijfsontvangsten
1 .0 7 2
778
Ontvangen interest
91
354
Saldo ingaande kasstromen
9 6 .0 76
8 9 .9 46
Uitgaven
Betalingen aan werknemers
1 3.6 2 7
1 2 .4 3 0
Onderhoudsuitgaven
2 7 .0 49
2 9 .9 06
Overige bedrijfsuitgaven
1 9 .6 27
1 9 .3 80
Betaalde interest
1 4 .4 19
1 1 .8 40
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van
resultaat
231
217
Leefbaarheid externe uitgaven niet
investeringsgebonden
326
323
Vennootschapsbelasting
5 .3 2 7
6 .0 7 4
Saldo uitgaande kasstromen
8 0 .6 06
8 0 .1 70
Kasstroom uit operationele activiteiten
1 5 .47 0
9 .7 7 6
(Des-)investeringsactiviteiten
MVA ingaande kasstroom
Verkoopontvangsten bestaande huur
1 9 .7 61
1 0 .3 42
Verkoopontvangsten woongelegenheden
(VOV)
154
709
Tussentelling ingaande kasstroom MVA
1 9 .9 15
1 1 .0 51
87
2025
2024
MVA uitgaande kasstroom
Nieuwbouw huur
3 9 .7 18
7 1 .03 3
Verbeteruitgaven
2 6 .3 49
1 9 .65 2
Aankoop
6 .1 2 8
333
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor
doorverkoop
5 .9 7 2
6 .02 1
Investeringen overig
2.6 5 0
1 .6 6 9
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA
8 0 .8 17
9 8 .7 08
Saldo in- en uitgaande kasstromen MVA
-6 0 .9 02
-8 7 .6 57
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten
-6 0 .90 2
-8 7.6 5 7
Financieringsactiviteiten
Ontvangsten
Nieuwe te borgen leningen
6 1 .5 00
9 3 .00 0
Saldo ingaande kasstromen
6 1 .5 00
9 3 .0 00
Uitgaven
Aflossing geborgde leningen
1 4 .1 03
2 1 .35 0
Aflossing ongeborgde leningen
2 .0 4 9
1 .74 7
Saldo uitgaande kasstromen
1 6 .1 52
2 3 .0 97
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
45 .3 4 8
6 9 .9 0 3
Mutatie liquide middelen
-8 4
-7 .9 7 8
Liquide middelen per 1-1
7 .0 7 2
15 .0 5 0
Liquide middelen per 31-12
6 . 9 8 8
7 .07 2
88
89
4. Toelichting op de jaarrekening
Algemeen
Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025. Alle bedragen
luiden in duizenden euro’s, tenzij anders vermeld.
Activiteiten
Stichting Woonstede is statutair en feitelijk gevestigd in Ede en houdt kantoor op Telefoonweg 36 aldaar. Wij
zijn een Toegelaten Instelling overeenkomstig artikel 19 Lid 1 van de Woningwet. Wij stellen ons ten doel uit-
sluitend werkzaam te zijn op het gebied van de volkshuisvesting zoals omschreven in artikel 45 van de Woning-
wet. Onze woningmarktregio is FoodValley. Ons instellingsnummer is L2051.
Bij de Kamer van Koophandel zijn wij ingeschreven onder nummer 09055271.
Groepsverhoudingen en consolidatie
Wij hebben een kapitaalbelang in één besloten vennootschap.
Naam Statutaire zetel Deelnemingspercentage Hoofdactiviteit
Woonstede Energie B.V. Ede 100% Energielevering
Per 31 december 2025 is het eigen vermogen van Woonstede Energie B.V. 92 duizend euro (2024 was dit
eveneens 92 duizend euro). Over 2025 was de omzet nihil en was het jaarresultaat 72 euro negatief. Over
2024 was dit respectievelijk nihil en 72 euro negatief.
Vanwege het beperkte financiële belang van Woonstede Energie B.V. ten opzichte van Stichting Woonstede
hebben we op grond van Titel 9 Boek 2 artikel 407 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geen geconsolideerde
jaarrekening over 2025 samengesteld.
Verder zijn wij lid van 74 VvE’s waarin wij veelal de meerderheid van het aantal stemmen hebben. Slechts bij
hoge uitzondering maken wij bij besluiten gebruik van ons meerderheidsbelang. Het financieel belang van de
VvE’s waarin wij een belang hebben, is kleiner dan 5% van ons balanstotaal. Om deze twee redenen hebben
wij op grond van Titel 9 Boek 2 artikel 407 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de VvE’s niet in de consolida-
tie betrokken.
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van de in deze
paragraaf opgenomen waarderingsgrondslagen.
Verbonden partijen
Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de corporatie en een na-
tuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de corporatie. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de
corporatie en haar verbindingen, de bestuurders, commissarissen en de functionarissen op sleutelposities. On-
der transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een
bedrag in rekening is gebracht. Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-
zakelijke grondslag.
Financiële continuïteit
Onze Raad van Commissarissen keurde op 4 december 2025 de begroting 2026 goed. In de begroting 2026 en
de meerjarenbegroting 2026 2030 hebben we de financiële uitwerking van het jaarplan en het onderne-
mingsplan opgenomen. In meerjarenperspectief hebben we de begroting doorgerekend met de macro-econo-
mische parameters die Aw heeft gepubliceerd. De effecten van mogelijke wijzigingen in de macro-economi-
sche parameters hebben we in beeld gebracht door de begroting modelmatig met 2000 samenhangende sce-
nario’s door te rekenen. Het resultaat van het doorrekenen van deze 2000 scenario’s is dat er een kans van
26% is dat we in 2030 onder de genormeerde ICR van 1,4 uitkomen en een kans van 11% dat we in 2030 boven
de genormeerde LTV van 70% uitkomen. De kans op het niet halen van de norm van de ICR is nog acceptabel.
Door het vertragen of afstellen van projecten hebben we mogelijkheden om bij te sturen. Op basis van de
90
uitkomsten van de 2000 doorgerekende scenario’s en de mogelijkheden om bij te sturen, zijn wij van mening
dat de financiële continuïteit is geborgd.
Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening
De jaarrekening van Woonstede is opgesteld volgens de bepalingen van het Besluit toegelaten instellingen
volkshuisvesting (BTIV). In artikel 35 lid 1 van de Woningwet is voorgeschreven om van Titel 9 Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek (BW) de afdelingen 2 tot en met 6, 8, 10, 11, 13 en 16 toe te passen.
Verder is in artikel 31 lid 1 van het BTIV opgenomen dat het vastgoed in exploitatie wordt gewaardeerd tegen
marktwaarde in verhuurde staat. In artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
(RTIV) is hier invulling aan gegeven. De marktwaarde in verhuurde staat wordt bepaald op basis van de metho-
diek zoals deze is opgenomen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (bijlage 2 bij het RTIV).
De toegepaste modellen van de balans, de winst-en-verliesrekening en het kasstroomoverzicht zijn overeen-
komstig bijlage 3 van de RTIV.
Ook is deze jaarrekening opgesteld volgens de door de Raad voor de Jaarverslaggeving uitgegeven Richtlijn 645
Toegelaten instellingen volkshuisvesting (RJ 645) en de Handleiding toepassen functionele indeling winst-en-
verliesrekening bij corporaties Verslagjaar 2025 SBR-wonen.
De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische
kosten. Tenzij bij de desbetreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de
activa en passiva gewaardeerd volgens het kostprijsmodel.
Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts op-
genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oor-
sprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de
jaarrekening bekend zijn geworden.
Daar waar van toepassing zijn de cijfers over het voorgaande boekjaar geherrubriceerd om de vergelijking met
het huidig boekjaar mogelijk te maken.
Scheiding DAEB/-niet-DAEB
Op grond van artikel 15 lid 2 en 4 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘RTIV’) nemen
we in de toelichting van de jaarrekening 2025 gescheiden balansen, winst-en-verliesrekeningen en kasstroom-
overzichten voor de DAEB-tak en voor de niet-DAEB-tak op.
Het vastgoed in exploitatie wordt op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurd
definitief scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de Toegelaten Instelling tussen de DAEB- en niet-
DAEB-tak geclassificeerd naar DAEB- en niet-DAEB-vastgoed. Voor de toerekening van activa, verplichtingen,
baten, lasten en kasstromen aan deze DAEB-tak of niet-DAEB-tak is de volgende methodiek toegepast.
Wanneer activa, verplichtingen, baten, lasten en kasstromen volledig toezien op DAEB- of niet-DAEB-activitei-
ten, zijn deze volledig aan de DAEB-tak respectievelijk niet-DAEB-tak toegerekend.
Wanneer deze toezien op zowel DAEB- als niet-DAEB-activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel
toegerekend. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aandeel gewogen verhuureenheden DAEB ten opzichte
van het aandeel gewogen verhuureenheden niet-DAEB per 1 januari 2025 zoals deze zijn opgenomen in dVi
2024. In volgende tabel is de verdeling DAEB/niet-DAEB per 1 januari van het verslagjaar opgenomen.
91
Omschrijving
1 januari 2025
1 januari 2024
Aantal
%
Aantal
%
DAEB
Niet-DAEB
Totaal
11.875
209
98,3%
1,7%
11.596
201
98,3%
1,7%
12.084
100%
11.797
100%
Tabel 44. Verdeling van DAEB- en niet-DAEB-activiteiten
Vorderingen, verplichtingen, baten, lasten en kasstromen uit hoofde van vennootschapsbelasting worden toe-
gerekend aan de DAEB- of niet-DAEB-tak op basis van het fiscale resultaat dat is afgeleid uit de winst-en-ver-
liesrekening zoals die hierboven beschreven is samengesteld. De latenties die betrekking hebben op de waar-
dering van de langlopende schulden zijn volledig toegerekend aan de DAEB-tak, omdat alle langlopende schul-
den in de DAEB-tak zijn verantwoord.
De specificatie van het niet-DAEB-bezit is als volgt:
Omschrijving
31 december
2025
2024
Zelfstandige woongelegenheden
Parkeervoorzieningen
Maatschappelijke vastgoed
Bedrijfsmatig onroerend goed
84
573
2
6
84
530
2
7
Totaal ongewogen
Totaal gewogen
665
209
623
201
Tabel 45. Specificatie niet-DAEB-bezit per 31 december
Daarnaast hebben we ultimo 2025 134 verkochte Koopgarantwoningen in niet-DAEB (ultimo 2024 136 ver-
kochte Koopgarantwoningen). Dit zijn woningen die we voor de invoering van de Woningwet 2015 als nieuw-
bouwwoning met een Koopgarantcontract hebben verkocht en woningen in één van onze complexen in exploi-
tatie die we als Koopgarantwoning verkopen op basis van afspraken die we voor de invoering van de Woning-
wet 2015 hebben gemaakt.
Deze verhuureenheden worden in eigendom aangehouden, omdat sprake is van complexen met gemengd be-
zit.
Presentatiewijziging
Met ingang van het boekjaar 2025 verantwoorden we de nog af te rekenen stookkosten, net als de nog af te
rekenen servicekosten, onder de overlopende passiva. Tot en met het boekjaar 2024 verantwoordden we de
af te rekenen stookkosten bij de kortlopende schulden.
De kosten van warmtemeters hebben we met ingang van het boekjaar 2025 samengevoegd met de kosten van
gasverbruik.
92
De in lasten stook en servicekosten begrepen loonkosten verantwoorden we met ingang van boekjaar 2025
onder de lasten verhuur en beheer, omdat we ook de toegerekende lasten daar verantwoorden. Tot en met
het boekjaar 2024 verantwoordden we de loonkosten onder de lasten servicecontracten.
Voor vergelijkingsdoeleinden hebben we de vergelijkende cijfers over 2024 aangepast.
Schattingen
Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse schattingen. Dit is inherent aan het toepassen
van de geldende verslaggevingsstandaarden. In het bijzonder is dit van toepassing op de bepaling van de
marktwaarde van het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed is geen exacte wetenschap.
Daarnaast betreft deze waardebepaling de grootste schattingspost waarover wij in onze jaarrekening een in-
schatting moeten maken.
De marktwaarde is als volgt te definiëren:
De marktwaarde is het geschatte bedrag waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en een bereidwil-
lige verkoper na behoorlijke marketing in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de peildatum,
waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en zonder dwang zouden hebben gehandeld.
Voor de waardering in de jaarrekening wordt de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerd. Om een inschat-
ting van de marktwaarde te maken wordt gebruik gemaakt van taxaties. De basis hiervoor is het Handboek
modelmatig waarderen marktwaarde, actualisatie peildatum 31 december 2025. Door de taxateur is gebruik
gemaakt van vrijheidsgraden die in het handboek zijn genoemd. De vraag is wat de nauwkeurigheid van deze
taxaties is, of binnen welke bandbreedte de opdrachtgever het waardeoordeel mag verwachten. Uitgaande
van de gegeven definitie van de marktwaarde en de aan de taxateur opgelegde norm op het gebied van kennis
en uitvoering wordt in de markt de nauwkeurigheid van de waardering geacht te liggen binnen een band-
breedte van 10% plus en min de waarde.
Andere belangrijke schattingen vinden plaats bij:
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie: bepaling van het moment van het aangaan van de
feitelijke verplichtingen over investeringen nieuwbouw en transformatie ten behoeve van het bepalen en tref-
fen van een voorziening voor onrendabele investeringen. Deze verplichtingen worden in de jaarrekening ver-
werkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘Intern geformaliseerd en extern gecommu-
niceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door ons zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige
stakeholders aangaande verplichtingen over toekomstige nieuwbouw-, transformatie-, woningverbeterings- of
herstructureringsprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het projectbesluit in het besluitvor-
mingsproces. De financiële impact van de feitelijke verplichtingen kan afwijken bij daadwerkelijke realisatie. De
realisatie kan onder meer wijzigen als gevolg van wettelijke procedures, aanpassingen in de voorgenomen
bouwproductie en het prijsniveau van leveranciers.
Aannames en veronderstellingen gehanteerd bij de bepaling van de belastingpositie (inclusief latente belasting-
positie): Deze betreffen met name de uitgangspunten en veronderstellingen met betrekking tot het onder-
scheid tussen onderhoudskosten en investeringen, de bepaling van de fiscale waarde van het vastgoed mede
in relatie tot fiscale afschrijvingsmogelijkheden en projectresultaten en de voor de waardering van de belas-
tingpositie gehanteerde prognose van toekomstige verwachte fiscale resultaten.
Grondslagen voor de waardering van de activa en passiva
Vastgoedbeleggingen
DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie
DAEB-vastgoed omvat woningen in exploitatie met een huurprijs bij aanvang van het huurcontract onder of op
de huurtoeslaggrens, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. De huurtoeslaggrens is
een algemeen huurprijsniveau dat jaarlijks per 1 juli door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-
laties wordt vastgesteld. Ultimo 2025 bedraagt deze grens € 900,07 (2024: € 879,66). Het niet-DAEB-vastgoed
93
omvat woningen in exploitatie met een huurprijs bij aanvang van het huurcontract boven de huurtoeslaggrens,
parkeervoorzieningen en bedrijfsmatig onroerend goed, zoals deze zijn opgenomen in het scheidingsvoorstel
DAEB/niet-DAEB per 1 januari 2017 dat door de Aw is goedgekeurd op 18 oktober 2017.
Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsmatig onroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties,
waaronder zorg-, welzijns- en onderwijsinstellingen en culturele instellingen en dienstverleners, en ook is ver-
meld in de bijlage zoals deze is opgenomen in de Beschikking van de Europese Commissie d.d. 15 december
2009 over de staatssteun voor toegelaten instellingen.
Grondslag waardering tegen actuele waarde gebaseerd op marktwaarde:
Het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de verkrij-
gings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten en daar waar van toepassing na aftrek van investerings-
subsidies. Investeringen in bestaand vastgoed in exploitatie (renovaties, ingrijpende verbouwingen, overige
investeringen), en ook de voorziening onrendabele investeringen, worden verantwoord via het vastgoed in
exploitatie. Na eerste verwerking wordt het vastgoed in exploitatie gewaardeerd op basis van actuele waarde,
daar waar van toepassing na aftrek van een voorziening voor onrendabele investeringen. Op grond van artikel
31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering plaats tegen de markt-
waarde. Het Besluit actuele waarde is niet van toepassing.
De uitgaven na eerste verwerking van een vastgoedbelegging worden geactiveerd als het waarschijnlijk is dat
de uitgaven zullen leiden tot een toename van de verwachte toekomstige economische voordelen. Alle overige
uitgaven worden verantwoord als kosten in de winst-en-verliesrekening in de periode dat ze zich voordoen.
Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB-
en niet-DAEB vastgoed in exploitatie, waarbij de geschatte kostprijs van de na-investering hoger is dan de aan
de investeringsverplichting toe te rekenen marktwaarde, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de
reeds voor het betreffende investeringsproject bestede kosten en wordt voor het resterende deel een voorzie-
ning gevormd voor onrendabele investeringen aan de creditzijde van de balans. De afwaardering wordt in het
resultaat verantwoord onder de post 'overige waardeveranderingen'.
Op grond van artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering te-
gen marktwaarde plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in het Handboek modelmatig waar-
deren marktwaarde, actualisatie peildatum 31 december 2025.
Bij het toepassen van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ wordt de fullversie gehanteerd.
Voor een verdere toelichting op de toepassing van het waarderingshandboek wordt verwezen naar de toelich-
ting op de balans.
Winsten of verliezen, ontstaan door een wijziging in de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie, worden
verantwoord in de winst-en-verliesrekening over de periode waarin de wijziging zich voordoet.
Daarnaast wordt ten laste van de resultaatbestemming, hetzij ten laste van de overige reserves, een herwaar-
deringsreserve gevormd. De herwaarderingsreserve wordt op complexniveau gevormd als de marktwaarde
van het vastgoed in exploitatie waar de reserve betrekking op heeft hoger is dan de verkrijgings- of vervaardi-
gingsprijs zonder rekening te houden met afschrijvingen.
Zekerheden
Wij hebben het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een recht van hypotheek en pand te vesti-
gen. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruik gemaakt.
Grondslagen voor de bepaling van de beleidswaarde
De beleidswaarde betreft de actuele waarde van het vastgoedbezit in exploitatie, gebaseerd op een sociale
disconteringsvoet en voortdurende exploitatie volgens ons huidige beleid. De bepaling van de beleidswaarde
betreft een schatting die daarom schattingsonzekerheden in zich heeft.
De beleidswaarde van flexwoningen, bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed en ook van par-
keergelegenheden wordt gelijkgesteld aan de marktwaarde in verhuurde staat.
94
Voor woongelegenheden wordt de beleidswaarde bepaald op basis van een contante waarde van de ver-
wachte toekomstige kasstromen gebaseerd op voortdurende exploitatie. De waardering vindt op complexni-
veau plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in het Handboek modelmatig waarderen markt-
waarde 2025. De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:
De aannames over de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtin-
gen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed;
Het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Dis-
counted Cash Flow (DCF) genaamd, gebaseerd op een exploitatieperiode van zestig jaar. Dit betekent
dat de inkomsten en uitgaven over deze termijn worden geschat en dat deze aan de hand van een
disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar balansdatum;
De gehanteerde disconteringsvoet over boekjaar 2025 bedraagt 4,22% voor het DAEB bezit en 4,76%
voor het niet-DAEB bezit;
In de beleidswaarde wordt uitgegaan van voortdurende exploitatie (een door exploiteer-scenario),
daarom wordt geen rekening gehouden met bijvoorbeeld voorgenomen verkopen of sloop van vast-
goed in exploitatie;
De (huur)opbrengsten worden geschat op basis van de intern bepaalde streefhuur, rekening houdend
met de geldende wettelijke kaders en het tweehurenbeleid;
Inrekening van toekomstige onderhoudslasten voor instandhoudingsonderhoud en mutatie onder-
houd is gebaseerd op de eigen onderhoudsbegroting, waarbij geldt dat:
o de onderhoudsbegroting is gebaseerd op de onderhoudscyclus van het object op basis van
instandhouding, voortvloeiend uit de vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting. Voor zo-
ver ingrijpende verbouwingen niet in deze meerjarenonderhoudsbegroting zijn opgenomen,
worden hiermee samenhangende geschatte uitgaven eveneens tot het onderhoud gerekend;
o de verplichting tot het verduurzamen van woningen met een E, F of G label is ingerekend vol-
gens de tabel in paragraaf 9.2.4.3 van het handboek modelmatig waarderen marktwaarde
2025;
Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten op basis van een gemiddelde norm welke is ge-
baseerd op een inschatting van het langjarige kostenniveau. Hieronder worden verstaan de directe en
indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheer- activiteiten van de cor-
poratie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘Lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en
‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’ in de resultatenrekening.
Wij hebben bij de bepaling van de beleidswaarde uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de be-
leidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn daarom van invloed op deze waarde. De uitgangspun-
ten zijn nader opgenomen in de toelichting op de balans.
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden die zijn gekwalificeerd als een financieringstransactie worden
gewaardeerd op de getaxeerde leegwaarde onder aftrek van de korting.
Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde van onroerende zaken verkocht onder
voorwaarden. Deze worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening over de periode waarin de wijziging
zich voordoet, onder de categorie Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht on-
der voorwaarden. Daarnaast wordt ten laste van de resultaatbestemming, hetzij ten laste van de overige re-
serves, een herwaarderingsreserve gevormd. De herwaarderingsreserve betreft het ongerealiseerde positieve
verschil tussen de actuele waarde en de historische kostprijs. Hierop wordt de ongerealiseerde waardeveran-
dering van de terugkoopverplichting VOV-woningen aan de passivazijde in mindering gebracht, omdat de her-
waardering van de activa en de herwaardering van de terugkoopverplichting onlosmakelijk met elkaar zijn ver-
bonden.
Herclassificatie van vastgoed
Herclassificatie van vastgoed in exploitatie en/of onroerende zaken verkocht onder voorwaarden geschiedt
slechts indien sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid, gestaafd door:
1) daadwerkelijke aanvang van activiteiten ten behoeve van verkoop van vastgoed dat niet meer in exploitatie
is;
95
2) verkoop onder voorwaarden van vastgoed in exploitatie waarbij de transactie kwalificeert als financierings-
transactie;
3) terugkoop van onder voorwaarden verkochte onroerende zaken die als financieringstransactie zijn aange-
merkt ten behoeve van de eigen exploitatie of verkoop;
4) beëindiging van de duurzame exploitatie van bestaand vastgoed om nieuw vastgoed te gaan ontwikkelen en
exploiteren.
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie betreft complexen in aanbouw ten behoeve van toe-
komstige verhuurexploitatie. De complexen in aanbouw worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardi-
gingsprijs dan wel de lagere marktwaarde.
De marktwaarde in verhuurde staat wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis
van aannames zoals toegelicht onder vastgoed in exploitatie. Wanneer per balansdatum sprake is van feitelijke
dan wel juridische investeringsverplichtingen over DAEB en/of niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de
geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde in verhuurde staat, wordt het verschil eerst
in mindering gebracht op de al voor het betreffende project bestede kosten en wordt voor het resterende deel
een voorziening gevormd voor verlieslatendheid van een contract (voorziening voor onrendabele investerin-
gen). De afwaardering wordt in het resultaat verantwoord onder de post “overige waardeveranderingen”.
Bij gereedkomen van vastgoed in ontwikkeling voor de eigen exploitatie vindt overboeking van het gehele
saldo plaats naar vastgoed in exploitatie.
Materiële vaste activa
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd op basis van de verkrij-
gingsprijs, verminderd met de cumulatieve lineaire afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere
waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en
worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs. Er wordt afgeschreven vanaf het
moment van ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven.
De afschrijvingstermijnen in jaren zijn als volgt:
Omschrijving
Termijn in jaren
Gebouwen
Teledatanet/klimaatbeheersing/installaties/bekabeling
Transportmiddelen
Telefooninstallatie/diverse apparatuur
Kantoormeubilair
Kantoormachines/computerapparatuur/bekabeling
Software, licenties en hardware
50
25
5/10
5/10
5/10/15
3/5
3/4/5/7
Tabel 46. Afschrijvingstermijnen
Financiële vaste activa
Deelnemingen in groepsmaatschappijen
Deelnemingen in groepsmaatschappijen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid
wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd op de nettovermogenswaarde, doch niet lager dan nihil. Deze netto-
vermogenswaarde wordt in overeenstemming met de jaarrekening bepaald. Als de nettovermogenswaarde
negatief is, wordt de deelneming op nihil gewaardeerd.
Andere deelnemingen
Andere deelnemingen waarin geen invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid wordt uitgeoe-
fend, worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs en indien van toepassing onder aftrek van bijzondere waarde-
verminderingen.
96
Latente belastingvordering
Vanaf 1 januari 2008 zijn wij integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sinds-
dien verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Bij het bepalen van het fiscale
resultaat is rekening gehouden met het feit dat de VSO2 met ingang van 1 januari 2023 is opgezegd door de
Belastingdienst.
Voor alle (belastbare) tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering, wordt een la-
tente belastingvordering en/of verplichting opgenomen, hierbij rekening houdend met het voorgenomen (fis-
cale) beleid. De latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden afhankelijk van de looptijd (groter of
kleiner dan een jaar) opgenomen onder de financiële vaste activa ofwel vlottende activa respectievelijk voor-
zieningen ofwel kortlopende schulden. Gezien de verwachte lange looptijd van mogelijke effectuering c.q. rea-
lisatie van verschillen tussen de commerciële en fiscale waardering zijn deze gewaardeerd tegen contante
waarde (netto rente). De netto rente bedraagt voor boekjaar 2025 1,8% (2024: 1,7%).
De waardering van latente belastingverplichtingen en -vorderingen wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen
van de, per balansdatum, voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van activa, voorzieningen, schulden
of overlopende passiva. Latente vorderingen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er in de
toekomst belastbare winsten zullen zijn die voor realisatie van het tijdelijk verschil dan wel compensabele ver-
liezen kunnen worden aangewend. Hierbij wordt uitgegaan van het van toepassing zijnde belastingtarief in het
verwachte jaar van afwikkeling.
De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst-en-verliesreke-
ning, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover
niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet
aftrekbare kosten.
ATAD-richtlijn
Met ingang van 1 januari 2019 is de ATAD-richtlijn van toepassing waardoor voor de bepaling van het fiscaal
belastbaar bedrag de renteaftrek beperkt is. De beperking van de renteaftrek houdt in dat als de rentelasten
meer dan 24,5% zijn van het fiscale resultaat vóór aftrek van rente afschrijvingen, het meerdere niet van de
fiscale winst mag worden afgetrokken. Het bedrag dat niet voor aftrek in aanmerking komt, is in een later jaar
wel aftrekbaar als de rentelasten in dat jaar onder de genoemde norm blijven. Hierdoor ontstaat een tijdelijk
verschil. Ultimo 2025 is dit verschil nominaal € 28,6 miljoen (2024 was dit € 22,1 miljoen).
Op basis van de begroting 2026 2035 hebben we beoordeeld of bovenstaand bedrag geheel of gedeeltelijk in
aftrek kan komen van het fiscale resultaat. Dit blijkt in de genoemde jaren niet het geval te zijn. Om deze re-
den hebben we voor deze mogelijk in de toekomst te verrekenen rentelasten geen latentie opgenomen.
Overige vorderingen
De overige financiële vaste activa worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervol-
gens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, die gelijk is aan de nominale waarde, onder aftrek van
noodzakelijk geachte voorzieningen.
Voorraden
Vastgoed bestemd voor verkoop
Vastgoed bestemd voor verkoop betreft de voorraad woningen (opgeleverd en nog niet verkocht) die niet
meer in exploitatie zijn en zijn aangewezen voor verkoop. Vastgoed bestemd voor verkoop wordt gewaardeerd
tegen de verkrijgingsprijs dan wel vervaardigingsprijs of lagere netto-opbrengstwaarde. Deze lagere netto-op-
brengstwaarde wordt bepaald door individuele beoordeling van de voorraden.
De verkrijgingsprijs wordt bepaald op basis van de marktwaarde op het moment dat het vastgoed uit exploita-
tie wordt genomen. De vervaardigingsprijs omvat de bouwkosten, de directe loonkosten en de overige kosten
die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. De netto-opbrengstwaarde is gebaseerd
op een verwachte verkoopprijs, onder aftrek van nog te maken kosten voor voltooiing en verkoop.
97
Overige voorraden
De overige voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere netto-opbrengstwaarde. Deze la-
gere netto-opbrengstwaarde wordt bepaald door individuele beoordeling van de voorraden. De waardering
van de overige voorraden komt tot stand op basis van gewogen gemiddelde prijzen.
Overige vorderingen
De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd
tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale
waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht.
Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.
Liquide middelen
De liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maan-
den. De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Indien middelen niet ter vrije beschik-
king staan, dan wordt hiermee bij de waardering rekening gehouden.
Voorzieningen
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
In de jaarrekening worden naast juridisch afdwingbare verplichtingen ook feitelijke verplichtingen verwerkt die
kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wan-
neer uitingen namens de woningcorporatie zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders
aangaande verplichtingen over toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een fei-
telijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de woningcorporatie rondom projectont-
wikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake als de formalisering van de verplichting
heeft plaatsgevonden. De onrendabele top wordt genomen als de Raad van Commissarissen goedkeuring
heeft gegeven aan de uitvoering van het project.
Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen en herstructureringen worden als bijzondere
waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan
behoren. Als en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het desbetreffende complex overtref-
fen, wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd. Onder verwachte verliezen wordt in dit verband ver-
staan de netto contante waarde van alle investeringsuitgaven minus de aan deze investering toe te rekenen
marktwaarde.
Overige voorzieningen
De overige voorzieningen hebben betrekking op de geraamde kosten van de afspraken die met medewerkers
zijn gemaakt. Daarnaast brengen we het verschil tussen de opbrengsten van het glasfonds en de kosten die
hiervoor gemaakt worden ten gunste of ten laste van de overige voorzieningen. De voorzieningen zijn gewaar-
deerd tegen nominale waarde.
Pensioenen
Voor de pensioenen zijn wij aangesloten bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De
aansluiting bij SPW is verplicht gesteld door middel van een verplichtstelling als bedoeld in artikel 2 van de
Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. De verplichtstelling geldt voor werkgevers
en werknemers in de branche woningcorporaties. De aangesloten werkgever is voor de bij hem in dienst zijnde
deelnemer premie verschuldigd aan SPW. Het bestuur van het SPW stelt de premie vast. De werkgever is ver-
plicht de premie in maandelijkse termijnen aan SPW af te dragen. De pensioenregeling is een toegezegde pen-
sioenregeling op middelloon. De belangrijkste kenmerken zijn:
Pensioen Ouderdom en nabestaanden
Regeling Middelloonregeling.
Toetredingsleeftijd Geen minimumleeftijd.
Pensioenrichtleeftijd De leeftijd van 68 jaar; door vervroeging of uitstel is de feitelijke pensi-
oenleeftijd flexibel.
98
Pensioengrondslag Het tot een jaarloon herleide vaste maandinkomen per 1 januari inclu-
sief vakantietoeslag, in 2025 gemaximeerd op € 137.800 en verminderd
met de franchise. In 2024 was dit ook € 137.800.
Franchise De franchise wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van de AOW.
In 2025 was de franchise € 19.795. In 2024 was dit € 18.798.
Pensioenopbouwpercentage Het pensioenopbouwpercentage is zowel in 2024 als in 2025 1,875% per
deelnemingsjaar voor het ouderdomspensioen en 1,313% voor het part-
nerpensioen. Het wezenpensioen is 20% van het te bereiken partner-
pensioen.
De pensioenlasten zijn toegerekend aan de jaren waarop ze betrekking hebben en ze zijn in de winst-en-ver-
liesrekening verantwoord.
Langlopende schulden
Schulden aan overheid en banken
De eerste waardering van de leningen is tegen reële waarde en de vervolgwaardering geschiedt tegen geamor-
tiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag, rekening houdende met agio en disagio en onder aftrek van
transactiekosten.
De marktwaarde van de leningen is berekend tegen de swapcurve op basis van de 6-maands Euribor van
31 december van het boekjaar. Voor de basisrentelening geldt dat de marktwaarde is bepaald door de basis-
rente plus opslag te nemen tot opslagherziening en enkel de basisrente vanaf de opslagherziening. De markt-
waarde betreft de waarde vanaf rekendatum tot einde looptijd. Bij renteconversie is de marktwaarde de
waarde vanaf rekendatum tot renteconversie. Voor de roll-over-leningen geldt dat de volledige nominale
waarde van de hoofdsom gelijk is aan de marktwaarde.
In 2024 berekenden we de marktwaarde van alle leningen op basis van de €ster. We berekenden een markt-
waarde van 544 miljoen euro. Op basis van de uitgangspunten bij de jaarrekening 2025 is de marktwaarde per
31 december 2024 berekend op 656 miljoen euro.
In 2021 hebben wij deelgenomen aan de leningenruil ten behoeve van Vestia. We hebben een 40-jarige lening
gestort gekregen van 3,5 miljoen euro met een rente van 4,860% bij een marktrente van 0,535%. De reële
waarde van deze lening is 9 miljoen euro en het agio op deze lening is per 31 december 2025 5,0 miljoen euro.
De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden zijn opgenomen onder de kort-
lopende schulden.
Vanaf 1998 borgt het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) de rente- en aflossingsverplichtingen van
de nieuw aangetrokken leningen. Wij hebben het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een
recht van hypotheek en pand te vestigen. De gemeenten Ede en Scherpenzeel vervullen de achtervangfunctie
voor het WSW.
De extendible fixeleningen zijn gewaardeerd door bij aanvang de reële waarde te bepalen. De vervolgwaarde-
ring van deze leningen geschiedt op basis van de geamortiseerde kostprijs.
Verplichtingen VOV-woningen
De verplichtingen van de VOV-woningen zijn opgenomen tegen het ontvangen bedrag bij verkoop van de indi-
viduele woning. Verder wordt aan zelf aangebrachte voorzieningen 7.500 euro per woning toegerekend. Dit is
het gemiddelde van de zelf aangebrachte voorzieningen aan woningen die we in de afgelopen jaren hebben
teruggekocht. De verkoopprijs plus de zelf aangebrachte voorzieningen vormen de terugkoopverplichting.
De terugkoopverplichting wordt jaarlijks geïndexeerd met de indexcijfers van de NVM-regio Ede, rekening hou-
dend met de contractuele bepalingen met betrekking tot deling van de waarde mutatie van de woning bij te-
rugkoop. Hierbij maken we gebruik van de kwartaalcijfers die via de website van de NVM beschikbaar zijn ge-
steld. Het bedrag van de herwaardering wordt als ongerealiseerde waardeverandering in de winst-en-verlies-
rekening opgenomen.
99
Bij terugkoop van de woning wordt het verschil tussen de terugkoopprijs en de verplichting zoals die op de ba-
lans was opgenomen, als gerealiseerde waardeverandering in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
Financiële instrumenten
Embedded derivaten
De financiële instrumenten hebben betrekking op de embedded derivaten in de extendible fixeleningen. De
embedded derivaten zijn afgescheiden van het basiscontract omdat volgens RJ 290.827:
- Er geen nauw verband bestaat tussen de economische kenmerken en risico’s van het in het contract
besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract;
- Een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in het contract besloten derivaat vol-
doet aan de definitie van een derivaat;
- Het samengestelde instrument niet tegen reële waarde gewaardeerd wordt met verwerking van de
reële waardeveranderingen in het resultaat.
De eerste waardering en de vervolgwaardering is tegen reële waarde. Uitgangspunten bij de vervolgwaarde-
ring zijn:
Waarderingscurve: Eur. Swap v.s. 6M Euribor;
Disconteringscurve: €ster.
De waardeverandering is in de winst-en-verliesrekening opgenomen onder Waardeveranderingen financiële
instrumenten.
Kortlopende schulden
De kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde (als deze lager is
dan de verkrijgings-/vervaardigingsprijs) en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, welke
gelijk kan zijn aan de nominale waarde.
Subsidies in verband met de aanschaf van (materiële) vaste activa worden in mindering gebracht op het geïn-
vesteerde bedrag.
Grondslagen voor de bepaling van het resultaat
Toerekening baten en lasten
In de functionele winst-en-verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan een activiteit. Bij de
toerekening van de kosten onderscheiden we de volgende stappen:
1. De kosten van de huisvesting en de ondersteunende afdelingen worden verdeeld naar alle afdelingen
(dus inclusief die afdelingen zelf) op basis van het aantal fte’s per afdeling. Hierbij worden bij de verdeling
van de kosten van de huisvesting de fte’s van de vaklieden niet meegenomen;
2. Kostensoorten en afdelingen die in zijn geheel direct kunnen worden toegewezen aan een activiteit wor-
den hieraan toegewezen. De advieskosten en de kosten van extern personeel worden afzonderlijk beoor-
deeld en naar aanleiding hiervan wel of niet direct toegewezen aan een activiteit;
3. Het totaal van de indirecte kosten per afdeling wordt verdeeld naar de activiteiten van de functionele
winst-en-verliesrekening. Dit gebeurt op basis van de inschatting van de tijdsbesteding van de medewer-
kers door de teammanagers.
De onderscheiden activiteiten van de functionele winst-en-verliesrekening zijn:
- Servicecontracten (toezicht uitvoering werkzaamheden behorend bij de servicekosten, administratie
en afrekening stook- en servicekosten);
- Verhuur en beheeractiviteiten (verzorgen van de huuradministratie en de huurincasso, werkzaamhe-
den voor het opnieuw verhuurd worden van de eenheden);
- Onderhoudsactiviteiten (voorbereidende werkzaamheden voor het onderhoud, uitvoering van en toe-
zicht op het onderhoud, VvE-bijdragen voor (toekomstig) onderhoud);
- Verkoop vastgoedportefeuille (contacten met (potentiële) kopers, taxerende makelaar, verkopende
makelaar, notarissen, beoordelen taxaties en aktes);
100
- Overige activiteiten (kosten voor het aanbrengen van voorzieningen in het kader van de Wmo en de
zelf aangebrachte voorzieningen);
- Organisatiekosten (kosten voor bestuur en beheer van de organisatie, administratie, ondersteuning,
facilitaire zaken, communicatie en automatisering voor zover niet toe te rekenen aan de andere on-
derdelen);
- Leefbaarheid (begeleiden van bewoners, optreden bij sociale klachten, houden van spreekuur en
deelname aan wijkteams).
Huuropbrengsten
Hier worden de huuropbrengsten opgenomen die uit de exploitatie van het vastgoed worden gegenereerd. Dit
zijn zowel de huuropbrengsten uit de exploitatie van het DAEB-vastgoed als het niet-DAEB-vastgoed.
De huuropbrengsten worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van opeisbaarheid daar bij tussen-
tijdse beëindiging van het huurcontract geen terugbetalingsverplichting geldt.
Opbrengsten en lasten servicecontracten
Opbrengsten servicecontracten betreffen overeengekomen bijdragen van huurders en worden aangemerkt als
gerealiseerd in het jaar van levering van de goederen en verlening van de diensten.
De bijdragen zijn voor de dekking van de te maken en gemaakte servicekosten. Verrekening op basis van daad-
werkelijke bestedingen vindt jaarlijks plaats. Gemaakte servicekosten worden verantwoord onder de lasten
servicecontracten in het verslagjaar waarop de servicekosten betrekking hebben.
Lasten verhuur en beheeractiviteiten
Hier worden de directe en indirecte kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en
beheeractiviteiten. Opbrengsten die op deze kosten betrekking hebben worden hierop in mindering gebracht.
Lasten onderhoudsactiviteiten
Aan deze post worden de lasten toegerekend die betrekking hebben op de onderhoudslasten. Onder onder-
houdslasten worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van
toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.
Al aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden
verwerkt onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen.
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
Aan deze posten worden de directe lasten met betrekking tot de exploitatie van het bezit toegerekend die
geen betrekking hebben op de verhuur en beheeractiviteiten of onderhoudsactiviteiten. Gedacht kan worden
aan:
belastingen en heffingen;
kosten van verzekeringen.
De systematiek van toerekening is toegelicht onder ‘Toerekening baten en lasten’.
Nettoverkoopresultaat vastgoedportefeuille
De post nettoverkoopresultaat vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst mi-
nus de boekwaarde van het bestaand bezit en de toegerekende organisatiekosten. Opbrengsten worden ver-
antwoord op het moment van levering (passeren transportakte).
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
De overige waardeveranderingen worden gevormd door de waardevermindering die is ontstaan door gedu-
rende het verslagjaar nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen
in nieuwbouw en herstructurering.
101
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreffen winsten of mogelijke verliezen, die
ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille in het verslagjaar.
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden
In deze post worden de ongerealiseerde waardeveranderingen van de vastgoedportefeuille verkocht onder
voorwaarden verantwoord die zijn ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille ver-
kocht onder voorwaarden in het verslagjaar.
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop
In deze post worden de ongerealiseerde waardeveranderingen verantwoord van de vastgoedportefeuille be-
stemd voor verkoop die zijn ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille bestemd
voor verkoop in het verslagjaar.
Opbrengsten en kosten overige activiteiten
Hieronder worden de kosten en opbrengsten verantwoord van bijvoorbeeld voorzieningen in het kader van de
Wmo en de zelf aangebrachte voorzieningen.
Overige organisatiekosten
Onder de overige organisatiekosten vallen de kosten voor bestuur en beheer van de organisatie, administratie,
ondersteuning, facilitaire zaken, communicatie en automatisering voor zover niet toe te rekenen aan de an-
dere onderdelen. Verder wordt bij de overige organisatiekosten de volkshuisvestelijke bijdrage verantwoord
zoals opgenomen in RJ 645.313. In 2025 en 2024 waren dit de bijdrageheffing Autoriteit woningcorporaties en
de obligoheffing van het WSW.
Leefbaarheid
Leefbaarheid omvat gemaakte kosten voor ingrepen die de leefbaarheid in buurten en wijken bevorderen. Van
toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.
Financiële baten en lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet
van die betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de
verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.
Afschrijvingen materiële vaste activa ten dienste van exploitatie
De afschrijvingen materiële vaste activa ten dienste van exploitatie worden gebaseerd op de verkrijgings- of
vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte econo-
mische levensduur. Afschrijving van het actief vindt plaats tot de restwaarde is bereikt.
De afschrijvingen worden aan de verschillende activiteiten toegerekend met de systematiek toegelicht in ‘Toe-
rekening baten en lasten’.
Lonen, salarissen en sociale lasten
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst-en-ver-
liesrekening voor zover zij verschuldigd zijn aan werknemers. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwer-
kelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden door de werknemers. De lonen, salarissen
en sociale lasten worden aan de verschillende activiteiten toegerekend met de systematiek toegelicht in ‘Toe-
rekening baten en lasten’.
Pensioenlasten
Voor de grondslagen wordt verwezen naar de paragraaf voorziening pensioenen. De pensioenlasten worden
aan de verschillende activiteiten toegerekend met de systematiek toegelicht in ‘Toerekening baten en lasten’.
Belastingen
De belasting over het resultaat wordt berekend op basis van het geldende tarief over het resultaat voor belas-
tingen in de winst-en-verliesrekening, rekening houdend met vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling
102
van niet-aftrekbare kosten. Ook wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belas-
tingvorderingen en latente belastingschulden.
Resultaat deelneming
Als resultaat van deelneming waarin invloed van betekenis wordt uitgeoefend op het zakelijke en financiële
beleid, wordt opgenomen het ons toekomende aandeel in het resultaat van deze deelneming.
Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de directe methode.
De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen.
De kasstroom uit operationele activiteiten is inclusief de betaalde winstbelastingen, de ontvangen en betaalde
rente en is afgeleid van de functionele winst-en-verliesrekening waar de mutaties in het werkkapitaal bij de
betreffende onderdelen zijn aangepast. Bij de kasstroom uit investeringsactiviteiten hebben we ons gebaseerd
op de (des)investeringen zoals ze blijken uit de toelichting op de balans. Ook hier hebben we de mutaties in
het werkkapitaal bij de betreffende onderdelen aangepast. Bij de kasstroom uit financieringsactiviteiten zijn de
werkelijke aflossingen en ontvangsten opgenomen. Het gehanteerde model van het kasstroomoverzicht is ge-
baseerd op de meest recente Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting.
103
5. Beleidswaarde
De beleidswaarde ultimo 2025 bedraagt € 1.140.478.760 (2024: € 1.009.992.015) en is met 12,9% toegeno-
men.
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
2025
2024
Gemiddelde beleidshuur per maand voor:
Eengezinswoningen
Meergezinswoningen
Studenten eenheden
742,68
710,56
€ 272,53
€ 682,28
€ 618,12
€ 259,80
Norm beheerlasten per jaar per woning
716,68
€ 696,47
Ingerekende gemiddelde jaarlijkse onder-
houdslasten per woning
4.198,48
€ 3.665,72
Aantal verhuureenheden met EFG label, ex-
clusief beschermd bezit
170
254
Tabel 47. Uitgangspunten beleidswaarde
Beleidshuur
De ingerekende beleidshuur is gebaseerd op de vastgestelde streefhuur door het managementteam met toe-
passing van het tweehurenbeleid.
Onderhoud
De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:
Mutatie- en reparatieonderhoud inclusief VvE bijdragen;
Planmatig onderhoud;
Contractonderhoud en BKT-vervangingen;
Indirecte onderhoudslasten.
Woonstede beschikt over een door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde MJOB voor 10
jaar. Voor mutatie- en reparatieonderhoud inclusief VvE bijdragen zijn de gerealiseerde onderhoudslasten in
2025 ingerekend. Het ingerekende mutatie- en reparatieonderhoud in de 60-jaarshorizon is gebaseerd op de
realisatie in 2025 omdat dit langjarig representatief wordt geacht voor het bezit op balansdatum.
Het ingerekende contractonderhoud en BKT-vervangingen zijn gebaseerd op aangegane respectievelijk naar
verwachting af te sluiten onderhoudscontracten en gerealiseerde BKT-vervangingen in 2025.
De indirecte onderhoudslasten zijn gebaseerd op de realisatie 2025 gecorrigeerd voor eventuele incidentele
baten en lasten die niet representatief zijn voor de toekomst.
Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsprognose. De MJOP gaat uit van al die
werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een
complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een condi-
tiescore 4.
De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te hou-
den verrichten wij conditiemetingen. Hiertoe hanteren wij een periodieke actualisatie. Eens in de 3 jaar wordt
ieder complex opgenomen.
Bij het opstellen van de MJOB houden wij rekening met actuele prijspeil data gebaseerd op 2025.
De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het
daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De exacte
timing van uitgaven valt daarom onder de aanwezige schattingsonzekerheid.
In de MJOB houdt Woonstede rekening met de volgende cycli:
104
Type
Periodiciteit
Schilderwerk
8 jaar
Installaties
10-25 jaar
Dak vervanging
24-48 jaar
Tabel 48. Cycli in onderhoudsbegroting.
De MJOB is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwingen, renovaties,
sloop, nieuwbouw en verkoop. Ten behoeve van de beleidswaarde die gebaseerd dient te worden op een 60
jaren doorlopende exploitatieperiode zijn de volgende correcties doorgevoerd op de MJOB:
De levensduur van de complexen is verlengd naar 60 jaar;
Sloopcomplexen zijn opgevoerd qua verwacht onderhoud op basis van het behouden van een mini-
male conditiescore van 4;
Ingrijpende verbouwingen en renovaties zijn aangepast naar een situatie waarbij regulier instandhou-
dingsonderhoud plaats zou vinden;
Nieuwbouw en verkoop is buiten beschouwing gelaten.
Zoals hiervoor aangegeven kent de MJOB een horizon van 10 jaar. Voor de prognosejaren waar geen MJOB
voor beschikbaar is hebben wij normen bepaald om de MJOB te verlengen tot de in te rekenen horizon van 60
jaar. Een voorbeeld hiervan is het contractonderhoud inclusief BKT-vervangingen.
EFG-labels
Wij hebben nog 170 eenheden exclusief beschermd bezit waarop een EFG-label van toepassing is. Voor deze
eenheden zijn reserveringen opgenomen in de MJOB, dit is opgenomen in de beleidswaarde.
Beheerlasten
De beheerlastennorm is gebaseerd op de realisatie 2025 gecorrigeerd voor eventuele incidentele baten en las-
ten die niet representatief zijn voor de toekomst.
Sensitiviteitsanalyse
De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Om inzicht te geven in de potentiële impact
van een alternatieve schatting op de uitkomst van de beleidswaarde hebben wij sensitiviteitsanalyses uitge-
voerd. In onderstaande tabel geven we de effecten weer op de beleidswaarde 2025 van de aanpassingen in de
uitgangspunten.
Tabel 49. Effect wijzigingen uitgangspunten beleidswaarde (x1.000)
Streefhuur 25 lager Beleidswaarde 25 hoger
Effect in 1.061.204 1.140.479 1.215.990
Effect in % -7,0% 6,6%
Beheerkosten 50 hoger Beleidswaarde 50 lager
Effect in 1.118.697 1.140.479 1.162.261
Effect in % -1,9% 1,9%
Onderhoudskosten 100 hoger Beleidswaarde 100 lager
Effect in 1.096.915 1.140.479 1.184.042
Effect in % -3,8% 3,8%
Disconteringsvoet 0,5% hoger Beleidswaarde 0,5% lager
Effect in 1.044.538 1.140.479 1.252.962
Effect in % -8,4% 9,9%
105
De WOZ-waarde van ons bezit is 3,1 miljard euro (peildatum 1 januari 2024).
Bij de waardering van ons bezit maken we gebruik van de full versie. Bij de waardering hebben we een externe
taxateur ingeschakeld die op basis van het waarderingshandboek, de (inter)nationale regelgeving met betrek-
king tot taxeren en waarderen en hun interne regelgeving al onze complexen woongelegenheden, parkeren en
ander vastgoed heeft gewaardeerd. Voor een derde van het bezit als representatieve afspiegeling van de vast-
goedportefeuille is een volledige taxatie uitgevoerd. Voor twee derde van het bezit is een markttechnische up-
date uitgevoerd. We hebben ons bezit met behulp van referentiewoningen ingemeten op basis van NEN 2580.
Bij opgeleverde nieuwbouwcomplexen vindt een volledige taxatie van de externe taxateur plaats. Bij opleve-
ring van de woningen vindt een inmeting overeenkomstig NEN 2580 plaats die met de taxateurs wordt bespro-
ken. De objecten bedrijfsmatig onroerend goed, maatschappelijk onroerend goed en intramuraal vastgoed zijn
gewaardeerd op basis van een volledige taxatie.
6. Toelichting op de balans
(actiefzijde, in duizenden euro's)
A. VASTE ACTIVA
I. VASTGOEDBELEGGINGEN
1. DAEB 2. Niet-DAEB 3. Onroerende 4. Vastgoed in Totaal
vastgoed in vastgoed zaken ontwikkeling
exploitatie in verkocht bestemd
exploitatie onder voor eigen
voorwaarden exploitatie
31 december 2024
Verkrijgingsprijzen 1.037.066 16.554 132.621 55.852 1.242.093
Herwaarderingen 978.804 10.771 128.037 -22.351 1.095.261
Verantwoord onder voorzieningen 5.307 5.307
Boekwaarden per 1 januari 2025 2.015.870 27.325 260.658 38.808 2.342.661
Marktwaarde in verhuurde staat 2.015.587 27.291
Na-investeringen 31.802 339
Voorziening onrendabele investeringen -31.519 -305
Boekwaarden 2.015.870 27.325
Mutaties 2025
Investeringen:
Uitgaven na eerste waardering 26.107 -58 39.828 65.877
Aankopen 4.594 1.534 6.128
Verkopen verkocht onder voorwaarden 161 161
Overboeking van verkocht onder voorwaarden 458 0 458
Desinvesteringen:
Verkopen -5.326 -889 -6.215
Terugkopen uit voorraad verkocht onder voorwaarden -6.963 -6.963
Overboeking verkrijgingsprijs gereedgekomen activa 73.396 334 -73.730 0
Overboeking waardeverandering gereedgekomen activa -8.091 8.091 0
Overboeking voorzieningen 54.746 54.746
Mutatie actuele waarde 114.759 756 15.911 -51.831 79.595
Totaal mutaties 2025 205.897 1.677 9.109 -22.896 193.787
31 december 2025
Verkrijgingsprijzen 1.141.962 17.443 129.098 21.950 1.310.453
Herwaarderingen 1.079.805 11.559 140.669 -66.091 1.165.942
Verantwoord onder voorzieningen 60.053 60.053
Boekwaarden 2.221.767 29.002 269.767 15.912 2.536.448
106
De complexen zijn gewaardeerd op basis van de comparatieve methode. Deze methode vergelijkt verkoop-
transacties en/of verhuurtransacties met betrekking tot soortgelijke objecten met elkaar. Deze methode wordt
gebruikt voor onroerende zaken waarvan voldoende transactiegegevens bekend zijn. De comparatieve me-
thode stoelt op de beoordeling van de markt, van de locatie en van de onroerende zaak zelf.
De berekeningen zijn gedaan op basis van de dcf (discounted cash flow-methode). Bij deze methode worden
toekomstige opbrengsten en uitgaven contant gemaakt naar de waardepeildatum. Hierbij worden de te ver-
wachten kasstromen gedurende de beschouwingsperiode geschat. Vervolgens wordt de eindwaarde van het
getaxeerde object in het laatste jaar geschat. Het contant maken gebeurt op basis van een door de markt ge-
wenst rendement (disconteringsvoet). Bij de waardebepaling is onder meer rekening gehouden met onder-
staande factoren:
een bepaalde beschouwingsperiode;
een geschat gemiddeld huurstijgingspercentage;
een verwachte kans dat een huurder na expiratie het contract zal verlengen;
een verwachte kans op leegstand na expiratie van een huurovereenkomst;
een geschat gemiddeld stijgingspercentage van de exploitatie-uitgaven;
de eindwaarde, zijnde de geschatte opbrengstwaarde aan het einde van de beschouwingsperiode;
huurbetalingen en uitgaven per kwartaal vooraf.
Als benadering voor het gewenste rendement (disconteringsvoet) wordt uitgegaan van het gemiddelde rende-
ment op de jongste 10-jarige staatsleningen, verhoogd met een risicopremie die afhangt van de mate van ri-
sico dat het getaxeerde object oplevert. De disconteringsvoet is het rekenpercentage dat gebruikt wordt om
toekomstige kasstromen contant te maken. Het aan het einde van de beschouwingsperiode te verwachten
rendement is de exit yield. De exit yield is gelijk aan de theoretische huurinkomsten (einde looptijd) gedeeld
door de marktwaarde (einde looptijd v.o.n.), en wordt als percentage uitgedrukt.
Bij de bepaling van de waarde voor woningcomplexen wordt uitgegaan van een complexgewijze verkoop aan
een derde. Hier wordt bedoeld het geschatte bedrag dat een marktpartij bereid zou zijn te betalen waarbij
doorgaans het effect van individuele verkoop van de woningen wordt meegenomen. Hierbij wordt afhankelijk
van de mutatiegraad, huizenprijsontwikkeling, rente en verkoopmogelijkheden aan zittende huurders, het
tempo van de te realiseren vermogenswinsten bepaald.
Bij de bepaling van de waarde van woningcomplexen worden twee scenario’s doorgerekend. De eerste is het
uitpondscenario, waarbij woningen die vrijkomen door huuropzegging worden verkocht. In het tweede scena-
rio wordt ervan uitgegaan dat een woning na huuropzegging weer verhuurd wordt. Dit scenario wordt aange-
duid als doorexploitatie. De hoogste van de twee benaderingen is leidend. Overdrachtsbelasting, notariskosten
en kadastraal recht zijn in mindering gebracht.
Voor de woningen is de complexindeling geografisch, per wijk, bepaald, naar type vastgoed (gestapeld, eenge-
zinswoningen) en bouwperiode. Bij parkeren zijn de complexen verdeeld naar type van parkeervoorziening. De
objecten bedrijfsmatig onroerend goed, maatschappelijk onroerend goed en intramuraal zorgvastgoed (samen
bog/mog/zog) zijn individueel gewaardeerd.
Bij de waardering van de woongelegenheden en parkeren is van de volgende algemene parameters gebruik
gemaakt:
Omschrijving
2026
2027
2028
2029
2030
2031 ev
Prijsinflatie
2,60%
2,20%
2,20%
2,20%
2,00%
2,00%
Looninflatie
4,20%
3,30%
3,30%
3,30%
2,50%
2,50%
Bouw- en onderhoudsinflatie
4,20%
3,30%
3,30%
3,30%
2,50%
2,50%
Leegwaardestijging
4,00%
2,00%
2,00%
2,00%
2,00%
2,00%
Tabel 50 Parameters waardering
Deze parameters zijn overeenkomstig het handboek.
107
Verder is hierbij op de volgende wijze met de vrijheidsgraden omgegaan:
Vrijheidsgraad
Basisvariant
Aanpassing taxateur
Schematische vrijheid
Separate kasstromen specifiek to-
nen
Niet van toepassing
Markthuur(stijging)
Markthuur modelmatig bepaald.
Stijging gelijk aan prijsinflatie
Markthuur vastgesteld door taxa-
teur comparatief, op basis van refe-
rentietransacties. Stijging volgens
basisvariant.
Exit Yield
Automatische berekening
Eigen inschatting taxateur, afgeleid
van marktbeleggingstransacties
Leegwaarde
WOZ-waarde
Leegwaarde vastgesteld door taxa-
teur comparatief, op basis van refe-
rentietransacties
Leegwaardestijging
Normering naar provincie of 4 grote
steden
Volgens basisvariant
Disconteringsvoet uitponden
Modelmatig vastgesteld
Eigen inschatting taxateur, afgeleid
van marktbeleggingstransacties
Disconteringsvoet doorexploiteren
Modelmatig vastgesteld
Eigen inschatting taxateur, afgeleid
van marktbeleggingstransacties
Mutatie- en verkoopkans
Op basis van afgelopen 5 jaar
Eigen inschatting taxateur
Onderhoud normbedrag per type
Normbedrag per type verhuureen-
heid
Eigen inschatting taxateur op basis
van marktreferenties
Technische splitsingskosten
Standaard geen
Volgens basisvariant
Bijzondere uitgangspunten
Optioneel, geen
Volgens basisvariant
Erfpacht
Werkelijkheid weergeven
Niet van toepassing
Tabel 51. Parameters waardering
De disconteringsvoeten zijn per type vastgoed als volgt:
Type vastgoed
Minimum
Gemiddeld
Maximum
Wonen
3,1
7,4
13,2
Parkeren
5,2
6,4
7,0
Tabel 52. disconteringsvoeten zijn per type vastgoed
De exit yields zijn in onderstaande tabel opgenomen.
Type vastgoed
Minimum
Gemiddeld
Maximum
Wonen
0,0
4,8
10,1
Parkeren
0,0
5,6
7,0
Tabel 53. exit yields
Bij de waardering van het bedrijfsmatig onroerend goed, maatschappelijk onroerend goed en het intramuraal
vastgoed is gebruik gemaakt van dezelfde uitgangspunten voor inflatie als bij de woongelegenheden en parke-
ren. De toepassing van de vrijheidsgraden is als volgt:
Vrijheidsgraad
Basis variant
Aanpassing taxateur
Schematische vrijheid
Separate kasstromen specifiek to-
nen
Niet van toepassing
Markthuur
Normhuur per type vastgoed
Op basis van marktreferenties
108
Vrijheidsgraad
Basis variant
Aanpassing taxateur
Huurstijging
Prijsinflatie
Volgens basisvariant
Exploitatiekosten
Normhuur per type vastgoed
Eigen inschatting taxateur op basis
van marktreferenties
Erfpacht
Corporatie levert deze data aan
Niet van toepassing
Leegwaarde(stijging)
Op basis van WOZ-waarde
Niet van toepassing
Disconteringsvoet
Modelmatig vastgesteld
Eigen inschatting taxateur op basis
van marktreferenties
Exit yield
Automatische berekening
Eigen inschatting taxateur op basis
van marktreferenties
Tabel 54. Toepassing vrijheidsgraden
Voor de huurinkomsten en de leegstand hebben we de werkelijke situatie genomen en voor de overdrachts-
kosten de percentages uit het handboek.
De disconteringsvoeten zijn per type vastgoed als volgt:
Type vastgoed
Minimum
Gemiddeld
Maximum
Bog/mog/zog
4,2
6,3
8,5
Bog/mog/zog vaste huur
4,7
5,8
7,3
Tabel 55. disconteringsvoeten zijn per type vastgoed
De exit yields zijn in onderstaande tabel opgenomen.
Type vastgoed
Minimum
Gemiddeld
Maximum
Bog/mog/zog
4,7
8,5
10,0
Bog/mog/zog vaste huur
5,0
7,0
9,3
Tabel 56. Exit yields type vastgoed
109
II. MATERIËLE VASTE ACTIVA
1. ONROERENDE EN ROERENDE ZAKEN TEN DIENSTE VAN DE
EXPLOITATIE
31-12-2025 31-12-2024
Boekwaarde per 1 januari 7.922 7.439
Investeringen 2.680 1.669
Desinvesteringen -30 0
Afschrijvingen -1.363 -1.186
Boekwaarde per 31 december 9.209 7.922
Cumulatieve aanschafwaarde per 31 december 13.276 14.690
Cumulatieve afschrijving per 31 december 4.067 6.767
Cumulatieve aanschafwaarde volledig afgeschreven activa 4.063 11.301
III. FINANCIËLE VASTE ACTIVA
1. AANDELEN, CERTIFICATEN VAN AANDELEN EN ANDERE
VORMEN VAN DEELNEMING IN GROEPSMAATSCHAPPIJEN
Stand per 1 januari 91 91
Mutatie 0 0
Stand per 31 december 91 91
2. LATENTE BELASTINGVORDERINGEN
Stand per 1 januari 3.140 2.929
Mutatie 2.723 211
Stand per 31 december 5.863 3.140
3. OVERIGE EFFECTEN
Woningnet (10.211 aandelen) 145 145
4. OVERIGE VORDERINGEN
Stand per 1 januari 136 147
Afgelost -13 -11
Stand per 31 december 123 136
Deze vorderingen hebben betrekking op de Koopstart verkopen.
Voor een verdere toelichting op deze vordering verwijzen we u naar pagina 117 van deze jaarstukken.
De activa ten dienste van de exploitatie betreft onder meer het kantoorgebouw Diomede.
110
B. VLOTTENDE ACTIVA
I. VOORRADEN
1. VASTGOED BESTEMD VOOR DE VERKOOP 31-12-2025 31-12-2024
Vervaardigingsprijs 9 woningen (9 in 2024) 2.303 2.062
II. VORDERINGEN
1. HUURDEBITEUREN
Zittende huurders 429 449
Vertrokken huurders 399 291
Subtotaal 828 740
Af: voorziening mogelijk oninbaar 350 140
Totaal huurdebiteuren 478 600
2. BELASTINGEN EN PREMIES VAN SOCIALE VERZEKERINGEN
Vennootschapsbelasting 378 730
3. OVERIGE VORDERINGEN
Diverse debiteuren 184 416
Overige 33 33
Totaal 217 449
4. OVERLOPENDE ACTIVA
Overige overlopende activa 709 368
Totaal 709 368
III. LIQUIDE MIDDELEN
Banksaldi 6.979 6.763
Deposito's en beleggingen 9 309
Totaal 6.988 7.072
Omdat niet duidelijk is of deze woningen in 2026 in exploitatie genomen worden dan wel of en zo ja in
welke vorm (uitpond of verkoop onder voorwaarden) ze verkocht worden kunnen we geen betrouwbare
schatting maken van de opbrengstwaarde.
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de corporatie.
Toelichting op de balans
(passiefzijde, in duizenden euro's)
C. EIGEN VERMOGEN
31-12-2025
31-12-2024
1. HERWAARDERINGSRESERVE
Saldo per 1 januari
1 . 0 7 7 . 7 28
9 1 1 . 8 50
Mutatie door voorraad verkopen onder voorwaarden
3 .4 16
7 .39 2
Mutatie door verkopen
-3 .7 02
-2 .3 24
Mutatie marktwaarde
7 7.1 1 6
1 60 .8 10
Saldo per 31 december
1 .1 54 .5 58
1 .0 77 .7 28
Indien de herwaarderingsreserve zou zijn gevormd enkel uitgaande van de ongerealiseerde waardeontwikkeling van
de activa, zou de herwaarderingsreserve 1.263.267.000 bedragen. Dit zou leiden tot een aanvullende dotatie ten
laste van de overige reserves ad 108.709.000.
2. OVERIGE RESERVES
Saldo per 1 januari
2 1 6 . 0 01
5 8 2 . 6 43
Overboeking naar herwaarderingsreserve
-3 .4 16
-7 .3 92
Overboeking naar herwaarderingsreserve
3 .7 02
2 .3 2 4
Overboeking naar herwaarderingsreserve
-7 7 .11 6
-1 6 0.8 1 0
Resultaatbestemming
1 8 6 . 7 12
-2 0 0 . 7 64
Saldo per 31 december
3 2 5 . 8 83
2 1 6 . 0 01
Bestemming van het resultaat over het boekjaar 2024
De jaarrekening 2024 is goedgekeurd tijdens de vergadering van de Raad van Commissarissen van 23 mei 2025. Het
resultaat over het boekjaar 2024 van 186.712.000 positief is in 2025 ten gunste van de overige reserves gebracht. Elk
jaar wordt voor het ongerealiseerde deel van de waardeverandering een herwaarderingsreserve gevormd.
Voorstel resultaatbestemming boekjaar 2025
Voorgesteld wordt om het resultaat over het boekjaar 2025 van € 99.864.000 positief ten gunste van de overige
reserves te brengen.
D. VOORZIENINGEN
1. VOORZIENING VOOR ONRENDABELE INVESTERINGEN EN HERSTRUCTURERINGEN
Stand per 1 januari 5.307 27.661
Dotatie 55.725 274
Ontrekking -979 -22.628
Stand per 31 december 60.053 5.307
2. OVERIGE VOORZIENINGEN
Stand per 1 januari 132 163
Mutatie -132 -31
Stand per 31 december 0 132
111
112
E. LANGLOPENDE SCHULDEN
1. SCHULDEN AAN OVERHEID 31-12-2025 31-12-2024
Saldo per 1 januari 28.931 31.745
Aflossingsverplichting verslagjaar 1.976 1.934
Subtotaal 30.907 33.679
Aflossingen -2.201 -2.772
Aflossingsverplichting komend jaar -1.705 -1.976
Saldo per 31 december 27.001 28.931
2. SCHULDEN AAN BANKEN
Saldo per 1 januari 570.639 497.657
Aflossingsverplichting verslagjaar 13.929 14.325
Subtotaal 584.568 511.982
Aflossingen -31.451 -20.325
Nieuwe leningen 79.000 93.000
Aflossingsverplichting komend jaar -20.634 -13.929
Aflossingsverplichting komend jaar agio leningruil Vestia -125 -124
Mutatie reële waarde extendible fixe leningen 36 35
Saldo per 31 december 611.394 570.639
Totaal langlopende schulden 638.395 599.570
Marktwaarde van de leningen 641.014 655.704
Aflossingsverplichtingen tweede tot en met vijfde jaar 115.167 103.255
Aflossingsverplichtingen langer dan vijf jaar 523.397 496.521
3. VERPLICHTINGEN UIT HOOFDE VAN ONROERENDE ZAKEN VERKOCHT ONDER
VOORWAARDEN
Saldo per 1 januari 225.498 208.700
Verkopen 161 739
Terugkopen -5.832 -5.766
Waardeveranderingen 11.365 21.825
Stand per 31 december 231.192 225.498
Van deze leningen is 3.175 onder WSW garantie verstrekt (2024: 3.332).
Van deze leningen is 606.734 onder WSW garantie verstrekt (2024: 565.890).
Gemiddelde rentevoet van de uitstaande leningen overheid en kredietinstellingen bedraagt 2,38% (2024: 2,05%).
113
4. OVERIGE SCHULDEN
FINANCIËLE INSTRUMENTEN 31-12-2025 31-12-2024
Stand per 1 januari 10.416 10.051
Waardeverandering -5.068 365
Stand per 31 december 5.348 10.416
Dit betreft twee extendible fixeleningen.
lening 1 lening 2
Afgesloten 2 juli 2007 1 augustus 2008
Hoofdsom 19 miljoen 8 miljoen
Huidig rentepercentage 4,97 4,82
Geldig tot en met 1 juli 2027 31 juli 2036
F. KORTLOPENDE SCHULDEN
1. SCHULDEN AAN OVERHEID
Kortlopende deel langlopende schulden 1.705 1.976
Niet vervallen rente 374 399
Totaal 2.079 2.375
2. SCHULDEN AAN BANKEN
Kortlopende deel langlopende schulden 20.759 14.053
Niet vervallen rente 7.446 6.587
Totaal 28.205 20.640
3. SCHULDEN AAN LEVERANCIERS EN HANDELSKREDIETEN
Openstaande facturen inzake nieuwbouw, verbetering,
onderhoud en bedrijfskosten. 3.147 5.652
Van deze leningen is 156 onder WSW garantie verstrekt (2024: 152).
Van deze leningen is 20.634 onder WSW garantie verstrekt (2024: 13.929).
Bij lening 1 heeft de geldgever het recht om vanaf 2 juli 2027 de lening tot en met 1 juli 2055 als fixelening te
verlengen tegen 4,6%. Als de geldgever hiervan geen gebruik maakt, wordt het driemaands euribor zonder opslag
gehanteerd of, op ons verzoek, een dan geldende vaste rente of de lening wordt dan door ons boetevrij afgelost.
Bij lening 2 heeft de geldgever het recht om vanaf 1 augustus 2036 de lening tot en met 31 juli 2046 te verlengen als
fixelening tegen 4,82%. Als de geldgever hier geen gebruik van maakt, lossen wij de lening boetevrij af.
114
4. SCHULDEN TER ZAKE VAN BELASTINGEN, PREMIES VAN SOCIALE VERZEKERINGEN
EN PENSIOENEN
31-12-2025 31-12-2024
Omzetbelasting 3.317 5.329
Loonheffing 489 270
Bedrijfsvereniging 160 157
Totaal 3.966 5.756
5. OVERIGE SCHULDEN
Gemeente Ede 8 8
Nog te storten aandelenkapitaal Woningnet (75% is reeds gestort) 36 36
Overige kortlopende schulden 37 277
Rekening couranten 89 0
Totaal 170 321
6. OVERLOPENDE PASSIVA
Af te rekenen stook- en servicekosten 1.895 1.037
Vooruitontvangen huur per 31 december 1.472 1.476
Overige overlopende passiva 6.725 6.755
Totaal 10.092 9.268
NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN
Obligo WSW
Aangegane verplichtingen
Grondprijzen Akkerwindelaan
Prestatieafspraken
Verplichting jubileumuitkering
Verplichting individueel loopbaanontwikkelingsbudget
Woonstede heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening
aangetrokken. De lening sluit aan op hetgeen is vereist. Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,6% van het geborgd
schuldrestant ultimo 2024. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan
en Woonstede niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten. Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het
jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de
orde. In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten
worden afgelost door Woonstede.
Met de gemeente Scherpenzeel is afgesproken dat zij een korting op de grondprijs voor het project Akkerwindelaan verstrekken
van € 4.000 per kavel. Als Woonstede de woningen binnen 15 jaar verkoopt moet een boete van € 100.000 betaald worden.
De aangegane verplichtingen voor nieuwbouwprojecten en onderhoud bedragen eind 2025 ongeveer 64,5 miljoen euro (2024: 42,7
miljoen euro). Naar verwachting wordt dit bedrag grotendeels in 2026 besteed.
Jaarlijks is er een aantal medewerkers dat een 12,5-, 25- of 40-jarig jubileum viert in onze organisatie. De uitkeringen die wij
hiervoor uitbetalen zijn jaarlijks erg gering ten opzichte van de totale loonkosten en zijn gezien de opbouw van ons
personeelsbestand in anciënniteit, binnen marges gelijkmatig over de jaren verdeeld.
In de CAO Woondiensten 2025-2027 is afgesproken dat de werkgever een budget per medewerker beschikbaar stelt voor
individuele loopbaanontwikkeling. De kosten hiervoor zijn in onze meerjarenbegroting meegenomen op een zodanige wijze dat
jaarlijks meer dan 40% van de totale kosten in vijf jaar gedekt is.
Woonstede heeft met de gemeentes Ede en Scherpenzeel onder andere afspraken gemaakt ten aanzien van betaalbaarheid en
woningaanbod (prestatieafspraken).
115
Terugkoopplicht en -recht woningen
terugkoopplicht terugkooprecht
stand t/m 31-12-2024 905 225
teruggekocht 2025 24 0
verkocht 2025 1 25
stand t/m 31-12-2025 882 250
Fiscale eenheid
Financiële instrumenten
Algemeen
Renterisico
Kredietrisico
Liquiditeitsrisico
Basisrentelening
Herfinancieringen
GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM
In het kader van de verkoop onder voorwaarden zijn er vanaf 2002 woningen met een terugkoopverplichting en met een
terugkooprecht. Het verloop in aantallen is in onderstaand overzicht weergegeven.
Aantal woningen met
De terugkoopverplichting is op de balans opgenomen. De 250 woningen met een terugkooprecht vertegenwoordigen bij een
gemiddelde prijs van 360.000 per woning een waarde van 90 miljoen euro.
Voor de jaren 2026 en verder zijn in 2025 geen herfinancieringen afgesproken.
Woonstede staat aan het hoofd van een fiscale eenheid voor de btw. Naast Woonstede is ook Woonstede Energie BV in de fiscale
eenheid opgenomen.
De belangrijkste risico’s waar we in de financiering mee te maken hebben, zijn het renterisico, het kredietrisico en het
liquiditeitsrisico. Ons financiële beleid is erop gericht om op de korte termijn de effecten van renteschommelingen op het
resultaat te beperken. Dit doen we door leningen aan te trekken met looptijden van vijftien tot dertig jaar.
We lopen renterisico over langlopende schulden met een variabele rente, bij renteherziening en bij herfinanciering. De
renterisico’s bij renteherziening en herfinanciering zijn afgegrensd op jaarlijks maximaal 15% van de leningportefeuille.
Dit is het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen kunnen voldoen. Dit risico wordt beperkt door
de overtollige middelen te spreiden over verschillende financiële instellingen, die hierbij moeten voldoen aan minimaal een AA-
rating die is afgegeven door de erkende ratingbureaus.
Het gaat hierbij om het risico dat we onvoldoende middelen hebben om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Dit
geldt voor al onze verplichtingen, ongeacht of ze nu aan crediteuren of financiële instellingen zijn. Om dit risico te beperken
monitoren we wekelijks onze liquiditeitspositie en sturen we op de kasstroomratio’s van het WSW.
Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum, die de jaarrekening 2025 hebben beïnvloed.
Voor de serviceflat Belvére geldt een specifiek aankoopbeleid. Het gaat hier om 98 appartementen en 47 garages. Een aantal
van deze appartementen en garages zijn reeds aangekocht en voor een deel geldt een aankoopplicht. Per 31-12-2025 geldt de
aankoopplicht voor 1 appartement.
Voor de woningen met een terugkooprecht geldt dat de koper een eigenbewoningsplicht heeft, dat de woning bij verkoop aan
Woonstede moet worden aangeboden en dat Woonstede op dat moment een terugkooprecht heeft.
We hebben één basisrentelening in onze portefeuille. Het kenmerk van deze lening is dat de rente bestaat uit een vast
percentage en een variabele risico-opslag. De risico-opslag wordt na een afgesproken looptijd herzien. De hoogte van de
herziening van de risico-opslag is afhankelijk van de financiële markten op dat moment. Deze lening hebben we in 2010
afgesloten en heeft een hoofdsom van 16,7 miljoen euro. De basisrente is 4,04%. De opslag is 0,38% en wordt in 2026 herzien. De
resterende looptijd van de lening is 34 jaar.
116
VENNOOTSCHAPSBELASTING 2025 2024
Fiscale winst- en verliesrekening
Bedrijfseconomisch resultaat voor belastingen 102.820 192.106
Correcties op bedrijfseconomisch resultaat
Waardeveranderingen -72.820 -172.373
Onroerende zaken VOV 1.829 1.398
Verkoopopbrengsten -504 458
Afschrijvingen -525 -491
Onderhoud -3.486 -1.421
Rente nieuwbouw 543 601
Leningen 40 155
Oort-kosten 42 40
Niet-aftrekbare rente (24,5% EBITDA-regeling) 6.451 6.956
HIR -8.909 -5.650
Fiscaal resultaat 25.481 21.779
Vennootschapsbelasting (19% over 200.000) 38 38
Vennootschapsbelasting (25,8% over het meerdere) 6.522 5.567
Effectieve belastingdruk 2,9% 2,8%
Actieve belastinglatentie
De actieve belastinglatentie per 31 december is als volgt opgebouwd:
Langlopende schulden -203 -203
Financiële instrumenten 1.315 2.523
Fiscaal afschrijvingspotentieel 4.751 820
Totaal 5.863 3.140
* Ultimo 2025 hebben we een latentie voor het afschrijvingspotentieel. De latentie als gevolg van fiscaal
afschrijvingspotentieel ontstaat indien de marktwaarde lager is dan de fiscale boekwaarde. Indien de marktwaarde
lager is dan de fiscale boekwaarde en er sprake is van een verrekenbaar tijdelijk verschil, dan wordt het tijdelijk
verschil gesplitst naar een deel dat op kortere termijn wordt gerealiseerd en een deel met een oneindige looptijd.
Voor het deel dat op korte/ middellange termijn wordt gerealiseerd, het zogenaamde fiscale afschrijvingspotentieel,
wordt een latentie gevormd. Het berekende fiscaal afschrijvingspotentieel van de Materiële vaste activa in
exploitatie is berekend op € 46.793.359.
* Ultimo 2025 hebben we een latentie voor de financiële instrumenten. Fiscaal worden deze niet gewaardeerd. De
commerciële waardering is in totaal € 5,4 miljoen. Deze latenties worden afgewikkeld in 2027 (4,6 miljoen) en in
2036 (€ 0,8 miljoen);
Bij een aantal jaarrekeningposten is sprake van tijdelijke verschillen tussen de waardering van activa en passiva
volgens jaarrekeninggrondslagen en fiscale grondslagen. De hieruit voortvloeiende latente belastingvorderingen
worden hierna toegelicht:
* Ten aanzien van het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie is sprake van een waarderingsverschil tussen de
commerciële en fiscale boekwaarde. De marktwaarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt ultimo 2025 2.251
miljoen. De fiscale boekwaarde bedraagt ultimo 2025 1.840 miljoen, per saldo een verschil van 411 miljoen. Ten
aanzien van dit waarderingsverschil van het vastgoed in exploitatie geldt dat deze niet is meegenomen in de latente
belastingvordering. De realisatie van het waarderingsverschil is door toepassing van fiscale faciliteiten zoals de
herinvesteringsreserve en het doorschuiven van de fiscale boekwaarde bij sloop en (vervangende) nieuwbouw
(oneindig) ver in de toekomst. Hierdoor tendeert latente belastingvordering tegen contante waarde naar nihil.
Hiermee wordt aangesloten op de voorgenomen wijze van indiening van de fiscale aangifte;
* Ultimo 2025 resteert een waarderingsverschil voor de leningportefeuille 899.000 (fiscaal lager). Voor dit
waarderingsverschil is een latentie opgenomen van 203.000. Deze latentie zal in de komende jaren worden
gecompenseerd, conform de fiscale begroting voor de komende jaren. Om deze reden is de latentie volledig in de
waardering tot uitdrukking gebracht;
117
7. Toelichting op de winst- en verliesrekening
(in duizenden euro's)
1. Huuropbrengsten 2025 2024
Woningen en woongebouwen 85.314 79.392
Onroerende zaken niet zijnde woningen 3.853 4.110
Totaal huuropbrengst 89.167 83.502
Af: huurderving -934 -799
Af: bijdrage huurgewenning -16 -37
Af: mutatie voorziening debiteuren -359 -39
87.858 82.627
Specificatie totale huuropbrengst
Gemeente Ede 82.160 77.013
Gemeente Scherpenzeel 6.293 5.808
Gemeente Wageningen 713 681
89.166 83.502
Specificatie hogere huuropbrengst:
- huurverhoging (incl. naloop voorgaand jaar) 3.734 1.375
- woningverbetering en in expl.genomen woningen 2.083 1.416
- verkoop/overdracht/sloop woningen -345 -924
- harmonisatie-ineens 193 227
5.665 2.094
2. Opbrengsten servicecontracten
Servicekosten 4.858 5.346
Abonnementsvormen 1.077 838
Administratiekosten servicekosten 99 119
Totaal 6.034 6.303
3. Lasten servicecontracten
Waterverbruik 439 363
Kosten elektra 757 937
Kosten huismeester 216 225
Kosten schoonmaken 880 765
Kosten glazenwassen 72 50
Kosten tuinonderhoud 348 400
Gasverbruik 2.672 2.479
Kosten gemeenschappelijke ruimte 19 0
Abonnementsvormen 1.151 1.445
6.554 6.664
De generieke huurverhoging per 1 juli 2025 was 4,5%.
118
4. Lasten verhuur en beheeractiviteiten 2025 2024
Toegerekende lasten verhuur 2.834 2.734
Toegerekende lasten stook en servicekosten 351 241
Lasten VvE beheer 561 466
Overige exploitatielasten 81 78
Terugbetaling administratiekosten 0 -1
Externe incassokosten 67 55
Totale lasten 3.894 3.573
Afwikkeling woningaanbodsysteem 277 0
Doorberekende externe incassokosten 73 66
Totaal vergoedingen 350 66
Per saldo 3.544 3.507
af: in lasten verhuur en beheer begrepen loonkosten -365 -353
3.179 3.154
5. Lasten onderhoudsactiviteiten
Toegerekende lasten onderhoud 8.670 8.272
In kosten begrepen dekking eigen onderhoudsdienst -705 -547
Planmatig en grootonderhoud 20.361 23.035
Mutatieonderhoud 2.681 3.605
Overig dagelijks onderhoud 3.258 3.870
34.265 38.235
6. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
Bijdragen aan brancheverenigingen 84 80
Belastingen en verzekeringen 5.046 4.485
Kosten huurcommissie 73 51
Totaal 5.203 4.616
7. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille
Opbrengst 52 uitpond en vrije koop-woningen (31 in 2024) 20.036 10.537
Verkoopkosten -288 -194
19.748 10.343
8. Toegerekende organisatiekosten
Toegerekend aan- en verkopen 423 355
423 355
119
9. Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille 2025 2024
Boekwaarde 52 uitpond en vrije koop-woningen (31 in 2024) 11.355 5.988
11.355 5.988
10. Overige waardeveranderingen van vastgoedportefeuille
Vastgoed in ontwikkeling -51.831 -402
Onrendabele na-investeringen -25.184 -12.556
Geactiveerde kosten eigen dienst 3.498 3.226
Toegerekende organisatiekosten -3.498 -3.110
Waardevermindering a.g.v. afgeboekte ontwikkelprojecten -307 -33
-77.322 -12.875
11. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Vastgoed in exploitatie 140.699 177.586
140.699 177.586
12. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden
Ongerealiseerd op basis van herwaardering 4.259 8.142
Waardesprong verkoop onder voorwaarden 20 -32
Gerealiseerd bij terugkoop -844 -751
3.435 7.359
13. Opbrengsten overige activiteiten
Leveringen en werken voor derden 220 545
Verrekening omzetbelasting in verband met pro rataregeling 32 30
Overige baten 151 135
403 710
14. Kosten overige activiteiten
Toegerekende organisatiekosten 291 239
Leveringen en werken voor derden 112 321
403 560
In kosten begrepen dekking eigen onderhoudsdienst -13 -42
390 518
120
15. Overige organisatiekosten 2025 2024
Toegerekende organisatiekosten 3.968 4.716
Heffingen en bijdragen Rijk 231 217
4.199 4.933
16. Kosten omtrent leefbaarheid
Toegerekende kosten leefbaarheid 2.228 2.194
Kosten leefbaarheid/verbetering woonomgeving 326 323
2.554 2.517
Toerekening huismeesters naar servicekosten -216 -225
2.338 2.292
17. Rentelasten en soortgelijke kosten
Rentelasten leningen overheid 1.333 1.430
Rentelasten leningen kredietinstellingen 13.885 11.693
Overige rentelasten 72 46
15.290 13.169
18. Belastingen
Belasting over de fiscale winst -6.560 -5.605
Voorgaande jaren 881 0
Actieve belastinglatentie 2.723 211
-2.956 -5.394
121
Overige toelichtingen
Verdeling bedrijfslasten naar de verschillende activiteiten
2025 2024
Afschrijvingen 1.363 1.186
Salarissen 10.453 10.125
Sociale lasten 1.865 1.680
Pensioenpremies 1.280 1.135
13.598 12.940
Overige personeelslasten 1.657 2.643
Overige bedrijfslasten 6.326 5.664
Te verdelen 22.944 22.433
Direct Indirect Totaal Direct Indirect Totaal
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 67 3.185 3.252 55 2.975 3.030
Lasten onderhoudsactiviteiten 8.670 8.670 8.272 8.272
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 288 288 194 194
Lasten verkoop vastgoedportefeuille 423 423 355 355
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 3.498 3.498 3.110 3.110
Lasten overige activiteiten 291 291 239 239
Overige organisatiekosten 3.968 3.968 4.716 4.716
Leefbaarheid 326 2.228 2.554 323 2.194 2.517
Totaal 681 22.263 22.944 572 21.861 22.433
De medewerkers zijn als volgt over de activiteiten verdeeld:
2025 2024
Lasten verhuur en beheeractiviteiten
24,95 25,12
Lasten onderhoudsactiviteiten
70,74 66,61
Lasten verkoop vastgoedportefeuille
3,40 2,64
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
23,83 25,74
Lasten overige activiteiten
2,33 1,98
Overige organisatiekosten
21,78 25,81
Leefbaarheid
17,05 17,63
Totaal
164,08 165,53
Gemiddelde loonkosten per formatieplaats 83 81
Vergoeding voor de Raad van Commissarissen 103 108
Onderzoek van de jaarrekening 238 169
Andere controleopdrachten 44 22
Totaal 282 191
Het aantal medewerkers, dat per 31 december 2025 werkzaam was, berekend op fulltimebasis, was 164,08 (2024: 165,53).
Gemiddeld waren er in 2025 164,81 werkzame werknemers, berekend op fulltimebasis (2024: 159,51). Geen van de werknemers is
buiten Nederland werkzaam.
Deze kosten zijn verantwoord op basis van de in de verslagjaren ontvangen facturen.
Kosten voor accountantscontrole van de jaarrekening en andere
verantwoordingen
122 / Ondernemingsplan
Gegevens 2025
bedragen x € 1 M.H. de Wilde R. Schreuder - van der Linden J.C. Boon - Greve R.W.M. Lamers R.A. van der Wegen
Functiegegevens directeur-bestuurder manager Vastgoed manager Wonen manager Bedrijfsvoering adviseur Planmatig onderhoud*
Aanvang en einde functievervulling in
2025
1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/1
Omvang dienstverband (als
deeltijdfactor in fte)
1 1 1 1 0,400
Dienstbetrekking? Ja Ja Ja Ja Nee
Bezoldiging
Beloning plus belastbare
onkostenvergoedingen
174.660 133.517 122.115 120.992
Beloningen betaalbaar op termijn 22.489 18.925 18.149 17.606
Subtotaal 197.149 152.442 140.264 138.599 5.497
Individueel toepasselijke
bezoldigingsmaximum
230.000 230.000 230.000 230.000 7.814
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet
terugontvangen bedrag
N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 197.149 152.442 140.264 138.599 5.497
Het bedrag van de overschrijding en de
reden waarom de overschrijding al dan
niet is toegestaan
N.v.t. / N.v.t. N.v.t. / N.v.t. N.v.t. / N.v.t. N.v.t. / N.v.t. N.v.t. / N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens
onverschuldigde betaling
N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2024
bedragen x € 1 M.H. de Wilde R. Schreuder - van der Linden J.C. Boon - Greve R.W.M. Lamers R.A. van der Wegen
Functiegegevens directeur-bestuurder manager Vastgoed manager Wonen manager Bedrijfsvoering teammanager/adviseur Planmatig onderhoud*
Aanvang en einde functievervulling in
2024
1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als
deeltijdfactor in fte)
1 1 1 1 0,652
Dienstbetrekking? Ja Ja Ja Ja Nee
Bezoldiging
Beloning plus belastbare
onkostenvergoedingen
176.402 128.818 115.307 115.934
Beloningen betaalbaar op termijn 22.702 17.069 15.943 15.446
Subtotaal 199.104 145.887 131.250 131.380 106.758
Individueel toepasselijke
bezoldigingsmaximum
218.000 218.000 218.000 218.000 142.243
Bezoldiging 199.104 145.887 131.250 131.380 106.758
* Functionaris wordt aangemerkt als topfunctionaris tot uiterlijk 1 maart 2027 in verband met eerdere functie als manager Bedrijfsvoering a.i..
De WNT is van toepassing op Woonstede. Het voor Woonstede toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 230.000 (Uitvoeringsregeling Woningcorporaties klasse G).
1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling
WNT-verantwoording 2025 Woonstede
123
Gegevens 2025
bedragen x € 1 M.K. Groenberg L.J. Bode B.L.M.T. van Moerkerk M. Boerema D. Gudden
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in
2025
1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/8 - 31-12
Bezoldiging
Bezoldiging 31.050 20.700 20.700 20.700 8.625
Individueel toepasselijke
bezoldigingsmaximum
34.500 23.000 23.000 23.000 9.641
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet
terugontvangen bedrag
N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 31.050 20.700 20.700 20.700 8.625
Het bedrag van de overschrijding en de
reden waarom de overschrijding al dan
niet is toegestaan
N.v.t. / N.v.t. N.v.t. / N.v.t. N.v.t. / N.v.t. N.v.t. / N.v.t. N.v.t. / N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens
onverschuldigde betaling
N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2024
bedragen x € 1 M.K. Groenberg L.J. Bode B.L.M.T. van Moerkerk M. Boerema 0
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid 0
Aanvang en einde functievervulling in
2024
1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 0
Bezoldiging
Bezoldiging 29.430 19.620 19.620 19.634 0
Individueel toepasselijke
bezoldigingsmaximum
32.700 21.800 21.800 21.800 0
1c. Toezichthoudende topfunctionarissen
124 / Ondernemingsplan
Gegevens 2025
V. Kouri
1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder
NAAM TOPFUNCTIONARIS
FUNCTIE
Lid Raad van Commissarissen
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige
functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging
boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
125 / Ondernemingsplan
8. GESCHEIDEN BALANS VOOR RESULTAATBESTEMMING
ACTIVA (in duizenden euro's) DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal
A. VASTE ACTIVA
I. VASTGOEDBELEGGINGEN
DAEB vastgoed in exploitatie 2.221.767 2.221.767 2.015.870 2.015.870
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 29.002 29.002 27.325 27.325
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 227.399 42.368 269.767 220.080 40.578 260.658
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 15.912 15.912 38.808 38.808
II. MATERIËLE VASTE ACTIVA
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 9.209 9.209 7.922 7.922
2.474.287 71.370 0 2.545.657 2.282.680 67.903 0 2.350.583
III. FINANCIËLE VASTE ACTIVA
Aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van
deelneming in groepsmaatschappijen 38.170 91 -38.170 91 35.235 91 -35.235 91
Latente belastingvorderingen 5.715 148 5.863 3.100 40 3.140
Overige effecten 145 145 145 145
Overige vorderingen 123 123 136 136
44.008 384 -38.170 6.222 38.471 276 -35.235 3.512
B. VLOTTENDE ACTIVA
I. VOORRADEN
Vastgoed bestemd voor de verkoop 1.785 518 2.303 1.751 311 2.062
1.785 518 0 2.303 1.751 311 0 2.062
II. VORDERINGEN
Huurdebiteuren 414 64 478 596 4 600
Belastingen en premies van de sociale verzekering 371 7 378 718 12 730
Overige vorderingen 0 217 217 30 419 449
Overlopende activa 597 112 709 354 14 368
1.382 400 0 1.782 1.698 449 0 2.147
III. LIQUIDE MIDDELEN 3.544 3.444 6.988 4.057 3.015 7.072
TOTAAL 2.525.006 76.116 -38.170 2.562.952 2.328.657 71.954 -35.235 2.365.376
2025
2024
126
PASSIVA (in duizenden euro's) DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal
C. EIGEN VERMOGEN
Herwaarderingsreserves 1.154.558 12.879 -12.879 1.154.558 1.077.728 11.852 -11.852 1.077.728
Overige reserves 325.883 23.027 -23.027 325.883 216.001 20.052 -20.052 216.001
Resultaat na belastingen van het boekjaar 99.864 2.264 -2.264 99.864 186.712 3.331 -3.331 186.712
1.580.305 38.170 -38.170 1.580.305 1.480.441 35.235 -35.235 1.480.441
D. VOORZIENINGEN
Voorziening voor onrendabele investeringen en
herstructureringen 60.053 60.053 5.307 5.307
Overige voorzieningen 0 129 3 132
60.053 0 0 60.053 5.436 3 0 5.439
E. LANGLOPENDE SCHULDEN
Schulden aan overheid 27.001 27.001 28.931 28.931
Schulden aan banken 611.394 611.394 570.639 570.639
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken
verkocht onder voorwaarden 193.536 37.656 231.192 189.165 36.333 225.498
Overige schulden 5.348 0 5.348 10.416 10.416
837.279 37.656 0 874.935 799.151 36.333 0 835.484
F. KORTLOPENDE SCHULDEN
Schulden aan overheid 2.079 2.079 2.375 2.375
Schulden aan banken 28.205 28.205 20.640 20.640
Schulden aan leveranciers en handelskredieten 3.115 32 3.147 5.556 96 5.652
Schulden ter zake van belastingen, premies van
sociale verzekeringen en pensioenen 3.897 69 3.966 5.659 97 5.756
Overige schulden 44 126 170 281 40 321
Overlopende passiva 10.029 63 10.092 9.118 150 9.268
47.369 290 0 47.659 43.629 383 0 44.012
TOTAAL 2.525.006 76.116 -38.170 2.562.952 2.328.657 71.954 -35.235 2.365.376
127
9. GESCHEIDEN WINST-EN-VERLIESREKENING (in duizenden euro's)
DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
Huuropbrengsten 86.535 1.323 87.858 81.286 1.341 82.627
Opbrengsten servicecontracten 5.776 258 6.034 6.062 241 6.303
Lasten servicecontracten -6.393 -161 -6.554 -6.562 -102 -6.664
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -3.009 -170 -3.179 -3.087 -67 -3.154
Lasten onderhoudsactiviteiten -33.513 -752 -34.265 -37.700 -535 -38.235
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -5.111 -92 -5.203 -4.534 -82 -4.616
Totaal van netto resultaat exploitatie van vastgoedportefeuille 44.285 406 0 44.691 35.465 796 0 36.261
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 17.685 2.063 0 19.748 9.608 735 0 10.343
Toegerekende organisatiekosten -364 -59 -423 -341 -14 -355
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -9.963 -1.392 0 -11.355 -5.473 -515 0 -5.988
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 7.358 612 0 7.970 3.794 206 0 4.000
Overige waardeveranderingen van vastgoedportefeuille -77.375 53 -77.322 -12.875 0 -12.875
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 139.996 703 140.699 175.908 1.678 177.586
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 2.948 487 3.435 6.541 818 7.359
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille 65.569 1.243 0 66.812 169.574 2.496 0 172.070
Opbrengsten overige activiteiten 108 295 403 491 219 710
Kosten overige activiteiten -112 -278 -390 -428 -90 -518
Totaal van netto resultaat overige activiteiten -4 17 0 13 63 129 0 192
Overige organisatiekosten -4.118 -81 -4.199 -4.830 -103 -4.933
Kosten omtrent leefbaarheid -2.338 -2.338 -2.292 -2.292
Wijzigingen in de waarde van financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende
activa behoren 5.068 5.068 -365 -365
Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 93 93 342 342
Rentelasten en soortgelijke kosten -15.290 0 -15.290 -13.169 0 -13.169
Totaal van financle baten en lasten -10.129 0 0 -10.129 -13.192 0 0 -13.192
Totaal van resultaat voor belastingen 100.623 2.197 0 102.820 188.582 3.524 0 192.106
Belastingen -3.023 67 -2.956 -5.202 -192 -5.394
Resultaat uit deelnemingen 2.264 0 -2.264 0 3.332 0 -3.332 0
Totaal van resultaat na belastingen 99.864 2.264 -2.264 99.864 186.712 3.332 -3.332 186.712
2025
2024
128
10. Gescheiden kasstroomoverzicht volgens de directe methode
(in duizenden euro's)
Operationele activiteiten Operationele activiteiten
Ontvangsten Ontvangsten
Huurontvangsten 86.857 1.263 Huurontvangsten 81.521 1.360
Vergoedingen 6.622 171 Vergoedingen 5.663 269
Overige bedrijfsontvangsten 577 495 Overige bedrijfsontvangsten 623 155
Ontvangen interest 91 0 Ontvangen interest 354 0
Saldo ingaande kasstromen 94.147 1.929 Saldo ingaande kasstromen 88.161 1.784
Uitgaven Uitgaven
Betalingen aan werknemers 13.395 232 Betalingen aan werknemers 12.217 213
Onderhoudsuitgaven 26.441 608 Onderhoudsuitgaven 29.549 357
Overige bedrijfsuitgaven 19.116 511 Overige bedrijfsuitgaven 18.975 405
Betaalde interest 14.419 0 Betaalde interest 11.840 0
227 4 216 1
326 0 322 0
Vennootschapsbelasting 5.236 91 Vennootschapsbelasting 5.970 104
Saldo uitgaande kasstromen 79.160 1.446 Saldo uitgaande kasstromen 79.089 1.080
Kasstroom uit operationele activiteiten 14.987 483 Kasstroom uit operationele activiteiten 9.072 704
(Des-)investeringsactiviteiten (Des-)investeringsactiviteiten
MVA ingaande kasstroom MVA ingaande kasstroom
17.697 2.064 9.607 735
0 154 169 540
Tussentelling ingaande kasstroom MVA 17.697 2.218 Tussentelling ingaande kasstroom MVA 9.776 1.275
Verkoopontvangsten woongelegenheden
(VOV)
2025
Verkoopontvangsten bestaande huur
2024
DAEB
Niet-DAEB
DAEB
niet-DAEB
Verkoopontvangsten bestaande huur
Verkoopontvangsten woongelegenheden
(VOV)
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van
resultaat
Leefbaarheid externe uitgaven niet
investeringsgebonden
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van
resultaat
Leefbaarheid externe uitgaven niet
investeringsgebonden
129
MVA uitgaande kasstroom MVA uitgaande kasstroom
39.718 0 71.033 0
26.455 -106 19.602 50
4.594 1.534 333 0
5.128 844 4.871 1.150
Investeringen overig 2.650 0 Investeringen overig 1.669 0
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA 78.545 2.272 Tussentelling uitgaande kasstroom MVA 97.508 1.200
Saldo in- en uitgaande kasstromen MVA -60.848 -54 Saldo in- en uitgaande kasstromen MVA -87.732 75
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten -60.848 -54 Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten -87.732 75
Financieringsactiviteiten Financieringsactiviteiten
Ontvangsten Ontvangsten
Nieuwe geborgde leningen 61.500 0 Nieuwe geborgde leningen 93.000 0
Saldo ingaande kasstromen 61.500 0 Saldo ingaande kasstromen 93.000 0
Uitgaven Uitgaven
Aflossing geborgde leningen 14.103 0 Aflossing geborgde leningen 21.350 0
Aflossing ongeborgde leningen 2.049 0 Aflossing ongeborgde leningen 1.747 0
Saldo uitgaande kasstromen 16.152 0 Saldo uitgaande kasstromen 23.097 0
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 45.348 0 Kasstroom uit financieringsactiviteiten 69.903 0
Mutatie liquide middelen -513 429 Mutatie liquide middelen -8.757 779
Liquide middelen per 1-1 4.057 3.015 Liquide middelen per 1-1 12.814 2.236
Liquide middelen per 31-12 3.544 3.444 Liquide middelen per 31-12 4.057 3.015
Aankoop
Aankoop
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor
doorverkoop
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor
doorverkoop
Nieuwbouw huur
Nieuwbouw huur
Verbeteruitgaven
Verbeteruitgaven
2025
2024
DAEB
Niet-DAEB
DAEB
niet-DAEB
137
12. Overige gegevens
Statutaire resultaatbestemming
In artikel 3 van de statuten van de stichting is opgenomen dat zij zich ten doel stelt uitsluitend werkzaam te zijn
op het gebied van de volkshuisvesting zoals omschreven in artikel 45 van de Woningwet. Dit houdt onder andere
in dat zij overeenkomstig artikel 42 lid 3 van de Woningwet haar financiële middelen uitsluitend inzet voor werk-
zaamheden op het gebied van de volkshuisvesting.
138
Goedkeuring jaarstukken 2025
Het bestuur van de stichting Woonstede verklaart dat de middelen in 2025 uitsluitend in het belang van de volks-
huisvesting zijn aangewend en dat Woonstede in 2025 in overeenstemming met de Governancecode Woningcor-
poraties heeft gehandeld.
De jaarstukken en de jaarrekening over 2025 zijn onder verantwoordelijkheid van de waarnemend directeur-be-
stuurder opgesteld.
Ede, 22 mei 2026
R. Schreuder-Van der Linden
Waarnemend directeur-bestuurder
Vaststelling jaarstukken 2025
De Raad van Commissarissen van de stichting Woonstede verklaart dat de middelen in 2025 uitsluitend in het be-
lang van de volkshuisvesting zijn aangewend en dat Woonstede in 2025 in overeenstemming met de Governance-
code Woningcorporaties heeft gehandeld.
In overeenstemming met artikel 7, lid 4 van de statuten van Woonstede stelden wij op 22 mei 2026 de jaarstuk-
ken 2025 vast.
Ede, 22 mei 2026
M.K. Groenberg B.L.M.T. van Moerkerk
voorzitter vicevoorzitter
M. Boerema D. Gudden H. Dankaart
lid lid lid
T: +31 (0)38 303 97 00
E:
zwolle@bdo.nl
www.bdo.nl
BDO Audit & Assurance B.V.
Postbus 50017
, 8002 LA Zwolle
Westerlaan 115
, 8011 CA Zwolle
Nederland
Statutair gevestigd te Eindhoven en ingeschreven in het handelsregister onder nummer 17171186. BDO Audit & Assurance B.V. handelt tevens onder de namen: BDO
Audit & Assurance; BDO Accountants; BDO Technology Risk Assurance. BDO Audit & Assurance B.V. is lid van BDO International Ltd, een rechtspersoon naar Engels recht
met beperkte aansprakelijkheid, en maakt deel uit van het wereldwijde netwerk van juridisch zelfstandige organisaties die onder de naam ‘BDO’ optreden. BDO is de
merknaam die wordt gebruikt ter aanduiding van het BDO-netwerk en van elk van de BDO Member Firms
Controleverklaring van de onafhankelijke
accountant
Aan: de raad van commissarissen van Stichting Woonstede
Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2025
Ons oordeel
Wij hebben de jaarrekening 2025 van Stichting Woonstede te Ede gecontroleerd.
Naar ons oordeel geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en
de samenstelling van het vermogen van Stichting Woonstede op 31 december 2025 en van het resultaat
over 2025 in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de
Woningwet en de Wet normering topinkomens (WNT).
De jaarrekening bestaat uit:
1. de balans per 31 december 2025;
2. de - en verliesrekening over 2025; en
3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en
andere toelichtingen.
De basis voor ons oordeel
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse
controlestandaarden en het Controleprotocol WNT 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond
hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.
Wij zijn onafhankelijk van Stichting Woonstede zoals vereist in de Europese verordening betreffende
specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar
belang, de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van
accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante
onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en
beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons
oordeel.
Informatie ter ondersteuning van ons oordeel
Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de jaarrekeningcontrole als geheel en
bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en
onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.
PAGINA 140
Materialiteit
Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als
geheel bepaald op 44,5 miljoen. De materialiteit is gebaseerd op 1,75% van de totale activa op basis van
de marktwaarde in verhuurde staat. Op basis van onze professionele oordeelsvorming hanteren wij een
lager materialiteitsniveau dan voor de jaarrekening als geheel voor de in de jaarrekening verantwoorde
(operationele) transactiestromen, inclusief hun hoedanigheid van zowel resultaatstromen als kasstromen,
waarbij sprake is van een onderliggende ingaande dan wel uitgaande kasstroom. Dit lagere
materialiteitsniveau is vastgesteld op1,95 miljoen hetgeen gebaseerd is op 1,75% van het
(genormaliseerd) totaal van de huuropbrengsten, de opbrengsten service contracten en de
verkoopopbrengsten.
Daarnaast wordt voor de beleidswaarde een specifieke materialiteit gehanteerd die is bepaald op
€ 23,5 miljoen en is gebaseerd op 1,75% van het totaal van de activa indien gebaseerd op de
beleidswaarde.
Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de
materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2025.
Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de
gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn.
Wij zijn met de raad van commissarissen overeengekomen dat wij aan de raad tijdens onze controle
geconstateerde afwijkingen boven2.225.000, afwijkingen qua transactiestromen boven97.500 en
afwijkingen in de beleidswaarde boven € 1.175.000 rapporteren, alsmede kleinere afwijkingen die naar
onze mening om kwalitatieve of WNT-redenen relevant zijn.
Controleaanpak continuïteit
Het bestuur van Stichting Woonstede heeft een beoordeling gemaakt van de mogelijkheid van de
toegelaten instelling om haar continuïteit te handhaven. Hiertoe heeft het bestuur onder andere een
meerjarenbegroting opgesteld (de prospectieve informatie). Daarnaast heeft het bestuur op basis van de
jaarrekening 2025 ratio’s berekend die gebaseerd zijn op het gezamenlijk beoordelingskader van het
Waarborgfonds van de Sociale Woningbouw (WSW) en de Autoriteit Woningcorporaties (Aw), deze ratio’s
getoetst aan de door beide toezichthouders gestelde normen en beoordeeld of sprake is van mogelijke
continuïteitsrisico’s. Op basis hiervan concludeert het bestuur (zoals toegelicht in hoofdstuk 6. Onze
financiën’ van de jaarstukken) dat de continuïteit van de stichting is gewaarborgd.
Wij hebben de volgende werkzaamheden verricht om risico’s met betrekking tot de continuïteit te
identificeren en in te schatten en om vast te stellen dat de door het bestuur gehanteerde
continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is:
Wij hebben kennis genomen van de ratio’s zoals gepresenteerd in het bestuursverslag en hebben
vastgesteld dat deze juist berekend zijn en dat deze voldoen aan de normen zoals bepaald door de
toezichthouders.
Wij hebben kennis genomen van de door het bestuur opgestelde begroting en hebben vastgesteld dat
op basis van de in deze begroting gehanteerde veronderstellingen en uitgangspunten voldaan wordt aan
de normen zoals bepaald door de toezichthouder.
Verder hebben wij kennis genomen van de borgingsbrief van het WSW op basis waarvan wij hebben
vastgesteld dat de in deze brief opgenomen borgingsruimte op basis van de kasstromen volgens
voornoemde door het bestuur opgestelde begroting toereikend is.
Tot slot hebben wij de continuïteitsveronderstelling en onderliggende uitgangspunten besproken met
het bestuur en de raad van commissarissen.
PAGINA 141
Onze controlewerkzaamheden hebben geen informatie opgeleverd die strijdig is met de veronderstellingen
en aannames van het bestuur over de gehanteerde continuïteitsveronderstelling. Wij hebben geen
materiële onzekerheden omtrent de continuïteit geïdentificeerd.
Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze
controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen evenwel van invloed zijn op de
continuïteit van de toegelaten instelling.
Controleaanpak frauderisico’s en naleving wet- en regelgeving
Wij hebben risico’s geïdentificeerd en ingeschat op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening
van Stichting Woonstede die het gevolg is van fraude. Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen
in de stichting en haar omgeving, de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder het
risico-inschattingsproces, de wijze waarop het bestuur inspeelt op frauderisico’s en het interne
beheersingssysteem monitort alsmede de wijze waarop de raad van commissarissen toezicht uitoefent en
de uitkomsten daarvan.
Wij verwijzen naar hoofdstuk 7. Risicomanagement’ van de jaarstukken, waarin het bestuur zijn
frauderisicoanalyse heeft opgenomen en hoofdstuk 10. Verslag Raad van Commissarissen’ van de
jaarstukken waar de raad van commissarissen op haar toezicht op (fraude)risicobeheersing reflecteert.
Wij hebben de opzet en het bestaan van de relevante aspecten van het interne beheersingssysteem
geëvalueerd, waaronder bijvoorbeeld de integriteitscode, de klokkenluidersregeling en de
incidentenregistratie. Voor zover wij noodzakelijk achten hebben wij de werking getoetst van interne
beheersmaatregelen gericht op het mitigeren van frauderisico’s.
Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van risico’s op een afwijking van materieel belang in
de jaarrekening die het gevolg is van fraude, hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking
tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa, omkoping en corruptie. Wij
hebben geëvalueerd of deze frauderisicofactoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van het
risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude.
In onze controle bouwen wij een element in van onvoorspelbaarheid. Ook hebben wij de uitkomst van
andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen zijn die aanwijzing geven
voor fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving.
Wij hebben kennis genomen van de beschikbare informatie en om inlichtingen gevraagd bij het bestuur,
het management en de raad van commissarissen. Hieruit volgden geen signalen of vermoedens van fraude
die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang.
PAGINA 142
De door ons geïdentificeerde frauderisico’s en uitgevoerde specifieke werkzaamheden zijn als volgt:
Er is een risico dat het bestuur de
maatregelen van interne beheersing
doorbreekt
Controlewerkzaamheden en waarnemingen
Het bestuur bevindt zich in een unieke positie
om fraude te plegen, omdat het in staat is de
administratieve vastleggingen te manipuleren
en frauduleuze financiële overzichten op te
stellen door interne beheersingsmaatregelen
te doorbreken die anderszins effectief lijken
te werken.
Daarom besteden wij bij al onze controles
aandacht aan het risico van het doorbreken
van maatregelen van interne beheersing door
het bestuur bij:
journaalposten en andere aanpassingen die
tijdens het opstellen van de jaarrekening
zijn gemaakt;
schattingen en schattingsprocessen;
significante transacties buiten het kader
van de normale bedrijfsuitoefening.
Voor verdere informatie over onze
controleaanpak van schattingen zoals
opgenomen in de waardering van het vastgoed
in exploitatie (marktwaardering en/of
beleidswaarde) verwijzen wij naar de
paragraaf De kernpunten van onze controle’.
Wij hebben:
de opzet en het bestaan geëvalueerd van
de maatregelen van interne beheersing in
de processen voor het genereren en
verwerken van journaalposten en het
maken van schattingen, uitgaande van een
risico op doorbreking van dat proces;
het proces rondom de totstandkoming van
financiële verslaggeving beoordeeld;
specifieke aandacht gegeven aan de
toegangsbeveiligingen in het IT-systeem en
de mogelijkheid dat hierin functiescheiding
kan worden doorbroken;
journaalposten geselecteerd op basis van
risicocriteria. Hierop zijn
controlewerkzaamheden verricht, waarbij
wij tevens aandacht hebben besteed aan
significante transacties buiten de normale
bedrijfsuitoefening;
controlewerkzaamheden verricht ten
aanzien van belangrijke schattingen van
het bestuur, waaronder de waardering van
het vastgoed in exploitatie;
voorts hebben wij door het bestuur
gemaakte (significante) schattingen voor de
waardering van lopende projecten
gecontroleerd, inclusief een retrospectieve
toetsing daarop;
de risicoparagraaf in het bestuursverslag
geëvalueerd.
Onze werkzaamheden hebben niet geleid tot
specifieke aanwijzingen voor fraude of
vermoedens van fraude ten aanzien van het
doorbreken van de interne beheersing door het
bestuur.
PAGINA 143
Er is een risico op het onttrekken van
middelen aan de organisatie als gevolg van
het maken van (te hoge) prijsafspraken met
leveranciers en mogelijk daarmee
samenhangende kickbacks
Controlewerkzaamheden en waarnemingen
Door het maken van (te hoge) prijsafspraken
kan sprake zijn van het onrechtmatig
onttrekken van middelen aan de stichting en
een te hoge verantwoording van onderhouds-
/projectuitgaven en kosten.
Hiermee samenhangend bestaat tevens het
risico dat kickbacks zijn betaald aan
medewerkers.
Wij hebben:
de opzet en het bestaan geëvalueerd van
de maatregelen van interne beheersing in
de processen voor het aangaan van
significante aanbestedingen/verplichtingen
voor planmatig onderhouds- en nieuwbouw
projecten - inclusief daarbij behorende
besluitvorming middels notulen en (andere)
documentatie;
een spendanalyse uitgevoerd ter
identificatie van significante crediteuren,
waarbij we de marktconformiteit van de
prijsvorming bij de aanbestedingen hebben
getoetst;
een spendanalyse uitgevoerd ter
beoordeling van transacties met verbonden
partijen;
specifieke aandacht gegeven aan de
toegangsbeveiligingen in het IT-systeem en
de mogelijkheid dat hierin functiescheiding
kan worden doorbroken;
de inrichting van de betalingsorganisatie
beoordeeld;
de risicoparagraaf in het bestuursverslag,
waaronder de passage omtrent fraude
risico’s geëvalueerd.
Onze werkzaamheden hebben ter zake niet
geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude
of vermoedens van fraude.
Verondersteld frauderisico ten aanzien van de opbrengstenverantwoording
Op grond van onze beroepsregels gaan wij uit van een verondersteld frauderisico ten aanzien van de
opbrengstenverantwoording. Bij Stichting Woonstede bestaan de opbrengsten uit:
Huuropbrengsten en opbrengsten servicecontracten: sprake is van een veelvoud aan kleine, vrijwel
identieke transacties, die maandelijks een reguliere stroom aan inkomsten genereren, vanuit een
omvangrijke groep afnemers (huurders). Het aantal transacties is hierbij gebaseerd op het aantal
verhuurbare eenheden en de huurprijzen zijn gereguleerd. Gezien de huidige huizenmarkt is, afgezien
van tijdelijke leegstand door huurders-mutaties, sprake van een (nagenoeg) volledige bezetting.
PAGINA 144
Hierdoor is voor deze opbrengstenstroom een goede verwachting op te stellen. Hetzelfde geldt -
mutatis mutandis- voor de opbrengst uit servicecontracten. Op basis hiervan hebben wij ingeschat dat
terzake deze opbrengstenstromen geen risico bestaat op een afwijking van materieel belang als gevolg
van fraude met betrekking tot de verantwoording van deze opbrengsten.
Opbrengst verkopen vastgoed in exploitatie: De verantwoorde opbrengst van verkopen van vastgoed in
exploitatie ziet toe op transacties die gedurende het verslagjaar zijn afgesloten en primair de verkoop
van sociale huurwoningen aan particuliere kopers betreffen. Vanuit de Woningwet en daaruit afgeleide
verdere regelgeving in Btiv, Rtiv en beleidsregels van de Autoriteit woningcorporaties zijn nadere
vereisten gesteld aan deze verkopen. Deze regels vormen een onderdeel van de interne
beheersingsomgeving waarin de corporatie functioneert. In het kader van haar functie als toegelaten
instelling is het naleven van deze wet- en regelgeving van fundamenteel belang voor de continuïteit
van de stichting en het voorkomen van sancties. Wij hebben vastgesteld dat de relevante bepalingen
uit deze wet- en regelgeving bij deze verkooptransacties zijn nageleefd. Hierdoor zien wij op dit punt
geen risico op een afwijking van materieel belang als gevolg van fraude.
Naleving overige wet- en regelgeving
In onze controle hebben wij werkzaamheden uitgevoerd om inzicht te krijgen in de voor toegelaten
instellingen relevante wet- en regelgeving, waarvan het directe effect van materiële invloed kan zijn op
verwerking in de jaarrekening. Daarbij hebben we een inschatting gemaakt van de risico’s welke
samenhangen met het niet naleven van wet- en regelgeving, het materiële effect dat dit kan hebben op
de jaarrekening beoordeeld en een beoordeling uitgevoerd op de interne procedures die de toegelaten
instelling hanteert voor de naleving.
Wij hebben bij het bestuur, de raad van commissarissen en andere beleidsmedewerkers binnen de
organisatie inlichtingen ingewonnen omtrent de naleving van de wet- en regelgeving. Verder hebben wij
de correspondentie met externe toezichthouders, waaronder het WSW en de Aw geëvalueerd op mogelijke
indicaties voor niet-naleving van voorschriften.
Uit onze werkzaamheden volgden geen signalen van niet-naleving van wet- en regelgeving die kunnen
leiden tot een afwijking van materieel belang.
De kernpunten van onze controle
In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest
belangrijk waren tijdens onze controle van de jaarrekening. De kernpunten van onze controle hebben wij
met de raad van commissarissen gecommuniceerd, maar vormen geen volledige weergave van alles wat is
besproken.
PAGINA 145
Waardering vastgoed in exploitatie op
marktwaarde in verhuurde staat gebaseerd
op de full-versie
Onze controleaanpak en observaties
Het vastgoed in exploitatie bedraagt per
31 december 20252,3 miljard wat neerkomt
op 87,8% van het balanstotaal van
Stichting Woonstede.
Het vastgoed in exploitatie moet volgens de
Woningwet worden gewaardeerd tegen
marktwaarde in verhuurde staat.
Stichting Woonstede waardeert het vastgoed
in exploitatie volgens de full-versie van het
‘Handboek modelmatig waarderen
marktwaarde’ als toegelicht op pagina 93 van
de jaarrekening.
Bij toepassing van de full-versie worden
vrijheidsgraden gebruikt om te komen tot de
marktwaarde in verhuurde staat op
complexniveau. De vrijheidsgraden worden
bepaald op basis van de oordeelsvorming van
het bestuur.
Conform de vereisten uit het Handboek
modelmatig waarderen marktwaarde heeft
Stichting Woonstede externe taxateurs
ingeschakeld voor het bepalen van de
marktwaarde in verhuurde staat van de
individuele vastgoedbeleggingen. De externe
taxateurs zijn aangesteld door het bestuur en
voeren hun werkzaamheden uit in
overeenstemming met de standaarden zoals
opgelegd door de NRVT (Nederlands Register
Vastgoed Taxateurs).
Voor de waardering van het vastgoed in
exploitatie volgens de full-versie van het
handboek zijn de mutatiegraad,
disconteringsvoet, leegwaarde en de
markthuur belangrijke assumpties die door het
bestuur moeten worden ingeschat en die een
belangrijke impact kunnen hebben op de
uitkomst van de waardering. De door het
bestuur ingeschatte vrijheidsgraden zijn
Wij hebbende de opzet en het bestaan van de
administratieve organisatie en de interne
beheersingsmaatregelen voor de bepaling van
de marktwaarde in verhuurde staat
vastgesteld.
Controle input
Onze controlewerkzaamheden bestonden
onder meer uit het vaststellen van de naleving
van de bepalingen uit het ‘Handboek
modelmatig waarderen marktwaarde’,
peildatum 31 december 2025, waaronder
begrepen de inschatting door het bestuur van
relevante vrijheidsgraden.
Wij hebben de juistheid van de
objectgegevens die ten grondslag liggen aan
de berekening van de waardering (‘input in
het rekenmodel’) gecontroleerd.
Controle throughput
Wij hebben vastgesteld dat de marktwaarde in
verhuurde staat is berekend door middel van
een gecertificeerd rekenmodel (verificatie van
de ‘throughput’). Wij hebben vastgesteld dat
Stichting Woonstede aanvullend interne
beheersingsmaatregelen heeft doorgevoerd om
te komen tot een betrouwbare uitkomst van
de marktwaarde uit dit model.
Controle output
Wij hebben de competentie en
onafhankelijkheid van de externe taxateur
vastgesteld en de uitkomsten van de door de
externe taxateurs uitgevoerde waarderingen
gecontroleerd. Daarbij is de taxatiecyclus
gehanteerd zoals voorgeschreven door het
‘Handboek modelmatig waarderen
marktwaarde’. Wij hebben vastgesteld dat de
door Stichting Woonstede toegepaste
vrijheidsgraden gevalideerd zijn door de
externe taxateur.
PAGINA 146
gevalideerd door de externe taxateurs op basis
van beschikbare marktinformatie en
transacties.
Door de significantie van deze post voor de
jaarrekening én de inherent hoge mate van
subjectiviteit van bovengenoemde assumpties
in de bepaling van de marktwaarde in
verhuurde staat, hebben wij de waardering
van vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde
in verhuurde staat aangemerkt als kernpunt in
onze controle.
Voor het controleren van de uitkomsten
(‘output’) en de gehanteerde
veronderstellingen bij de waardering hebben
wij gebruik gemaakt van onze vastgoed
waarderingsdeskundigen.
Daarnaast hebben wij gecontroleerd of de
toelichting op het vastgoed in exploitatie in de
jaarrekening toereikend is. Hierbij is
vastgesteld dat de schattingsonzekerheid
adequaat door het bestuur is uiteengezet.
Observaties
Op basis van de door ons uitgevoerde
controlewerkzaamheden hebben wij bij de
waardering van het vastgoed in exploitatie
geen afwijkingen van materieel belang
geconstateerd.
Bepaling en toelichting beleidswaarde
vastgoed in exploitatie
Onze controleaanpak en observaties
Op grond van artikel 15, lid 3 van de Regeling
toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
en RJ645.304 moet in de toelichting van de
jaarrekening de beleidswaarde van het
vastgoed in exploitatie worden vermeld. Op
pagina 103-104 van de jaarrekening is deze
beleidswaarde toegelicht.
De beleidswaarde is een belangrijke
parameter voor de bepaling van financiële
ratios van Stichting Woonstede gebaseerd op
de Aw/WSW-normen en deze vormt daarmee
een uitgangspunt voor de beoordeling van de
financiële positie (inclusief de
continuïteitsveronderstelling) in de
jaarrekening.
Overeenkomstig het Handboek Modelmatig
waarderen marktwaarde wordt de
beleidswaarde bepaald door op vijf aspecten
aanpassingen door te voeren in de
Wij hebbende de opzet en het bestaan van de
administratieve organisatie en de interne
beheersingsmaatregelen voor de bepaling van
de beleidswaarde vastgesteld.
Wij hebben vastgesteld dat de objectgegevens
waarmee de beleidswaarde bepaald wordt,
overeenkomen met de objectgegevens
waarmee de marktwaarde berekend is, met
uitzondering van de vijf aspecten waarop
andere uitgangspunten verplicht zijn voor het
bepalen van de beleidswaarde.
Voor het bepalen van de beleidswaarde is
gebruik gemaakt van een gecertificeerd
rekenmodel.
Voorts hebben wij vastgesteld dat
overeenkomstig de bepalingen in het
Handboek modelmatig waarderen
marktwaarde uitwerking is gegeven aan de
berekening van de beleidswaarde en daarbij
dat:
PAGINA 147
uitgangspunten van de DCF berekening van de
marktwaarde.
Bij de bepaling van de beleidswaarde heeft
het bestuur een aantal significante schattingen
moeten maken, wat significante effecten
heeft op de waardering en daaruit
voortvloeiende financiële ratio’s. Derhalve
hebben wij de beleidswaarde in exploitatie als
kernpunt in onze controle aangemerkt.
de bepaling van de beleidswaarde is
gebaseerd op het doorexploitatie scenario,
waarbij de kasstromen gebaseerd zijn op
een eeuwigdurende benadering van 60-jaar
(zonder eindwaarde);
streefhuren en huurverhogingen zijn
gebaseerd op het eigen beleid;
de ingerekende onderhoudskasstromen
gebaseerd zijn op het eigen beleid per
complex voor een periode van 60 jaar, dat
is vastgelegd in de
meerjarenonderhoudsbegroting
respectievelijk daaruit afgeleide normen;
de beheernormen gebaseerd zijn op
meerjarige beheerlasten gebaseerd op het
eigen beleid;
de sociale disconteringsvoet uit het
Handboek is gehanteerd.
Wij hebben gecontroleerd of voornoemd eigen
beleid overeenkomt met onderliggende
documentatie en beleidsdocumenten.
Daarnaast hebben wij gecontroleerd of de
toelichting op de beleidswaarde in de
jaarrekening toereikend is. Hierbij is
vastgesteld dat de gevoeligheid in relatie tot
de realiseerbaarheid van de uitkomsten
adequaat door het bestuur is uiteengezet.
Observaties
Op pagina 104 in de jaarrekening is een
sensitiviteitsanalyse opgenomen, teneinde de
potentiële effecten van de diverse
uitgangspunten en componenten op de
beleidswaarde ultimo 2025 nader te duiden.
Wij hebben vastgesteld dat de door de
corporatie gehanteerde veronderstellingen
voor het bepalen van de in de jaarrekening
2025 opgenomen beleidswaarde aanvaardbaar
zijn en dat de wijze waarop de beleidswaarde
wordt bepaald voldoet aan de richtlijnen zoals
opgenomen in het Handboek modelmatig
waarderen zoals gepubliceerd door de Aw op
15 maart 2026.
PAGINA 148
Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd
In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2025 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in
artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent
dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een
leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris
bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.
Naleving vereisten van Regelgevende Technische Standaard van SBR, inclusief XBRL-markering, niet
gecontroleerd
De accountantscontrole bevat de toetsing dat de opgemaakte jaarrekening voldoet aan de wettelijke
bepalingen bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de Wet normering topinkomens (WNT). Onze
controleverklaring is afgegeven bij de opgemaakte jaarrekening en zal worden gevoegd bij de digitaal te
deponeren jaarrapportage. Dat betekent dat de naleving van alle vereisten van de Regelgevende
Technische Standaard van het SBR-domein Handelsregister (waaronder de aangebrachte eXtensible
Business Reporting Language (XBRL) markeringen) geen onderdeel van de accountantscontrole is geweest.
Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie
Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat de jaarstukken andere informatie, die
bestaat uit:
bestuursverslag, inclusief het volkshuisvestelijk verslag en verslag van de raad van commissarissen;
overige gegevens.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
alle informatie bevat die op grond van artikel 36 en 36a van de Woningwet is vereist voor het
bestuursverslag, het volkshuisvestelijk verslag en de overige gegevens.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen
vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen
bevat.
Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in rubriek A van het accountantsprotocol
zoals opgenomen in bijlage 4 bij artikel 17 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze
controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het
bestuursverslag, het volkshuisvestelijk verslag en de overige gegevens in overeenstemming met artikel 36
en 36a van de Woningwet.
Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde vereisten
Benoeming
Wij zijn door de raad van commissarissen benoemd als accountant van Stichting Woonstede vanaf de
controle van het boekjaar 2017 en zijn sinds dat boekjaar de externe accountant.
PAGINA 149
Geen verboden diensten
Wij hebben geen verboden diensten als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Europese verordening
betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van
openbaar belang geleverd.
Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening
Verantwoordelijkheden van het bestuur en de raad van commissarissen voor de jaarrekening
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in
overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en
de WNT.
In dit kader is het bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur
noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van
materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de toegelaten instelling in staat is om
haar activiteiten in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd artikel 35 van de Woningwet moet
het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het
voornemen heeft om de toegelaten instelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als
beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden
waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar activiteiten in continuïteit
kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van
financiële verslaggeving van de toegelaten instelling.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee
voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het
mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude
of fouten ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan
worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische
beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard,
timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende
afwijkingen op ons oordeel.
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel-kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant
professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden,
het Controleprotocol WNT 2025, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle
bestond onder andere uit:
PAGINA 150
het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang
bevat als gevolg van fraude of fouten, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van
controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als
basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt
wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het
opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het
doorbreken van de interne beheersing;
het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel
controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden
hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van
de toegelaten instelling;
het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, en het
evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de
jaarrekening staan;
het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is.
Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en
omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar
activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel
belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante
gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze
verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de
datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter
toe leiden dat een toegelaten instelling haar continuïteit niet langer kan handhaven;
het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen
toelichtingen; en
het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en
gebeurtenissen.
Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing
van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen,
waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. In dit kader geven wij ook een
verklaring aan het auditcomité op grond van artikel 11 van de Europese verordening betreffende
specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar
belang. De in die aanvullende verklaring verstrekte informatie is consistent met ons oordeel in deze
controleverklaring.
Wij bevestigen aan de raad van commissarissen dat wij de relevante ethische voorschriften over
onafhankelijkheid hebben nageleefd. Wij communiceren ook met de raad over alle relaties en andere
zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband
houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
PAGINA 151
Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening op basis van alle zaken die wij met de
raad van commissarissen hebben besproken. Wij beschrijven deze kernpunten in onze controleverklaring,
tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden wanneer het
niet vermelden in het belang van het maatschappelijk verkeer is.
Zwolle, 22 mei 2026
BDO Audit & Assurance B.V.
namens deze,
w.g.
drs. J.S. Terlingen RA
152
Bijlagen
Bijlage 1: Tabellen woonruimteverdeling 2025
Definities huurklassen
Huurklasse
DAEB/
niet-DAEB
Huurniveau
Doelgroep
Goedkoop
DAEB
Tot en met € 477,20
Kwaliteitskortingsgrens
Jongeren tot 23 jaar
Betaalbaar laag
DAEB
Vanaf € 477,21 t/m € 682,96
Aftoppingsgrens laag
Primaire en secundaire doelgroep:
Alle huishoudens
Betaalbaar hoog
DAEB
Vanaf € 682,97 t/m € 731,93
Aftoppingsgrens hoog
Primaire en secundaire doelgroep:
Alle huishoudens*
Middelduur
DAEB
Vanaf € 731,94 t/m € 900,07
DAEB-huurgrens
Primaire en secundaire doelgroep:
Alle huishoudens*
Duur (middenhuur)
niet-DAEB
Vanaf € 900,08 t/m 1.184,82
Liberalisatiegrens
Overig:
Inkomens vanaf € 49.670 (eenpersoons-
huishoudens) of vanaf 54.848 (meerper-
soonshuishoudens)
Duur (vrije sector)
Niet-DAEB
Vanaf 1.184,83
Geliberaliseerde huur
Overig:
Inkomens vanaf € 49.670 (eenpersoons-
huishoudens) of vanaf 54.848 (meerper-
soonshuishoudens)
Tabel 57. Definities huurklassen * Via tweehurenbeleid ook bereikbaar voor één- en tweepersoonshuishoudens uit de primaire
doelgroep.
Saldo huurwoningen per gemeente
Tabel 58. Mutaties in het woningbezit Ede in 2025
Ede DAEB Niet-DAEB
Subtotaal
I t/m IV
I II III IV Totaal
Zelfstandige huurwoningen 31-12-2024
op basis van jaarrekening 2024
9.976 80 10.056 467 7.679 1.802 108 10.056
Nieuwbouw 246 246 158 88 246
Aankoop 1 3 4 1 3 4
Terugkoop koopgarant 2 2 1 1 2
Verkoop koopgarant 0 0
Verkoop uitpond en Vrije koop -25 -2 -27 -1 -19 -5 -2 -27
Overige mutaties -62 -62 -21 109 -181 31 -62
Zelfstandige huurwoningen 31-12-2025 10.138 81 10.219 446 7.929 1.704 140 10.219
Classificatie
Huurprijs
153
Tabel 59. Mutaties in het woningbezit Scherpenzeel in 2025
Tabel 60. Mutaties in het woningbezit Wageningen in 2025
Tabel 61. Mutaties in het totale woningbezit in 2025
Scherpenzeel DAEB Niet-DAEB
Subtotaal
I t/m IV
I II III IV Totaal
Zelfstandige huurwoningen 31-12-2024
op basis van jaarrekening 2024
696 4 700 28 562 107 3 700
Nieuwbouw 0 0
Aankoop 0 0
Terugkoop koopgarant 0 0
Verkoop koopgarant 0 0
Verkoop uitpond en Vrije koop -4 -1 -5 -1 -3 -1 -5
Overige mutaties 0 3 10 -15 2 0
Zelfstandige huurwoningen 31-12-2025 692 3 695 30 569 92 4 695
Classificatie
Huurprijs
Wageningen DAEB Niet-DAEB
Subtotaal
I t/m IV
I II III IV Totaal
Zelfstandige huurwoningen 31-12-2024
op basis van jaarrekening 2024
88 0 88 0 72 16 0 88
Nieuwbouw 0 0
Aankoop 0 0
Terugkoop koopgarant 0 0
Verkoop koopgarant 0 0
Verkoop uitpond en Vrije koop 0 0
Overige mutaties 0 0
Zelfstandige huurwoningen 31-12-2025 88 0 88 0 72 16 0 88
Classificatie
Huurprijs
Woonstede totaal DAEB Niet-DAEB
Subtotaal
I t/m IV
I II III IV Totaal
Zelfstandige huurwoningen 31-12-2024
op basis van jaarrekening 2024
10.760 84 10.844 495 8.313 1.925 111 10.844
Nieuwbouw 246 246 158 88 246
Aankoop 1 3 4 1 3 4
Terugkoop koopgarant 2 2 1 1 2
Verkoop koopgarant 0 0
Verkoop uitpond en Vrije koop -29 -3 -32 -2 -22 -5 -3 -32
Overige mutaties -62 -62 -18 119 -196 33 -62
Zelfstandige huurwoningen 31-12-2025 10.918 84 11.002 476 8.570 1.812 144 11.002
Classificatie
Huurprijs
154
Samenstelling woningbezit per gemeente
Tabel 62. Samenstelling van het woningbezit in Ede naar bouwjaar
Tabel 63. Samenstelling van het woningbezit in Scherpenzeel naar bouwjaar
Ede
Eengezins-
woningen
Etagewoningen
met lift
Etagewoningen
zonder lift
Totaal
tot 1945 165 6 171
1945-1959 760 336 1.096
1960-1969 553 6 468 1.027
1970-1979 372 1.648 9 2.029
1980-1989 826 408 436 1.670
1990-1999 447 418 178 1.043
2000-2009 302 260 88 650
2010-2019 533 739 56 1.328
>=2020 213 837 155 1.205
Totaal 4.171 4.316 1.732 10.219
Scherpenzeel
Eengezins-
woningen
Etagewoningen
met lift
Etagewoningen
zonder lift
Totaal
tot 1945 19 19
1945-1959 72 72
1960-1969 120 120
1970-1979 133 133
1980-1989 45 34 79
1990-1999 13 41 13 67
2000-2009 20 21 41
2010-2019 31 40 71
>=2020 45 48 93
Totaal 478 149 68 695
155
Tabel 64. Samenstelling van het woningbezit in Wageningen naar bouwjaar
Wageningen
Eengezins-
woningen
Etagewoningen
met lift
Etagewoningen
zonder lift
Totaal
tot 1945
1945-1959
1960-1969
1970-1979
1980-1989
1990-1999 88 88
2000-2009
2010-2019
>=2020
Totaal 0 88 0 88
156
Woningtoewijzingen per gemeente naar huishoudsamenstelling, huishoudinkomen en huurprijs
Gemeente Ede
Aantal verhuringen 2025
op basis van huurcontractdatum
Leeftijd
Inkomen
Huurklasse
Huurklasse
Huurklasse
Huurklasse
Totaal
Eenpersoons
<Basishuur
(199,05)
Basishuur
t/m 477,20
477,21 t/m
682,96
682,97 t/m
900,07
Jonger dan AOW-leeftijd
<= 28.375
2
78
229
1
310
> 28.375
11
77
103
191
AOW-Leeftijd
<= 27.775
38
38
> 27.775
3
26
11
40
Subtotaal
2
92
370
115
579
Tweepersoons
<Basishuur
(197,24)
Basishuur
t/m 477,20
477,21 t/m
682,96
682,97 t/m
900,07
Jonger dan AOW-leeftijd
<= 38.500
1
67
68
> 38.500
2
9
10
21
AOW-Leeftijd
<= 37.350
16
16
> 37.350
21
17
38
Subtotaal
0
3
113
27
143
Drie- en meerpersoons
<Basishuur
(197,24)
Basishuur
t/m 477,20
477,21 t/m
731,93
731,94 t/m
900,07
Jonger dan AOW-leeftijd
<= 38.500
98
98
> 38.500
10
8
18
AOW-Leeftijd
<= 37.350
2
2
> 37.350
2
2
Subtotaal
0
0
112
8
120
Totaal
2
95
595
150
842
Tabel 65. Gemeente Ede. Aantal verhuringen 2025 op basis van huurcontractdatum
157
Gemeente Scherpenzeel
Aantal verhuringen 2025
op basis van huurcontractdatum
Leeftijd
Inkomen
Huurklasse
Huurklasse
Huurklasse
Huurklasse
Totaal
Eenpersoons
<Basishuur
(199,05)
Basishuur
t/m 477,20
477,21 t/m
682,96
682,97 t/m
900,07
Jonger dan AOW-leeftijd
<= 28.375
1
4
9
14
> 28.375
1
5
3
9
AOW-Leeftijd
<= 27.775
2
2
> 27.775
3
2
5
Subtotaal
1
5
19
5
30
Tweepersoons
<Basishuur
(197,24)
Basishuur
t/m 477,20
477,21 t/m
682,96
682,97 t/m
900,07
Jonger dan AOW-leeftijd
<= 38.500
4
4
> 38.500
1
1
2
AOW-Leeftijd
<= 37.350
2
2
> 37.350
5
5
Subtotaal
0
0
12
1
13
Drie- en meerpersoons
<Basishuur
(197,24)
Basishuur
t/m 477,20
477,21 t/m
731,93
731,94 t/m
900,07
Jonger dan AOW-leeftijd
<= 38.500
3
3
> 38.500
3
3
AOW-Leeftijd
<= 37.350
0
> 37.350
0
Subtotaal
0
0
6
0
6
Totaal
1
5
37
6
49
Tabel 66. Gemeente Scherpenzeel. Aantal verhuringen 2024 op basis van huurcontractdatum
158
Gemeente Wageningen.
Aantal verhuringen 2025
op basis van huurcontractdatum
Leeftijd
Inkomen
Huurklasse
Huurklasse
Huurklasse
Huurklasse
Totaal
Eenpersoons
<Basishuur
(199,05)
Basishuur
t/m 477,20
477,21 t/m
682,96
682,97 t/m
900,07
Jonger dan AOW-leeftijd
<= 28.375
0
> 28.375
0
AOW-Leeftijd
<= 27.775
2
2
> 27.775
6
6
Subtotaal
0
0
8
0
8
Tweepersoons
<Basishuur
(197,24)
Basishuur
t/m 477,20
477,21 t/m
682,96
682,97 t/m
900,07
Jonger dan AOW-leeftijd
<= 38.500
0
> 38.500
0
AOW-Leeftijd
<= 37.350
0
> 37.350
2
2
Subtotaal
0
0
2
0
2
Drie- en meerpersoons
<Basishuur
(197,24)
Basishuur
t/m 477,20
477,21 t/m
731,93
731,94 t/m
900,07
Jonger dan AOW-leeftijd
<= 38.500
0
> 38.500
0
AOW-Leeftijd
<= 37.350
0
> 37.350
0
Subtotaal
0
0
0
0
0
Totaal
0
0
10
0
10
Tabel 67. Gemeente Wageningen. Aantal verhuringen 2024 op basis van huurcontractdatum
159
Totaal Woonstede
Aantal verhuringen 2025
op basis van huurcontractdatum
Leeftijd
Inkomen
Huurklasse
Huurklasse
Huurklasse
Huurklasse
Totaal
Eenpersoons
<Basishuur
(199,05)
Basishuur
t/m 477,20
477,21 t/m
682,96
682,97 t/m
900,07
Jonger dan AOW-leeftijd
<= 28.375
3
82
238
1
324
> 28.375
12
82
106
200
AOW-Leeftijd
<= 27.775
42
42
> 27.775
3
35
13
51
Subtotaal
3
97
397
120
617
Tweepersoons
<Basishuur
(197,24)
Basishuur
t/m 477,20
477,21 t/m
682,96
682,97 t/m
900,07
Jonger dan AOW-leeftijd
<= 38.500
1
71
72
> 38.500
2
10
11
23
AOW-Leeftijd
<= 37.350
18
18
> 37.350
28
17
45
Subtotaal
0
3
127
28
158
Drie- en meerpersoons
<Basishuur
(197,24)
Basishuur
t/m 477,20
477,21 t/m
731,93
731,94 t/m
900,07
Jonger dan AOW-leeftijd
<= 38.500
101
101
> 38.500
13
8
21
AOW-Leeftijd
<= 37.350
2
2
> 37.350
2
2
Subtotaal
0
0
118
8
126
Totaal
3
100
642
156
901
Tabel 68. Totaal Woonstede. Aantal verhuringen 2024 op basis van huurcontractdatum
160
Beschikbaarheid en toewijzing bijzondere doelgroepen
Gemeente Ede
A
Soort woning
Jaar 2025
Woningen geschikt 65+
Omvang nultreden
5.430
2.038
B
Woonvormen specifieke doelgroepen
Omvang
Verhuringen 2025
Specifieke doelgroepen
2.331
182
Aangepaste woning
25
11
Tabel 69. Beschikbaarheid en toewijzingen specifieke doelgroepen Ede
Gemeente Scherpenzeel
A
Soort woning
Jaar 2025
Woningen geschikt 65+
Omvang nultreden
260
121
B
Woonvormen specifieke doelgroepen
Omvang
Verhuringen 2025
Specifieke doelgroepen
121
13
Aangepaste woning
0
0
Tabel 70. Beschikbaarheid en toewijzingen specifieke doelgroepen Scherpenzeel
Gemeente Wageningen
A
Soort woning
Jaar 2025
Woningen geschikt 65+
Omvang nultreden
88
88
B
Woonvormen specifieke doelgroepen
Omvang
Verhuringen 2025
Specifieke doelgroepen
88
10
Aangepaste woning
0
0
Tabel 71. Beschikbaarheid en toewijzingen specifieke doelgroepen Wageningen
161
Bijlage 2 Overzicht Verenigingen van Eigenaren
Woonstede is deelnemer in de volgende 74 VvE’s. In de tweede kolom is het deelnamepercentage naar apparte-
mentsrecht (niet naar kostenaandeel) vermeld. Voor de VvE’s gemarkeerd met een *, fungeert Woonstede niet
als VvE-beheerder. Voor de overige VvE’s wel.
Agaatstraat 2 t/m 98
98%
Akulaan 1 t/m 339 (Hartogshof)*
42%
Akulaan 401-801 en 401Y
98%
Anjelierlaan 10 t/m 24-2*
32%
Anjelierlaan 26 t/m 48-2
94%
Asserstate 33 t/m 51
90%
Bandaneira 1 t/m 22
95%
Baron van Wassenaerpark Cornelie
80%
Baron van Wassenaerpark Machtella
50%
Baron van Wassenaerpark Park
40%
Baron van Wassenaerpark Walraven
50%
Belvedere (98 woningen en 47 garages) *
40%
Beukenlaan 34 t/m 44
83%
Bospoort 41 t/m 75*
17%
Bovenbuurtweg 13A t/m 17
E
*
38%
Burg. Heijsingel 1 t/m 15
88%
De Ginkel (15 appartementen De Halte)*
17%
De Pleinen (1 zorgunit en 9 woningen)*
30%
De Pleinen (39 Parkeerplaatsen + 11 bergingen)*
29%
De Zoom 1 t/m 18*
6%
De Zoom 19 t/m 36*
33%
Diomede Parking (53 parkeerplaatsen Diomede)*
70%
Dorpsstraat 238 Vijverlaan 1*
50%
Dr. A. Kuyperstraat 21 t/m 49
93%
Dr. Den Uylpark 96 t/m 104 en 110 t/m 118
80%
Eekhoornnest Scherpenzeel*
80%
Ernst Casimirlaan 28 t/m 51 (Salamander)
79%
Ernst Casimirlaan 4 t/m 27 (Vuurpijl)
88%
Ernst Casimirlaan 52 t/m 75 (Draak)*
38%
Ernst Casimirlaan 76 t/m 99 (Phoenix)*
29%
Gerard Doustraat 49 en 51 en Eeckhoutstraat 2 en 4
75%
Goudsbloemstraat 37 t/m 59-II
86%
Groot Wallenburgh
11%
J. Th. Tooroplaan 28 t/m 38-2*
28%
J. Th. Tooroplaan 40 t/m 50-2*
22%
162
Jan Linsestraat/Parkweg
100%
Kleefsehoek 434 t/m 488
96%
Laan 1948 3A t/m 9B
100%
Laan van Kernhem 233 t/m 295
91%
Laan van Kernhem 297 t/m 347*
8%
Leeghwaterstraat 53 t/m 103 (Purmer)
96%
Leesonhof
33%
Leeuweriklaan 2 t/m 12
33%
Maalderij Wekerom Lage Valkseweg 2-4 *
37%
Maandertoren Kelder (23 parkeerplaatsen De Halte)*
10%
Microscoop *
58%
Nijverheidlaan 1/3/5 Kerkweg 11B/13
100%
Not. Fischerstraat 1A t/m 5G
90%
Piet Heinstraat 4 t/m 22-2
91%
Pollenstein 2 t/m 36 *
17%
Pollenstein 74 t/m 108
94%
Prinses Margrietlaan 2 t/m 4D (Klein Wallenburg)
90%
Proosdijerveldweg 15 t/m 29-II*
42%
Proosdijerveldweg 39 t/m 53-II
100%
Proosdijerveldweg 48 t/m 68-II
97%
Ranonkellaan 48 t/m 52A
75%
Ranonkellaan 54 t/m 72-2*
23%
Rembrandtlaan 218 t/m 246 (Annetje)
93%
Rembrandtlaan 278 t/m 306 (Isabella)
87%
Rozenplein 2 t/m 8 en 12 t/m 52
100%
Smachtenburg (Metje)
41%
Spaaksingel 30 t/m 44
100%
Stomperkamperweg 36 t/m 70
89%
Telefoonweg (aangekocht appartement)*
8%
Van der hagenstraat 125 t/m 947 (Groot Haversteeg)*
70%
Van Essenkazerne (Van Essenkwartier 1 tm 61 Verbindelaarsweg 32 tm 48)*
42%
Verandawoningen Uitvindersbuurt*
41%
Vuursteenberg 12 t/m 22
67%
Vuursteenberg 24 t/m 34
83%
Weerdestein 57 t/m 91*
22%
Westhoffhuis
68%
Zandscheer Hoofd- en Ondersplitsing*
52%
Zilverberg 13 t/m 23
33%
Zwaluwlaan 27 t/m 49
92%
163
Bijlage 3 Kengetallen 2021-2025
2025 2024 2023 2022 2021
Verhuureenheden: eengezinswoningen 4.649 4.645 4.734 4.678 4.600
etagewoningen zonder lift 1.800 1.793 1.759 1.761 1.755
etagewoningen met lift 4.553 4.406 4.233 3.996 3.639
totaal woningen 11.002 10.844 10.726 10.435 9.994
parkeergelegenheid 1.227 1.109 1.014 904 902
overige obj. 763 661 658 659 716
totaal 12.992 12.614 11.612 11.998 11.612
Woningen naar bouwperiode:
Tot 1945 190 191 193 193 195
1945 t/m 1959 1.168 1.173 1.271 1.276 1.292
1960 t/m 1969 1.147 1.164 1.165 1.171 1.161
1970 t/m 1979 2.162 2.204 2.206 2.204 2.162
1980 t/m 1989 1.749 1.757 1.760 1.758 1.764
1990 t/m 1999 1.198 1.194 1.192 1.190 1.188
2000 t/m 2009 691 694 669 668 666
2010 t/m 2019 1.399 1.400 1.395 1.395 1.395
vanaf 2020 1.298 1.067 875 580 171
11.002 10.844 10.726 10.435 9.994
Balans en resultaat x. 1.000,--
Marktwaarde verhuurd bezit 2.250.769 2.043.195 1.816.120 1.915.836 1.891.786
Eigen vermogen 1.580.305 1.480.441 1.293.729 1.494.493 1.543.481
Voorzieningen 60.053 5.439 27.824 2.429 0
Leningen 660.859 615.599 545.785 481.642 407.641
Huren 87.858 82.627 80.042 76.444 75.077
Vergoedingen 5.934 6.184 5.420 5.220 4.901
Jaarresultaat 99.864 186.712 -200.764 -48.988 406.344
Algemeen (in hele euro's)
Gemiddelde huur per woning per maand 646,20 610,10 600,86 588,70 598,74
Huurachterstand in % huren en vergoedingen 0,45 0,46 0,56 0,45 0,45
Huurderving in % huren en vergoedingen 1,03 0,89 1,26 0,98 0,65
Onderhoudsuitgaven gemiddeld per woning 2.390,44 2.813,60 3.208,74 2.582,69 2.002,07
Belastingen gemiddeld per woning 421,90 378,05 344,89 320,32 300,44
Solvabiliteit EV/TV marktwaarde 61,7% 62,6% 61,4% 67,5% 69,7%
Solvabiliteit EV/TV beleidswaarde 32,4% 33,6% 35,9% 39,6% 46,7%
Rentabiliteit eigen vermogen 6,3% 12,6% -15,5% -3,3% 26,3%
Rentabiliteit totaal vermogen 4,5% 8,5% -9,0% -1,8% 18,8%
Loan to value marktwaarde 29,4% 30,1% 30,1% 25,1% 21,5%
Loan to value beleidswaarde 57,9% 61,0% 55,9% 48,5% 43,6%
ICR 2,07 1,80 1,96 2,29 2,62
Dekkingsratio 28,7% 32,6% 29,7% 24,6% 27,7%
Onderpandratio 28,5% 31,5% 28,2% 23,1% 24,8%
Current ratio 0,23 0,26 0,51 0,20 0,14
Formatieplaatsen 164,08 165,53 153,49 130,45 127,28